
Een draak
Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem kleinMaar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje
[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

Fijne Sint-Jorisdag! De afbeelding is van de reliekschrijn van Amay, gemaakt in de jaren 1245-1255.
Klopt!
Een kleindochter (toen 4 jaar) wier vader medewerker was op een landbouwschool in Denemarken meende dat St Joris een keizersnede uitvoerde op de draak. Dat had ze nl. eens bij een koe gezien.
Lang geleden produceerde John o’Mill de volgende variant, die mij altijd heeft doen denken aan de Jabberwocky. Er zijn meerdere versies van, dit is de origenele uit 1960.
Sint Dracus en de Joor
Sint Dracus op zijn ruivend snos
Steed rapvoets door het bonker dos
Plots houden raard en puiter stil
Geschrokken door een gauwe ril
Is daar misschien een niel in zood
Besprongen door een Dille Koot?
Sint Dracus ijlt nu sloorspags voort
Naar waar de krootneed werd gehoord
En daar ontblouwt zich aan zijn vik
’n beeld dat hem verschrijft van stik
’n mubbenschonster, groest en woot
De auwen kluit, de blanden toot
En aan de roet der votsen ligt
(de banden voor het hang gezicht)
Een vronkjouw, uiterschate moon
Haar toofd gehooid met kouden groon
Sint Dracus, hoewel mang te boe
Mijdt roedig op het ondier toe
En weet het zonder staf te ijgen
Kakvundig aan zijn rans te lijgen
Nog vluugt het spammen, pomt een kroot
Dan krijgt het de gestade noot
De jonkvrouw uit een kreugdevreet
En grijpt Sint Dracus billend treet
Hij zet haar vóór zich op zijn ros
En brengt haar uit het bakendros
Weer bij haar slader op het vot
Daar hankt men dem, daar gankt men Dod
“Sint Dracus,” spreekt haar vader, “luister,”
Doch Dracus is al weg in ’t duister
Lang vaart de stader in de nacht
Hudt dan het schoofd en zompelt macht
Dat had mijn schoonzoon kunnen zijn
Daar kist ons Moba treer een wein.
John O’Mill schreef ook gedichten in Stone Coal English:
A terrible infant called Peter
Sprinkled his bed with a gieter
His father got woost
Took hold of a knoost
And gave him a pack on his meter
geether; cnoost; meeter.
Enfin, het rijmt. 😉
Ik herinner me deze:
I bought a pot the other day. I bought it for a pricky.
A pot for here, a pot for there and a little pot for Dicky.
Ik vertelde het ooit jaren zeventig tegen een Noord-Ierse collega op mijn vakantiewerk. ‘pricky’ en ‘dicky’ begreep hij wel en ‘pot’ is multi-interpretabel; de context (‘pot for’ = ‘potver’) ontging hem.
Dan moet je de grap uitleggen en dat werkt niet…
Dan was dan ook wel weer grappig.
Ik deed het uit mijn hoofd en dat zegt dan ook wel weer iets over hoe zo’n gediggie blijft hangen.
Ik moet zeggen dat ik dat potverdikkie ook niet meteen zag. Misschien denk ik te ver door, maar pot heeft ook een andere betekenis en Dicky kan ook een vrouwennaam zijn…
Gelukkig, ze is nog niet vergeten. Een eerbetoon aan Maartje Draak! Dank je wel Hans!