Bilderdijk

Ik heb net De gefnuikte arend gelezen, de biografie van Willem Bilderdijk die Rick Honings en Peter van Zonneveld hebben geschreven. Het is een wat stroef boek, dat wel een beeld geeft van de mens Bilderdijk, maar waarin zijn ideeënwereld er wat bekaaid vanaf komt. Dat laatste is de opzet van de auteurs: ze zijn er niet op uit zijn intellectuele prestaties uit te meten maar willen het verhaal van zijn leven vertellen.

En dat doen ze, in groot detail, doorspekt met leuke citaten en strikt chronologisch. Na zijn moeizame jeugd, zijn succesvolle debuut als dichter en zijn studententijd komt het verhaal pas echt op gang als Bilderdijk werkzaam is als advocaat. Het is de patriottentijd, waarin de Verlichtingsideeën doorbraken en stadhouder Willem V terrein verloor, tot hij door de Pruisen werd hersteld. Bilderdijk bleef – en dat was ongebruikelijk voor iemand met zijn opleiding – een echte Oranjeklant, die de stadhouder volgde toen deze in Engeland in ballingschap ging.

Honings en Van Zonneveld vertellen veel over Bilderdijks huwelijksleven: er is namelijk veel correspondentie bewaard gebleven aan en van zijn echtgenote Catharina Rebecca Woesthoven en zijn latere concubine Wilhelmina Schweickhardt. In feite springen de auteurs, nogal positivistisch, van bron naar bron, van feit naar feit.

Bilderdijk zwierf naar Brunswijk, waar hij zich als leraar staande hield, keerde terug naar Nederland, maakte in Leiden de buskruitramp van 1807 mee en raakte bevriend met koning Lodewijk Napoleon, die werkelijk op hem gesteld was. Voor ’s konings beroemde uitspraak dat hij “konijn van Olland” was, hebben Honings en Van Zonneveld geen bewijs kunnen vinden.

Ondanks de koninklijke gunst viel het leven Bilderdijk zwaar. Wilhelmina lijkt ieder jaar wel een miskraam te hebben gehad en de kinderen die wél geboren werden, moesten bijna allemaal worden begraven door hun ouders. De dichter zelf, aan wiens talent door niemand werd getwijfeld, had werkelijk een zwakke gezondheid maar overdreef het belang van zijn tegenslagen ook. Na enkele jaren als lid van het Koninklijk Instituut en als privaatdocent, en na een moeizame oude dag, mocht hij eindelijk sterven – een verlangen dat hij zó vaak in zijn gedichten had beschreven dat hij, zoals zijn biografen ergens opmerken, een karikatuur van zichzelf was geworden. Bij zijn uitvaart schitterde het door hem aanbeden Oranjehuis door afwezigheid.

Zoals gezegd hebben Honings en Van Zonneveld geprobeerd de levensloop van Bilderdijk te schetsen, zonder uitgebreid in te gaan op zijn ideeën. Dat is een respectabele keuze, maar het weinige wat je van Bilderdijks ideeën leert maakt verschrikkelijk nieuwsgierig naar meer.

Hij was altijd in de contramine. Een Oranje-aanhanger toen iedere hele en halve intellectueel patriot was – en niet alleen dat: hij had er ballingschap voor over. Toen na de Napoleontische oorlogen een zeker optimisme heerste, zag hij als een der weinigen vooral nadelen in het beginnende liberalisme. Religieus was hij oerconservatief: tegen koepok-inentingen, voor de absolute monarchie en vol “bezwaren tegen de geest der eeuw” (om een formulering van zijn leerling Da Costa te gebruiken). Hypocriet misschien: wél superchristelijk maar ongetrouwd samenwonend. Iemand met een hekel aan lawaai, maar ook de man waaraan Leiden de viering van Leidens Ontzet heeft te danken. Door-en-door romantisch, maar zonder te breken met de classicistische smaak van de door hem intens gehate Verlichting.

Ik beken dat de reden dat ik het boek las, geen andere was dan dat ik woon aan de Amsterdamse Bilderdijkkade en van de naamgever van mijn straat nooit meer had gelezen dan een handvol verzen en Eene aanmerkelijke luchtreis, het curieuze boekje waarmee hij als eerste Nederlander het genre der science fiction beoefende. De blijvende winst die ik heb van het lezen van De gefnuikte arend is dat meeste straatnamen uit mijn buurt – Kinker, De Clercq, Rhijnvis Feith, Van Lennep – voortaan niet slechts namen meer zijn. Van Bilderdijk zelf heb ik vooral onthouden dat hij elke prijs wilde betalen voor zijn intellectuele onafhankelijkheid. Een zekere bewondering kan ik niet onderdrukken en ik ben nieuwsgierig geworden naar meer.

Een gedachte over “Bilderdijk

  1. henktjong

    Toevallig, Jona. Ik ben de dissertatie van Peet Theeuwen over Pieter ’t Hoen van Den Post van den Neder Rijn aan het lezen, die ook de patriottentijd behandelt. Hij was zo’n beetje de tegenpool van Bilderdijk; een steeds radicalere ‘journalist’ die na de Pruisische inval in ballingschap moest en met de Fransen weer terugkwam. Fascinerende episode. Ik had al een boek over het werk van Le Francq van Berkheij en Maaskamp gelezen over het begin van de beschrijving van de Nederlandse volkscultuur, die itt wat veel gedacht werd, al in de tweede helft van de 18e eeuw begon. Zo is er voor een mediëvist nog veel te leren… En ik moet zeggen, ik heb er veel plezier in. Misschien ga ik die bio over Bilderdijk ook nog lezen, maar eerst staan er nog een paar andere pillen op het programma.

Reacties zijn gesloten.