
[De komende tijd zal Kees Alders enkele blogseries schrijven over de antieke Chinese en Indische filosofische stromingen. Een inleiding was hier. De eerste serie over China stond daar. Hier is het negende blogje uit de tweede reeks over China: over Confucius. De introductie las u hier.]
Het is vrijwel zeker dat er geen invloeden van het confucianisme zijn op de Grieks-Romeinse filosofie en vice versa. Desondanks zijn er veel parallellen. Een belangrijk verschil is echter dat de Grieks/Romeinse denkers die we zullen noemen, afgezien van Sokrates, systeemdenkers waren: ze hadden één omvattende filosofie die metafysica, psychologie en ethiek behandelde. De oorspronkelijke filosofie van Confucius omvat eigenlijk alleen ethiek.
Confucius en Sokrates
De vergelijking met Sokrates zien we in commentaren regelmatig terugkomen. Confucius en Sokrates zijn bijna-tijdgenoten: de Griek werd (vermoedelijk) tien jaar na de dood van de Chinees geboren. Zowel Sokrates als Confucius doceerden hun filosofie mondeling, via gesprekken, en we kennen ze beiden alleen doordat anderen over hen schreven. Van beiden weten we wel dat ze historische figuren zijn geweest.
Sokrates en Confucius boden allebei onderwijs voor mensen van alle sociale klassen. Ieder mens is volgens hen geschikt om zichzelf met de juiste instelling en studie te verbeteren. Een verschil is overigens dat Sokrates ook vrouwen aanhaalde als voorbeeld of zelfs als lerares, en dat Confucius zich eigenlijk alleen maar neerbuigend over vrouwen uitliet. Sokrates is geen feminist, maar hij is in het benadrukken dat ieder mens dezelfde potentie heeft om wijsheid te bereiken in die zin wel consequenter dan Confucius.
Inhoudelijk valt op dat beide mannen uitgesproken moraalfilosofen waren. Beiden zijn trouw aan de rituelen van de godsdienst en de staat, maar ze zijn daar niet dogmatisch in, en zoeken rationele onderbouwing. Beide filosofen hebben een zeker dedain voor hooggeboren mensen die zich daarop voor laten staan, en ze zetten zich af tegen mooipraters.
Confucius en Plato
Ook de vergelijking met Plato wordt regelmatig gemaakt. Niet voor niets, want omdat we Sokrates vooral kennen via de pen van Plato geldt bijna alles wat we vooraf zeiden over Sokrates en Confucius ook voor Plato en Confucius.
Wat Plato voor de westerse filosofie is, is Confucius voor de Chinese filosofie: zij zijn binnen hun eigen cultuur de filosofen waarnaar bijna alle filosofen na hen zich toe lijken te willen verhouden. Beiden leggen een nadruk op intellectuele inspanningen om een verlichte staat te bereiken. Beide denkers staan een filosofische heerser voor, die het regeren eigenlijk eerder als last dan als lust ziet, en zijn macht ontleent aan zijn morele kwaliteiten. Zowel Confucius als Plato heeft mislukte reizen gemaakt om machthebbers van verschillende staten ook daadwerkelijk te overtuigen te regeren volgens zijn filosofische principes.
Beiden wijzen er ook op dat in een ideale samenleving niet zoveel regels nodig zijn, omdat waar deugdelijk bestuur is en het goede voorbeeld gegeven wordt, de mensen niet geneigd zullen zijn tot opstandig gedrag of misdaad.
Confucius en Aristoteles
Confucius wordt ook vaak vergeleken met Aristoteles, vooral omdat ze een overeenkomstige ethiek hebben. Beide filosofen leggen de nadruk op de ontwikkeling van de deugden en het karakter.
Dit staat tegenover andere benaderingen van ethiek. Zo is er de plichtenethiek (deontologie), zoals in het westen met name Immanuël Kant die formuleerde, waarbij wat goed en slecht is gebaseerd is op algemeen geldende wetten en regels, en niet door karaktervorming en training. We zullen zien dat Confucius’ beroemde volgelingen Mencius (Mengzi) en Xunzi ook elementen van een plichtenethiek ontwikkelen, zij het met een eigen invulling.
Een andere benadering is de contractenethiek, waarin morele regels berusten op wederzijdse afspraken – een sociaal contract, zoals bij Thomas Hobbes en Jean-Jacques Rousseau in de zeventiende eeuw. In de Chinese filosofie zullen we zien dat het zogenaamde legalisme zo’n visie op moraal heeft, waarin ethiek gebaseerd is op strikt te handhaven regels.
Ten slotte is er het consequentialisme (gevolgenethiek, utilitarisme), waarbij wat goed of slecht gedrag is wordt beoordeeld op de gevolgen, zoals bij negentiende-eeuwse denkers van het liberalisme als Jeremy Bentham en John Stuart Mill. We zien het ook bij het Chinese mohisme, dat we in een volgende serie zullen behandelen.
Een deugdenethiek werd lange tijd gezien als een typisch verschijnsel uit de Oudheid. Moderne westerse denkers over ethiek verwezen liever naar Kant, Rousseau of Mill. Maar de laatste decennia is er in navolging van Aristoteles en Confucius hernieuwde belangstelling voor ethiek als karaktervorming en persoonlijke ontwikkeling. Denkers als Alasdair MacIntyre (After Virtue) en Martha Nussbaum (The Fragility of Goodness) zien ethiek als dé weg om jezelf te ontwikkelen tot een “volwaardig mens”.
Een andere opvallende overeenkomst tussen Confucius en Aristoteles is dat beiden het midden tussen extremen leidend maken in hun ethiek: beiden zien extreem gedrag als ontspoord gedrag.
Confucius en de Stoa
Tenslotte zien we parallellen tussen Confucius en de Late Stoa, waar beide de nadruk leggen op continu zelfonderzoek en zelftraining. Dat zien we ook sterk terug bij Seneca en Marcus Aurelius. De Analecten doen op hun beurt weer denken aan het Encheiridion van Epiktetos (Epictetus). Dit werk is natuurlijk veel later en in een totaal andere cultuur ontstaan, maar het is er in verschillende opzichten mee vergelijkbaar. Beide werken bestaan uit uitspraken en aforismen van “de meester”. Daarbij zijn beide werken ontstaan doordat ze door latere leerlingen zijn opgetekend. Verder hebben ze eenzelfde doel, namelijk het leiden van een goed leven door morele zelfcultivatie. Een groot verschil is dat in de Analecten niet alleen uitspraken van Confucius zelf staan, maar ook van zijn directe leerlingen.
Confucius en Boeddha
Hoewel China en India natuurlijk geografisch gezien dichterbij elkaar liggen dan China en Europa, is de afstand nog behoorlijk groot, en het terrein was moeilijk te bereizen. Omdat Confucius en Boeddha tijdgenoten lijken te zijn geweest en niet na elkaar leefden, is beïnvloeding tussen die twee erg onwaarschijnlijk.
We hebben dan ook geen enkele aanwijzing van invloed van Confucius op het denken van Boeddha of vice versa. Ze hielden zich met andere dingen bezig: Confucius was een ethicus die zich bezighield met hoe mensen met elkaar omgingen en hij had als doel een harmonieuze samenleving, Boeddha wilde het lijden opheffen.
Toch zijn er een paar interessante overeenkomsten. Beide geven resoluut aan dat ze geen metafysische vraagstukken willen behandelen. Ze willen niets zeggen over zaken als de eindigheid of oneindigheid van de wereld, of wat er precies gebeurt na de dood.
Daarbij pleit ook Boeddha, die daarin overeenstemt met Confucius en Aristoteles, voor een “weg van het midden”, en hij waarschuwt net als Confucius voor filosofisch fanatisme en extremen. Boeddha en Confucius hebben weinig op met mensen die zich overgeven aan genot, maar hebben ook weer weinig met asceten die denken verlossing of verlichting te krijgen door pure zelfopoffering.
In de laatste aflevering in onze serie over Confucius kijken we naar zijn relatie met het moderne westerse denken.
[Deze gastbijdrage van Kees Alders wordt vanmiddag vervolgd. Dank je wel Kees!]
Zelfde tijdvak
De Perzische Oorlogenjuli 21, 2022
Castor en Pollux in Rome (1)januari 27, 2024
Anatolische talenmei 26, 2021

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.