Romulus en Remus & co

Romulus en Remus op een munt uit Pisidië (onbekend museum)

Al ruim eenentwintig eeuwen geldt de eenentwintigste april als de stichtingsdag van Rome. Volgens de traditie waren Romulus en Remus, zoals de stichters heetten, eigenlijk herders, en dat is wat raar, aangezien in de meeste verhalen over stadstichtingen de klus in handen is van koningszonen of aristocraten. Waar komt het Romeinse verhaal vandaan?

Verzonnen dateringen

Eerst iets over de datum. Op 21 april vierden de Romeinen de Parilia. Het was een herdersfeest, waarbij mensen sprongen over vuurtjes van stro en olijftakken. Omdat de Romeinen meenden dat de oudste kern van hun stad iets primitiefs moest zijn geweest, en omdat ze niets primitievers kenden dan herders, redeneerden ze dat de eerste Romeinen ook wel herders zouden zijn geweest. Je zou het een sociologische theorie kunnen noemen. In elk geval heeft het niets van doen met de historische waarheid, want die is dat de eerste bewoners van Rome boeren waren. Niks herders, het archeologisch bewijs is zonneklaar. Maar goed. Als je aanneemt dat de eerste Romeinen herders waren, dan houd je herdersfeesten in ere, en vanaf de eerste eeuw v.Chr. meende men dat Rome was gesticht op 21 april.

Lees verder “Romulus en Remus & co”

Alexander de Grote in Alexandrië

Alexander als stichter van Alexandrië (Louvre, Parijs)

Vorige maand blogde ik over het bezoek dat Alexander de Grote bracht aan de oase van Siwa, waar hij het orakel van Ammon bezocht en ongevraagd vernam dat hij de zoon van Zeus was. Na deze gebeurtenis keerde hij naar de kust terug, naar de plek waar hij een stad wilde stichten.

Alexandrië

De stedenbouwkundige Deinokrates van Rhodos had voorbereidingen getroffen en op 7 april 331 v.Chr. voltrok Alexander het stichtingsritueel van de nieuwe stad, die wel eens wordt getypeerd als zijn meest duurzame erfenis. Voor het moment was Alexandrië echter vooral een instrument om de graanhandel met de Griekse wereld te controleren, en uit verschillende contemporaine teksten blijkt dat de administrateur van Egypte, Kleomenes, de Grieken inderdaad fikse bedragen liet betalen voor het Egyptische graan.noot Aristoteles, Oikonomikos 1352a17ff en 1352b13ff; Demosthenes, Redevoering 56.7-8.

Lees verder “Alexander de Grote in Alexandrië”

Poëzie: Een draak

Sint-Joris en de draak (Amay)

Een draak

Er was eens een draak met zeven hoofden
Vallende sterren, waarin de Kelten geloofden
Perseus, Michaël, Joris, Siegfried, Beowulf, Walewein
Vele helden kregen hem klein

Maar volgens Herman Clerinx kent het verhaal nog een staartje
De draak spuwde zijn vuur
In de literatuur
En gaf de pijp aan Maartje

[Een gastbijdrage van de huisdichter van deze blog, Hans Koonings. Het is vandaag Sint-Joris, u weet wel, van de draak. Dank je wel Hans!]

3500 jaar Sint-Joris (2)

Sint-Joris (Historisch Museum, Sofia)

In het eerste deel toonde ik hoe de legende van Sint-Joris via de legende van Sint-Theodorus teruggaat op het verhaal over Perseus. Maar het is ouder.

De groene man

Nog niet zo heel lang geleden waren er in het Midden-Oosten cultusplaatsen die werden gedeeld door christenen en moslims en soms ook door druzen en joden. Dat is niet zo vreemd. De grenzen tussen godsdiensten zijn niet overal en altijd scherp. In Libanon bestond lange tijd de gewoonte dat moslims, vóór de pelgrimage naar Mekka, de zegen kwamen vragen van de dorpspriester. Want waarom ook niet? Het had eeuwenlang reizigers beschermd, dus zo’n gebruik schaf je niet af. Moslims lieten zich ook weleens dopen, niet om christelijk te worden, maar omdat het doopsel kwade geesten op afstand hield. Ook dat was eeuwenlang goed gegaan, ook dat schafte je niet af. En in elk dorp waren de kinderen islamitisch ten tijde van het Suikerfeest en christelijk met Pasen. Je geloof is waar snoep valt te halen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (2)”

3500 jaar Sint-Joris (1)

Sint-Joris (muurschildering uit Bahdidat)

Draken bestaan niet en drakendoders bestaan dus evenmin. En toch hebben we een verhaal over Sint-Joris die een draak versloeg en een prinses bevrijdde. Dat moet ergens vandaan zijn gekomen.

De meest invloedrijke versie zal die zijn uit de Gulden Legende, een collectie christelijke heiligenlevens die rond 1260  is samengesteld door Jacob van Voragine, de aartsbisschop van Genua. Ik citeerde die al eens op deze blog. Als de heilige Georgius, zoals Joris in het Latijn heet, ergens in Libië een prinses wil bevrijden en daartoe ten strijde trekt tegen een waterdraak, beschermt hij zichzelf met een kruisteken, velt zijn lans en verwondt het ondier. Daarop beveelt hij de prinses de draak met haar ceintuur aan te lijnen en “als een goed afgerichte hond mee de stad binnen te brengen”. Bij het zien van het monster willen de bewoners vluchten naar de nabijgelegen bergen, maar Georgius legt hun uit dat God hem heeft gezonden om hen te bevrijden van het kwaad en dat ze zich alleen maar hoeven laten dopen. Als ze dat doen, zal hij de draak alsnog doden. En zo geschiedt: twintigduizend mensen bekeren zich tot het christendom, Joris doodt het ondier en er zijn vier span ossen nodig om het kadaver de stad weer uit te krijgen.

Lees verder “3500 jaar Sint-Joris (1)”

Medousa

Medousa (Archeologisch museum, Sousse)

Tot de Griekse mythologische menagerie behoren ook de gorgonen. U kent ze wel: het waren vrouwen die op hun hoofd in plaats van haar slangen hadden. Ze waren onsterfelijk, op één na: Medousa. Haar te doden was echter niet bepaald eenvoudig, want gorgonen hadden blikken die konden doden. Als je ze zag, versteende je.

De herkomst van de gorgonen

In deze mythologische wezens hebben de Grieken twee oudere wezens samengebracht. We weten zeker dat ze hebben gekeken naar de Humbaba-maskers uit het Nabije Oosten, die boze blikken wierpen naar ongewenste bezoekers. De iconografie van deze kwaadafwerende maskers en de Griekse afbeeldingen van gorgonen is nagenoeg identiek.

Lees verder “Medousa”

Sint-Joris & co

Sint-Joris en de draak (achttiende-eeuwse ikoon uit het Antivouniotissa-museum, Korfu)

Als religie mensenwerk is, en zelfs de diepst gelovigen erkennen dat dit voor minimaal de helft zo is, zijn ook de grenzen tussen religies mensenwerk. En ook de ontkenning van die grenzen. Dat is een van de redenen waarom het moderne Midden-Oosten zo boeiend is: de grens tussen de diverse joodse, christelijke, islamitische en druzische stromingen is vloeiend. Onze Sint-Joris, de drakendoder, wordt niet alleen vereerd door christenen, maar ook door moslims, die hem aanduiden als Khidr, de “groene man”. Ik herinner me dat een van zijn graven me werd aangewezen in de citadel  van Aleppo, waarover zo meteen meer.

De joden associëren Joris/Khidr met de profeet Elia. De druzen kennen hem op dezelfde wijze als beschreven in de Koran: iemand die slechte dingen lijkt te doen die in feite goed zijn, al herkent niet iedereen Gods voorzienigheid. Dit weet ik wel: of het nu in Syrië, Libanon of Israël/Palestina is, de gelovigen gebruiken elkaars cultusplaatsen en trekken zich van de grenzen tussen de religies, die in West-Europa zo dogmatisch zijn, niets aan. Ik schreef er al eens over.

Lees verder “Sint-Joris & co”