De villa’s van Romeins Limburg

Romeins Limburg: het zal niet het eerste zijn waaraan je denkt bij het Romeinse Rijk. Het behoorde echter wel degelijk tot het wereldrijk. Het zuidelijke deel van Nederlands Limburg was rijk geworden door de productie van graan, waar in de wijde regio vraag naar was. Zuid-Limburg kende de hoogste concentratie landhuizen in Nederland. De tentoonstelling “Romeinse villa’s in Limburg”, momenteel te zien in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden, brengt die landhuizen en de mensen die er woonden, weer tot leven met prachtige reconstructies en even interessante als mooie voorwerpen.

Caesars tegenstanders

Met zijn glooiende heuvels onderscheidt Zuid-Limburg zich van de rest van Nederland, dat immers een overwegend vlak land is. In de eerste eeuw v.Chr. had het heuvelland al een eeuwenlange geschiedenis van autarkische boerengehuchten, gelegen tussen velden vol wuivend graan.

Lees verder “De villa’s van Romeins Limburg”

Het articulatiedebat

Palestijnse bruidskroon uit Hebron (Rautenstrauch-Joest Museum, Keulen).

Kapitalisme is ook maar een economisch systeem. Er zijn andere opties. In de Bronstijd waren er grote paleizen, zoals dat in Mari of dat in Knossos, waar de boeren hun producten afdroegen. De koning gaf vervolgens elke onderdaan te eten vanuit zijn pakhuis. Dat heet een redistributie-economie. Uit de Oudheid kennen we ook steden waar de productie in handen was van slaven. Onvrijheid speelde later, in de Middeleeuwen, eveneens een rol in de feodale stelsels. Een stamsamenleving organiseert haar economie weer anders. Wat ik maar zeggen wil: er zijn allerlei economische systemen, die we aanduiden als configuraties of productiewijzen.

Evolutie en vrijheid

Het lijkt erop dat er een soort opvolging in zit, een evolutie. De vroege redistributie-economieën maakten plaats voor de klassieke slavernij, waaruit het feodalisme voortkwam, dat weer plaats maakte voor het kapitalisme. Bij elke stap was er meer vrijheid. Voor de vroegste marxisten gold deze opvolging van productiewijzen min of meer als dogma, waarbij de aanname was dat het volgende stadium de communistische heilstaat zou zijn. Het enige dat hier specifiek marxistisch aan is, is echter de aanname dat de motor achter de evolutie de klassenstrijd zou zijn. Een liberaal nam de spanning tussen individuen (“grote mannen”) als motor, maar dacht even evolutioneel.

Lees verder “Het articulatiedebat”

Agrarische exploitatie: Rome en Indonesië

Agarische exploitatie in Nederlands-Indië (Universiteitsbibliotheek Leiden)

Wie helpt? Ik zit even met een vraag. Onlangs blogde ik over de Romeinse economie, die natuurlijk vooral agrarisch was. Ik heb niet uitgebreid stilgestaan bij een volgens mij redelijk belangrijk aspect, namelijk de interactie van productiewijzen. Een antieke boer zou het liefst alleen voor zichzelf produceren. De vakterm is dat hij streefde naar autarkie, wat je ooit zou hebben vertaald als “zelfgenoegzaamheid”, maar dat woord heeft een andere betekenis gekregen. In elk geval: de antieke boer was een peasant, zoals de overgrote meerderheid van de mensen die de afgelopen twaalfduizend jaar op deze planeet hebben rondgelopen.

Nu was er een vervelende bijkomstigheid: de overheid. Die eiste een deel van de opbrengst. Zolang dit in natura gebeurde, viel daarmee te leven. Maar de Romeinse overheid eiste belasting in klinkende zilveren munt. Die heeft een autarke boer niet, tenzij hij iets gaat verkopen. Anders gezegd: hij moet gaan produceren voor de markt.

Lees verder “Agrarische exploitatie: Rome en Indonesië”

Belasting, monetarisering en handel

De monetarisering van de economie in beeld: een schat van Ptolemaïsche munten uit het Huis van Dionysos in Pafos (Cyprusmuseum, Nicosia)

Bij gebrek aan andere overtuigende definitie stel ik voor dat we voortaan belasting beschouwen als wezenlijk aspect van de beschaving. Dat klinkt als een flauwe grap, maar ik ben serieus. Belastingen zorgen ervoor dat een verzameling individuen gemeenschappelijk omziet naar elkaar. Zonder belasting geen posterijen, geen politie, geen rechtspraak. Daarom is het falen van een belastingdienst, zoals in de Toeslagenaffaire, ook zo afschuwelijk: het betekent niets minder dan dat de gemeenschap mensen uitstoot.

Het is een andere vraag hoe je belastingen int. Eeuwenlang incasseerde de overheid een deel van de oogst. Dat varieerde van regio tot regio, afhankelijk van de vruchtbaarheid van het land, die immers bepaalde hoeveel zaaigoed een boer moest aanhouden. Je kon beter in Mesopotamië wonen dan in Griekenland. Een andere factor was de voorspelbaarheid van de oogst. Als je wist dat de oogst elk jaar ruwweg hetzelfde zou zijn, hoefde je niet méér dan het noodzakelijke op voorraad te houden. De Numidische hoogvlakte was gunstiger dan Syrië. Ondanks al deze variatie eisten de antieke overheden echter gemiddeld een tiende van de oogst.

Lees verder “Belasting, monetarisering en handel”

Jezus en Mozes

Mozes (Callixtuscatacomben, Rome)

De Brief aan de Hebreeën is geen brief en het woord “Hebreeën” valt ook al niet. Van de auteur is wel beweerd dat het Paulus was, maar daartegen pleiten enkele taalkundige argumenten. Wie de auteur ook zij, hij lijkt te schrijven voor een publiek dat de joodse Bijbel kende in de Griekse vertaling (de Septuaginta), wat duidt op christenen van hellenistisch joodse afkomst. Dat is althans wat de man of vrouw dacht die aan het essay de titel Brief aan de Hebreeën heeft toegevoegd. Wellicht is de brief te lezen als een aansporing aan de lezers/toehoorders om in een periode van vervolging (10.32-34) te volharden en niet Jezus’ leer op te geven of terug te vallen tot jodendom.

Vervangingstheologie

Die laatste zin bevat inderdaad een impliciet waardeoordeel. Niet het mijne. Het is van de auteur van de Brief aan de Hebreeën. Die meent dat het geloof in Jezus superieur is aan andere joodse opvattingen, ja dat de Wet van Mozes maar “een schaduw” is van alle moois dat christelijke gelovigen te wachten staat (10.1).

Lees verder “Jezus en Mozes”

De vaart der volkeren (4): Kritiek

Gordon Childe
Gordon Childe

In de voorgaande stukjes heb ik uitgelegd hoe Montelius in de negentiende eeuw een empirische basis gaf aan het achttiende-eeuwse vooruitgangsidee. Gordon Childe verfijnde en corrigeerde Montelius’ systeem en benutte de archeologische vondsten als basis om de samenleving te reconstrueren die ze had voortgebracht.

Om die samenleving te beschrijven, benutte hij twee tegengestelde bronnen van inspiratie: het functionalisme en de archeologie van de Sovjet-Unie. Het eerste analyseerde de samenleving alsof deze een organisme was, waarin alles met elkaar samenhing. De diverse delen hadden alle als functie een bijdrage te leveren aan de stabiliteit en het voortbestaan van het geheel. Het was een op harmonie gerichte, conservatieve visie met weinig ruimte voor verandering. De tweede visie, geïnspireerd door het marxisme, stelde zich daarentegen ten doel te beschrijven hoe er in een samenleving allerlei spanningen waren: de klassenstrijd die de “motor” vormde achter de wereldgeschiedenis. Nu ik dit schrijf, herinner ik me hoe in het Maastrichtse Bonnefantenmuseum, toen dat nog een archeologische afdeling had, bij een bepaald tijdvak als uitleg werd gegeven dat dit de eerste aanwijzingen waren voor sociale ongelijkheid in de Lage Landen. Het maakte destijds (1976) indruk op me dat je zó kon kijken naar die oude voorwerpen. Inmiddels hoor ik Gordon Childe lachen.

Lees verder “De vaart der volkeren (4): Kritiek”