Middeleeuwse monsters

Een eend op een draak (Qasr Libya)

Het dierenrijk valt te verdelen in drie categorieën: (1) levende dieren, (2) uitgestorven dieren en (3) fabeldieren. Dat lijkt simpel, maar de grenzen zijn niet helemaal scherp. De coelacant promoveerde bijvoorbeeld in 1938 van de tweede naar de eerste divisie. En van diverse fabeldieren is aannemelijk gemaakt dat degenen die ze hebben verzonnen, waren geïnspireerd door dinosaurusbotten. Zulke dieren promoveerden van de derde naar de tweede divisie.

Cryptozoölogie

Fabeldieren mogen dan niet bestaan, ze zijn het voorwerp van serieus antropologisch, biologisch en historisch onderzoek. Lezenswaardig boek is het in 2008 verschenen boek Yeti-jagers (2008) van antropoloog en jurist Tjalling Halbertsma, die in Mongolië de Verschrikkelijke Sneeuwman achterna ging en terechtkwam bij zowel wetenschappelijke als pseudowetenschappelijke onderzoekers.

Lees verder “Middeleeuwse monsters”

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

De Bekaavallei

De Bekaavallei

Zo nu en dan haalt de Bekaavallei (wat je in het Libanees overigens uitspreekt als Be’aa) het Nederlandse of Belgische nieuws. En dat is meestal geen goed nieuws. Het betekent doorgaans dat Israëlische straaljagers stellingen hebben gebombardeerd van de Hezbollah, een door Iran bewapende en gesteunde sji’itische militie, die zich ten doel heeft gesteld een einde te maken aan de zionistische entiteit in Palestina. De Bekaavallei was al in de eerste jaren van de Libanese Burgeroorlogen het doelwit van zulke acties.

Van noord naar zuid

Zo is het ook vroeger geweest en zo zal het ook nog wel even zijn, want de Bekaavallei is van enig strategisch belang. Het is namelijk een belangrijke noord-zuid-verbinding. Ook heden ten dage is, zelfs wanneer er geen grenzen zouden zijn, de kustweg van Turkije naar Egypte moeilijk begaanbaar. De Libanonbergen reiken namelijk in het westen tot aan de zee. Daarom is, voor wie uit Turkije naar het zuiden reist, de weg door het binnenland, aan de oostelijke zijde van het gebergte, het eenvoudigste. Je reist dan als het ware door een sleuf, van de zee gescheiden door de Libanon, en van de Syrische woestijn gescheiden door de Antilibanon. Anders geformuleerd: de weg van Antiochië (het huidige Antakya) naar het zuiden loopt door een slenk. Feitelijk is de Bekaa het noordelijkste deel van de verzameling slenken die zich uitstrekt tot in Mozambique.

Lees verder “De Bekaavallei”

Siegfried, held van Nederland

Hagen doodt Siegfried, muurschildering uit Xanten

Een klein berichtje dat gisteren mijn aandacht trok: in Xanten wordt het Siegfriedmuseum (waarover ik wel vaker heb geschreven) bedreigd met sluiting. Nu eet men de soep doorgaans niet zo heet als die wordt opgediend. Vooralsnog wordt sluiting alleen maar onderzocht en museale collega’s uit Bocholt, aan de overzijde van de Rijn, schieten het Siegfriedmuseum te hulp, maar het is toch ietwat verontrustend. Er zijn wereldwijd slechts twee musea gewijd aan het middeleeuwse Nibelungenlied en zijn helden. En straks resteert misschien wel alleen het museum in Worms.

Toegegeven, het Siegfriedmuseum is het Louvre of het Vaticaan niet. Gevestigd in het oude gebouw van het archeologisch museum, is het vrij klein en wat onoverzichtelijk. En het gaat meer over het gebruik – en, zo u wil, misbruik – van de sage dan over de sage zelf. Daarvoor moet u in Worms zijn. Ik had in Xanten de indruk dat de loop er nooit echt in is gekomen. Maar toch. Xanten is wel de stad van Siegfried en de hoofdstad van wat in het Nibelungenlied “Nederland” heet: het noordelijke van twee koninkrijken aan de Rijn. Net als de Zwaanridder, die in zowel Nijmegen als Kleef aan land zou zijn gestapt, behoort tot Siegfried tot het gedeelde Duits-Nederlandse erfgoed. Frankisch, om zo te zeggen.

Lees verder “Siegfried, held van Nederland”

3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Sint-Joris in Chtaura

Sokkel van het ruiterstandbeeld van, eh, Sint-Joris in Chtaura

Chtaura – de Arabische naam wordt ook anders getranscribeerd – ligt aan de grote weg van Beiroet naar Damascus, op de plaats waar deze zich vertakt naar Baalbek en Nabatiye. Een kruispunt van wegen, clichét uw reisgids. Het was lange tijd een van de centra van de Syrische bezetting. Nog altijd zijn er in Chtaura talloze banken die hun diensten aanbieden aan vooral Syriërs.

Langs de grote weg stond ooit een groot standbeeld van Bassel al-Assad, de oudste zoon van Hafez en de broer van de huidige Syrische president Bashar al-Assad. Het was een ruiterstandbeeld, want de geportretteerde hield ervan paard te rijden. Hij gold als opvolger van Hafez al-Assad, maar overleed in 1994 bij een auto-ongeluk. De sokkel van het beeld ziet u op de foto hierboven.

Lees verder “Sint-Joris in Chtaura”

Heldenverhalen, steeds hetzelfde

Heldenverhalen zijn steeds hetzelfde, zoals de Leeuwenkoning (StoryWorld, Groningenl klik = groot)

Je kunt verhalen op verschillende manieren analyseren. De kern is een plot waarin de diverse elementen noodzakelijk moeten samenhangen. Als twee kinderen alleen door het woud zwerven, moeten ze daar door hun stiefouders zijn achtergelaten, en dat moeten die stiefouders hebben gedaan omdat er grote armoede heerste. Er is daarnaast in een verhaal een achtergrond die je ter kennisgeving aanneemt. Alleen een scherpzinnig kind vraagt waarom een oude vrouw moederziel alleen op een afgelegen plek in het woud gaat wonen en een huis bouwt van pannenkoeken.

Ook binnen de plot zelf zijn, zeker als het om volksverhalen gaat, vaste elementen aan te wijzen. Dingen gaan in vertellingen bijvoorbeeld meestal twee keer verkeerd en de derde keer goed. Als een Griekse auteur schrijft dat Peisistratos twee keer vergeefs had geprobeerd de macht in Athene te grijpen voordat het de derde keer wel lukte, is dat een sterke aanwijzing dat de bron een mondelinge traditie is. De informatie is dus niet zo betrouwbaar. Iets dergelijks valt te zeggen over de geboorte van Caesar door middel van een keizersnede: een te gebruikelijk verhaalmotief om zomaar geloofd te mogen worden.

Deze twee voorbeelden tonen waarom de analyse van volksverhalen belangrijk is. Ze vormt een soort alarmbel die je op je qui vive maakt bij het lezen van antieke biografieën. En met het woord biografie belanden we als vanzelf bij de bestudering van mythen, sagen, legendes, heldenliederen en andere heldenverhalen.

Lees verder “Heldenverhalen, steeds hetzelfde”

Sint-Joris, uitgewist

Sint-Joris (Mar Behnam-klooster)

Mar Behnam is een christelijke heilige uit Adiabene, een antiek koninkrijk in wat ooit Assyrië had geheten en tegenwoordig Koerdistan heet. In de vierde eeuw na Chr. is hij om het leven gebracht door de Sassanidische koning Shapur II, die u misschien kent als de tegenstander van de Romeinse keizer Julianus de Afvallige. In de twintigste eeuw werd Sint-Behnam vooral vereerd door moslims en door de christenen die worden getypeerd als monofysitisch, West-Syrisch, oosters-orthodox of miafysitisch: een hele catalogus van namen – ik schreef er al eens over – waarvan de Kopten en Armeniërs het bekendst zijn.

Het graf van de heilige Behnam is in een klooster, even ten noorden van Mosul aan de Tigris, dat wordt beheerd door de Syrisch-katholieke kerk, en dat zijn dan weer monofysitische christenen die het gezag van de paus respecteren. Deze wat complexe achtergrond maakte het klooster tot een natuurlijk doelwit van de zogenaamd Islamitische Staat: niet alleen werden hier relikwieën vereerd van een heilige terwijl een mens alleen God mag vereren, het waren ook nog christenen die eigenlijk pro-westers waren. Hét probleem van christenen in het Midden-Oosten is immers dat ook het gehate, imperialistische Europa christelijk is.

Lees verder “Sint-Joris, uitgewist”

Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak (achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zo meteen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co”