De coronavrije blog

Door de coronacrisis moeten we zoveel mogelijk thuis werken. Tussen u en mij gezegd en gezwegen: voor mij persoonlijk is het een zegen. Ik moest afgelopen zomer een paar weken uitwijken naar de Vaalserberg om eindelijk eens normaal te kunnen werken. Dankzij uw hulp lukte dat ook en zo kon ik werken aan Xerxes in Griekenland en Bedrieglijk echt. Hoe schunnig het ook klinkt, dankzij de crisis kan ik in Amsterdam zelf de rust vinden die voor werk nodig is. Ik sluit niet uit dat sommige bedrijven de komende weken gaan constateren dat de verplaatsing van de werkzaamheden vanuit de kantoortuinen richting werkplek-zonder-overlast de productiviteit heeft bevorderd.

Dit gezegd zijnde: niet iedereen kan nu werken en omdat ook ik nu zonder betaald werk zit, leek het me aardig wat vaker op deze plek te schrijven. Wie geen werk heeft, kan dan iets leuks lezen en zich even aan het corona-voor, corona-na onttrekken.

Mijn oorspronkelijke plan was een decamerone te maken, maar honderd stukjes in tien dagen was me wat teveel van het goede. Bovendien houd ik rekening met een week of zeven voor we terug zijn bij normaalheid, dus lag het voor de hand een langere reeks te bouwen. Dat worden de misverstanden die ik ooit publiceerde in Spijkers op laag water. Die materie valt te actualiseren en zo heeft u iets aardigs voor in de middag. Regelmatige lezers van deze blog zullen wel wat bekende dingen tegenkomen.

Ik heb nog wat gastbijdragen toegezegd gekregen, waaraan ik later deze week wil gaan werken. Wie zin heeft iets te delen, is de komende weken welkom. Een vertaling, een stukje over een kunstvoorwerp of gewoon iets waarin u belang stelt – kom maar op.

Verder zou ik u zeggen: lees eens een lekkere roman. Vooral die negentiende-eeuwers, die wisten hoe ze schrijven moesten. Denk eens aan Moby-Dick, aan Oorlog en Vrede, aan De graaf van Montechristo, aan The Red Badge of Courage, aan Alice in Wonderland, aan De reis om de wereld in tachtig dagen, aan Heart of Darkness, aan de Kinder‑ und Hausmärchen (oké, dat was geen roman) of aan Frankenstein. U weet zelf wel wie de auteurs van deze klassiekers zijn. En anders is, deze dagen, Der Zauberberg misschien een idee, al heb ik het zelf nooit uit weten te krijgen wegens algehele saaiheid.

Verder adviseer ik u elk boek dat geen bestseller is. Ik heb er dus geen bezwaar tegen als u dit, dit of dit leest of dat alvast bestelt. Tot slot attendeer ik u op de filmpjes van de Universiteit van Nederland, op de Quarantaine Colleges die in de maak zijn en op deze suggestie van mijn goede vriend Richard.  En dan doe ik deze er nog even bij.

21 gedachtes over “De coronavrije blog

  1. Ik heb zelf net Vanity fair gelezen (en daarna de tv-serie bekeken) – érg de moeite waard. Daarvóór The French lieutenants woman (het boek, de film had ik al veel eerder gezien) en daarná Tony & Susan (verfilmd als Nocturnal Animals). En nu ga ik verder met Tess of the d’Urbervilles (schitterend verfilmd door Roman Polański). Dit laatste in afwachting van een terugvlucht vanuit Suriname (bij een oorverdovend stilzwijgen van KLM, ambassade en reisbureau). Dat ik dit alles nog mag meemaken!

  2. Otto Cox

    Ben je bekend met het werk van Walter Scheidell? Zijn “the science of Rome” (dat niet gaat over de wetenschap in het oude Rome maar de wetenschap over het oude Rome) is wel een Methode op Maandag waard. Ik lees nu “State power in ancient China and Rome”, als ik dat uit heb wil ik er wel een bespreking aan wijden.

    1. Yde Linsen

      Dit, dit en dit heb ik uit en met genoegen gelezen en op dat had ik me bij de geannuleerde boekpresentatie verheugd. Gelukkig vond ik een video-opname van ‘Die Fledermaus’ uit 1994 gepresenteerd door Mieke v/d Weij. Ik heb er met plezier naar gekeken en geluisterd, maar val nu in een diep en zwart gat. 😉

  3. Alexander Smarius

    Moby-Dick is fenomenaal. Laat je niet weerhouden door het bij tijd en wijlen obsolete of technische vocabulaire. Als je het als e-book leest, kun je elk minder bekend woord aanklikken met direct toegang tot een woordenboek.

  4. Henk Ras

    De functie van Dr Deijman

    Toen ik jaren geleden voor het eerst het deels verbrande schilderij van Rembrandt “De anatomische les van dr Deijman” in het Amsterdam Museum (toen nog Amsterdams Historisch) zag, kreeg ik een klein schokje. Dr Deijman kreeg namelijk als aanduiding van zijn functie in de bij het schilderij horende tekst: prelector. Nu had je vroeger professoren en lectoren, maar van prelectoren had ik nog nooit gehoord.
    Tijdens mijn studie geneeskunde in Amsterdam (GU Gemeentelijke Universiteit) ben ik een paar jaar (1959/1960) assistent op snijzaal van het Anatomisch Laboratorium geweest. Het hoofd van die afdeling had de titel prosector, voorsnijder dus.
    Op de tentoonstelling van “Dr Deijman” werd een bladzijde uit het gildeboek der chirurgijns getoond, waarop de inschrijving van Deijman staat vermeld. Welnu daar staat de betrokken functie geschreven met een Ringel-s, die voor een l gelezen is, en het eerste deel van het woord is geschreven met een enkele ronde letter, die door een lichte uitvloeiing van de inkt voor een e gelezen is.
    Nu meen ik, dat in de 17e eeuw het latijnse ae zeker niet als e geschreven werd. Die zogenoemde e is bedoeld als een o!
    Er staat dus niet prelector, maar prosector.
    Ik schreef deze bevinding aan de samensteller van de tentoonstelling, die het maar onzin vond. Vervolgens wendde ik mij tot de directeur van het AHM, die schreef dat ik haar aan het twijfelen had gebracht. Tenslotte kwam ik terecht bij de Rembrandt Research Project. Na een jaar kreeg ik antwoord op mijn vraag, en dat luidde: “U hebt gelijk. Een en ander zal worden gepubliceerd in deel 12 van de proceedings.”
    Bij het schilderij in het Amsterdam Museum staat nog steeds op het bordje:
    prelector dr Deijman.

    1. Henk Smout

      In Cambridge en Oxford bestaat de praelector nog steeds, dat was ook in onze contreien de professor. Bij anatomie heet zijn knecht voor het vuile werk prosector. Artikel ‘Prosektor’ in de Duitse Wikipedia heeft het over “… künstliche[n] Trennung zwischen gelehrtem Lektor und handwerklichem Prosector …”. Inmiddels heb ik mij ervan vergewist dat in het tot 1941 gangbare, vaak gotisch genoemde Duitse drukschrift (Fraktur) Prosektor met lange s is. Die ziet eruit als f zonder aan weerszijden doorgetrokken dwarsstreepje maar hoogstens links van de stok.
      Die bladzij in het gildeboek zou ik moeten zien. Ringel-s is een woordvorm van Duitse herkomst voor de s (de tegenwoordig over de hele linie gebruikelijke vorm) maar die naam is in hedendaagse Duits geen levend vocabulaire. Veel Nederlanders zeggen dat voor het in Duits vooral Eszett of scharfes S genoemde teken ß.

      1. Henk Ras

        Bedankt, Henk Smout, voor de uitgebreide reactie. Blijkbaar liggen de verhoudingen bij de anatomie in Oxford en Cambridge anders dan in Amsterdam, althans zestig jaar geleden. Overigens geeft de Engelstalige Wikipedia voor prosector: A prosector is a person with the special task of preparing a dissection for demonstration, usually in medical schools or hospitals. Many important anatomists began their careers as prosectors working for lecturers and demonstrators in anatomy and pathology. De zeergeleerde prosector over wie ik het heb, werd in de loop van zijn carrière benoemd tot hoogleraar in de anatomie aan de Universiteit te Utrecht. Dus niks geen ‘knecht voor het vuile werk’.
        Ringel-s heb ik inderdaad verkeerd gebruikt. Ik bedoel de lange s, die als je niet goed leest op een l lijkt.
        Maar mijn krachtigste argument vind ik nog steeds, dat prelector met een enkele letter e geschreven zou worden (in een 17e eeuws gildeboek): dat kan niet.

        1. Henk Smout

          Praelector was bepaald niet tot het vak anatomie beperkt, zie https//en.wikipedia.org/wiki/Praelector, artikel staat overigens alleen in Engelse Wikipedia. Heftig protest tegen de knechtfunctie van de prosector kwam al van Vesalius, zie het door mij aangehaalde citaat in zijn context op https://de.wikipedia.org/wiki/Prosektor .
          Ae – ook oe – was vaak aaneengeschreven of ook in druk een ligatuur – ß is dat ook -, maar werd in vroeger eeuwen veelal in druk weergegeven als a met erboven een liggend balkje of in de mooiere soort Frakturletter door een klein ee-tje boven de klinker. In oud Duits schrijfschrift had dat bovengeschreven ee-tje twee bovenste puntjes naast elkaar. Daar komen de twee verticale streepjes boven de klinker of verder vereenvoudigd de puntjes boven de klinker als weergave van veel Duitse umlaute vandaan.

          1. Henk Smout

            Helaas onvermijdelijk dat ik soms iets uit het hoofd beweer, maar ik heb nu nagezocht dat De Burlet prosector was aan de universiteit Utrecht en in diezelfde tijd Max Weber professor emeritus in Amsterdam. De Burlet was medewerker aan de tweede Auflage Erster Band Anatomie van Max Webers ‘Die Säugetiere’ uit 1927. Afbeelding van schilderij ‘Anatomische les door Max Weber’ op https://nl.wikipedia.org/wiki/Max_Wilhelm_Carl_Weber .

  5. FrankB

    “kom maar op”
    Oorlog en Vrede: in deel 3 ben ik afgehaakt.
    De Graaf van Monte Christo is beslist niet Dumas’ leukste. De roman over de Bartholomeusnacht is stukken beter.
    Wie een Hollands kneuterige versie van Dumas wil proberen kan ik Jacob van Lennep’s Ferdinand Huyck aanbevelen. Ik heb me kostelijk geamuseerd, maar niet op de manier die Van Lennep bedoelde.

    1. Frans

      Is die roman over de Bartholomeusnacht niet de basis voor de film La reine Margot met de sexy Isabelle Adjani?

      1. FrankB

        Vast wel – de titel is hetzelfde. Daarnet kon ik er niet opkomen en ik had geen zin hem op te zoeken.
        Adjani is trouwens een geweldige actrice.
        Wie wil genieten: Huit Femmes. Behalve Adjani oa ook Huppert en Deneuve.

  6. eduard

    Vergeet niet Villa des roses (en de andere boeken van Elschot), en het verpletterende Voyage au bout de la nuit, dat je volgens mij alleen kan uitlezen als je door liefhebbende vrouw, kinderen, en hond omringd bent, wat nu sommigen van u overkomt.

    1. FrankB

      Ik ben licht allergisch voor honden en mijn zoon woont ergens anders, dus dat boek kan ik overslaan.

  7. Yde Linsen

    Dit, dit en dit heb ik uit en met genoegen gelezen en op dat had ik me bij de geannuleerde boekpresentatie verheugd. Gelukkig vond ik een video-opname van ‘Die Fledermaus’ uit 1994 gepresenteerd door Mieke v/d Weij. Ik heb er met plezier naar gekeken en geluisterd, maar val nu in een diep en zwart gat. 😉

Reacties zijn gesloten.