Captatio benevolentiae

Ik maak even gebruik van mijn blog om een didactisch probleem aan u – of beter: aan de leerkrachten onder u – voor te leggen.

Als je een les verzorgt, ben je meestal iets te vroeg. (Soms gaat dit ook fout.) Je controleert je powerpoint, schenkt koffie in, maakt een praatje. Het moment om te beginnen nadert, de aanwezigen kletsen wat met elkaar, ze beginnen je aan te kijken, wachtend op wat je vertellen gaat. Het is nog net iets te vroeg maar er is al interactie tussen docent en leerlingen.

Captatio benevolentiae

Je begint, meestal even voor tijd, met een anekdote. Een binnenkomer. Iemand die  aan de late kant is, mist zo niets van het eigenlijke betoog en het is een leuke manier om mensen te leiden naar wat je vertellen wil. Dit is het moment om de aandacht te grijpen, nieuwsgierig te maken. Het is wat in de antieke literatuur bekendstaat als de captatio benevolentiae (het winnen van de welwillendheid), waarmee je obstakels voor het begrip wegneemt en mensen in de stemming brengt om iets nieuws te horen.

Ik heb jarenlang het oudheidkundige nieuws gebruikt om de aandacht te krijgen. Er is immers altijd wel een bericht over een opgraving hier of daar. Daar viel doorgaans ook wel iets over te vertellen. En anders was er de actualiteit wel. Ik heb, toen ik aan de VU werkte, ooit een week lang elk college kunnen beginnen met steeds weer een ander grapje over de bonnetjes van Bram Peper.

Het probleem

Ik merk echter dat ik dit steeds lastiger vind. Beginnen met het archeologische nieuws is te vaak beginnen in mineur. Het gaat immers vaak over vandalisme, over prijsopdrijving, over vervalsingen, over opgehypete claims, over als uniek/eerste/oudste dingen die dat niet zijn of om negentiende-eeuwse ideeën. De afgelopen week kwam ik één bericht tegen dat bruikbaar was. Dat is echt weleens beter geweest. Het is steeds moeilijker de oudheidkundige actualiteit te gebruiken als binnenkomer.

Beginnen met de actualiteit is ook al lastig. “Ik begin pas over acht dagen” zou in een andere tijd best grappig zijn geweest, maar nu niet langer.

Ik heb ooit een docent economie gehad die zingend begon. Die gimmick is de tweede keer al flauw. Dat ga ik dus ook niet doen. Begrijp me niet verkeerd, ik kan eindeloos kletsen over een onderwerp en ik klets al even makkelijk zonder onderwerp. Maar het begin, dat is steeds lastig aan het worden. Voor suggesties staat de commentaarsectie open.

16 gedachtes over “Captatio benevolentiae

  1. Huibert Schijf

    In mijn academische loopbaan heb ik vele vormen van onderwijs gegeven; hoorcolleges, werkgroepen, practica en begeleiding van scripties. Dat laatste was het leukste als het goed ging, maar kon ook rampzalig verlopen. Bij hoorcolleges is het begin inderdaad moeilijk. Ik begon met een groet, nog een kleine pauze voor laatkomers en startte met de eerste slide van de PP (heel vroeger met de eerste sheet, maar alleen oudere lezers zullen zich die herinneren, of je schreef iets op het boord met een krijtje dat knerpte. Dat had zo zijn eigen dynamiek.) Eigenlijk hoefde ik nooit een anekdote te geven. Hoorcolleges hebben ook iets van theater. Er was een pauze waarin studenten soms opmerkingen hadden of vragen stelden. Werkgroepen waren soms Knochenarbeit, zoals een Duitse collega dat noemde, want hoe kreeg je iedereen betrokken bij discussies. Mijn advies zou zijn: groet en begin gewoon met enkele inleidende zinnen over het belang van het onderwerp.

  2. Jurjen

    Ik ben een groot liefhebber van de Discorsi van Machiavelli, die voorbeelden aandraagt dat er niets nieuws onder de zon is. Afghanistan? Zoek iets uit de tijd van Alexander. Of begin over het Teutoburger woud. Tata steel? Ik weet dat ook onder de Romeinen milieuschandalen waren. Trump? Er is vast een antieke populist waar hij op lijkt. Het is niet per se leuk of anekdotisch, maar wel raak, tenminste als je wilt meegeven dat de geschiedenis van toen inzicht geeft in het heden van vandaag.

  3. Jurjen

    Alternatief is de quote, ook altijd een goede opening: pak een actualiteit, en breng dat in verband met een citaat van een klassieke orator of filosoof.

  4. Anna Minis

    De ervaringen van Huibert Schijf zijn natuurlijk van waarde voor u.
    Ik denk dat u beter niet suggeaties van anderen kunt overnemen, hoe goed ze ook zijn. Dat merken de toehoorders, daar prikken ze doorheen. Als u ervoor staat, krijgt u vast wel een ingeving. U heeft in ieder geval uw stem mee.

  5. Ben Spaans

    Tijd om de boel aan de wilgen hangen. De geraniums lonken, het is over, voorbij, het is tijd…😒

    …of wil je toch liever iets anders horen…?🤔

    1. Nee Ben, dat is wel ongeveer waar ik sta. Ik ben op zoek naar ander werk. Het is niet inspirerend meer uitleg te geven over een vakgebied dat wel onderzoekers heeft maar intellectueel niet langer vliegen wil.

      1. FrankB

        “Het is niet inspirerend meer”
        Tja, dat is voor mij altijd een doorslaggevend argument, hoe jammer ik het ook vind.

  6. Dirk Zwysen

    Disclaimer: mijn publiek is veel jonger (10-11j.) en dus over het algemeen nieuwsgierig, meer open en onbevangen maar anderzijds zitten ze er ook niet altijd uit persoonlijke interesse of vrije wil. Ik moet ook om de 50 minuten een nieuwe instap (=lerarenopleidingstaal voor captatio benevolentiae) voorzien. Van te vroeg komen is geen sprake. De bel jaagt ons door de dag.
    In de opleiding wordt op die eerste fase nogal de nadruk op gelegd want je ziet heel wat stagiairs die zich suf piekeren en knutselen aan een originele instap terwijl ze beter meer tijd hadden genomen om zich de les zelf eigen te maken, maar de knorpot zwijgt vanaf hier..
    Om te beginnen moet je aanvaarden dat een les een soort act is en dat er naast de zuivere wetenschap, de objectieve feiten en de structurele opbouw ook een element van show en entertainment in zit. Net als in een voetbalmatch mag dit echter niet het eigenlijke doel in de weg staan. Eerst punten, dan stunten.
    Humor is erg belangrijk. Niet geforceerde en voorbereide lolbroekerij maar humor die een echte relatie schept met je publiek, waarbij je aandacht hebt voor jullie beider interesses, achtergronden…Mensen voelen zich zo welkom en betrokken.
    Ik weet dat je van het woord gruwt, maar ook relevantie verhoogt de betrokkenheid. Niet de gemakkelijke analogieën pest-corona, Caesar-Trump of Germanen-vluchtelingen maar de tweedelijnsrelevantie. Welk voordeel biedt bestudering van de oudheid u, naast complexloos plezier?
    Nog een horrorwoord: mysteries en verrassingen. Geen vloeken, complotten of schatten maar intrigerende vraagstukken. Je klaagt terecht dat er heel wat misverstanden de ronde doen over de oudheid. Gebruik die om mensen te prikkelen: ik ga u vandaag vertellen waarom wat u denkt te weten niet klopt. De kinderen zitten dan alvast op het puntje van hun stoel: het vooruitzicht van beter weten, dieper begrijpen spreekt echt aan.
    Zo kan je een les beginnen met een op het oog boude of raadselachtige uitspraak die in de loop van de uitleg duidelijk wordt. Wanneer ik les geef over de oerknal en de vorming van elementen in het heelal: ‘Wat is het oudste dat in deze klas aanwezig is? Jullie zelf.’
    Maak je daarnaast niet teveel zorgen over die eerste minuten. Je praat gepassioneerd met liefde en met kennis over je vak. Dat merkt een publiek erg snel.

    1. FrankB

      +1.
      Helaas kan ik me voorstellen dat JonaL het niet meer kan opbrengen. Zoals een topsporter ooit zei: “Ik kan het niet meer zoals ik het wil en ik wil het niet zoals ik het nog kan.” JonaL lijkt dat punt te naderen en veel te snel naar mijn zin.

  7. Adriaan Gaastra

    Waarom geen captatio benevolentiae gebaseerd op een ander tijdperk, of een referentie aan de doorwerking van de Oudheid in een ander tijdperk, een theorie uit de antropologie? Het heden is niet de maat aller dingen en het verleden is meer dan alleen de Oudheid. Overigens plaatste ik prikkelende stellingen of actuele verwijzingen naar het tijdperk waarover ik zeer korte tijd doceerde, op ongeveer halverwege of driekwart van het college, zodat de aandacht niet verslapte. Ik was (en ben) zelf dan ook totaal geen geboren docent. Ik heb bewondering voor mensen die dat niet nodig hebben.

    Ik zag net je reactie over je tanende vertrouwen in je eigen vakgebied. Wat dat vakgebied betreft, je moet – nou ja, je moet helemaal niets natuurlijk – er ook een beetje maling aan hebben. Ik vind mijn eigen geliefde tijdperk, de Middeleeuwen, altijd interessant, soms dankzij mijn (oude) vakgebied en helaas ook vaak ondanks datzelfde vakgebied.

  8. Saskia Sluiter

    Dit lijkt me geen didactisch probleem. Het is gewoon je eigen probleem. Jarenlang veel te hard gewerkt, veel te hard aan de kar getrokken en tegen de bierkaai gevochten. Dan krijg je dat.
    Tijd om een paar bakens te verzetten, zodat de verwondering weer een kans krijgt. Dat hoeft niet heel ingrijpend te zijn hoor, in de zin van je hele leven omgooien. Kleine verschuiving hier, paar dingetjes daar… even wat meer mentale afstand inbouwen en dan een tijdje doormodderen tot ‘het’ weer terugkomt. Want dat is je kennelijk al een tijdje door de vingers geglipt.

  9. Saskia Sluiter

    In de paar minuten dat ik hier in en uit zit te loggen zag ik helemaal bovenin achtereenvolgens een wonderschone hagedis, een roofvogel, een stenen reliëf en een veld margrieten. Wow! Maar wel veel.

Reacties zijn gesloten.