
Wie helpt? Ik zit even met een vraag. Onlangs blogde ik over de Romeinse economie, die natuurlijk vooral agrarisch was. Ik heb niet uitgebreid stilgestaan bij een volgens mij redelijk belangrijk aspect, namelijk de interactie van productiewijzen. Een antieke boer zou het liefst alleen voor zichzelf produceren. De vakterm is dat hij streefde naar autarkie, wat je ooit zou hebben vertaald als “zelfgenoegzaamheid”, maar dat woord heeft een andere betekenis gekregen. In elk geval: de antieke boer was een peasant, zoals de overgrote meerderheid van de mensen die de afgelopen twaalfduizend jaar op deze planeet hebben rondgelopen.
Nu was er een vervelende bijkomstigheid: de overheid. Die eiste een deel van de opbrengst. Zolang dit in natura gebeurde, viel daarmee te leven. Maar de Romeinse overheid eiste belasting in klinkende zilveren munt. Die heeft een autarke boer niet, tenzij hij iets gaat verkopen. Anders gezegd: hij moet gaan produceren voor de markt.
Nog anders gezegd: hij staat met het ene been in een autarke en met het andere been in een kapitalistische wereld. Twee productiewijzen haken op elkaar in. Voer voor antropologen. Die hebben er al vaker op gewezen dat op zulke economische grensgebieden nieuwe culturele vormen ontstaan. De monetarisering van de bruidsprijs is een beroemd voorbeeld. U heeft allemaal weleens foto’s gezien van jonge vrouwen uit Afrika of Azië die munten hadden hangen aan hun bruidskleed: een kapitalistische vorm bij een institutie uit een niet per se kapitalistische samenleving.
Interessant als dit is, gaat het mij vandaag even over de agrarische exploitatie. We weten dat Romeinse boeren – althans de grotere, waarover we documentatie hebben – een dubbele bedrijfsvoering hadden. Dat komt vaker voor en vaak citeren oudhistorici dan de Oostenrijks-Hongaarse econoom Karl Polanyi.
Maar die was niet de eerste die erover schreef. Ik denk dat ik vrij zeker weet dat er een Nederlandse indoloog is geweest die de dubbele bedrijfsvoering heeft beschreven voor het Nederlands-Indische platteland. Maar wie was dat? Ik heb gedacht aan J.P.B. de Josselin de Jong, maar die was het vermoedelijk niet. Ook Christiaan Snouck Hurgronje was het vermoedelijk niet. Maar wie wel? Wie weet het?
Naschrift
Hoera voor de sociale media! Het is Julius Herman Boeke.

Dit al gelezen?
https://historiek.net/cultuurstelsel-nederlands-indie-gevolgen-kritiek/74608/
Voor het cultuurstelsel was er het landrentestelsel.
https://ugp.rug.nl/groniek/article/download/16599/14089/17867
Wat betreft hulp hierover heb je aan mij niets. Maar wat een razend interessant onderwerp! Graag Heel Veel meer!
Op Bluesky en Mastodont geplaatst.
Vriendelijke groet,
Jona, misschien helpt dit:
https://onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.1002/app5.276
Bedoel je misschien Indonesian trade and society van J.C. van Leur?
In The great transformation is Polanyi meer geneigd om de oorzaak van sociale verandering in cultuur en juist minder in economische factoren te zoeken.
In mijn herinnering ging het om iets uit de de koloniale tijd, dus iets ouders.
Ik denk niet dat je het Cultuurstelsel gelijk kunt stellen aan die dubbele bedrijfsvoering. Hoogstwaarschijnlijk moesten boeren voor de koloniale tijd al belasting betalen aan radja’s en sultans en dergelijke. Dit bestond natuurlijk overal in de wereld.
En misschien is zelfvoorzienend een goed synoniem voor autarkisch.
Zo te zien nog geen goed antwoord. Intrigerend. In de voortreffelijke biografie van Wim van den Doel is geen enkele aanwijzing te vinden dat Snouck Hurgronje ooit zoiets gezegd zou kunnen hebben. Hij was toch in de eerste plaats een Islamkenner en taalkundige.
Er is inmiddels wel een goed antwoord: Julius Herman Boeke.
Ja dat moet hem zijn. Nooit van hem gehoord en ook geen antropoloog.