
Ik heb wel eens eerder en met niet ingehouden woede verteld over de wijze waarop Keulen in 2009 zijn archieven verloor en in één moeite door ook het Hanze-archief van Brugge. Het gebouw stortte in en de stukken waren niet gedigitaliseerd, en vooral dat laatste stak me. Al heel vroeg hebben webmasters gezegd dat oude documenten voor iedereen leverbaar moesten zijn: immers, we streven naar Public Engagement with Science. Maar in heel Europa hebben archiefmensen te laat gerealiseerd dat hun verantwoordelijkheid tegenover het geïnteresseerde publiek samenviel met hun bewaarplicht. In Keulen heeft men de rekening voor deze dwaasheid gepresenteerd gekregen.
Ik ben vorige week zaterdag eens langs de plaats van de ramp gefietst, de Severinstrasse 222. Het moet de Keulenaren worden nagegeven dat ze niet verheimelijken wat zo verkeerd is gegaan en er ter plekke uitleg van geven. Zo vernam ik dat het middeleeuwse (en recentere) archief al sinds 1971 op deze plek was gevestigd. De oudste stukken waren al een millennium oud, en betroffen niet alleen de stad Keulen, het aartsbisdom en de Brugse Hanze, maar ook allerlei erfenissen en 500.000 foto’s. Het gebouw was speciaal als depot ontworpen, met extra dikke muren en weinig ramen, wat de klimaatbeheersing vereenvoudigde.
En toen werd, zoals ik al eerder vermeldde, de metro aangelegd. Recht voor het archiefgebouw kwam een bijna dertig meter diepe bouwput op de plek waar enkele wissels moesten komen. Om een of andere reden – dit deel van het onderzoek loopt nog – is het archiefgebouw nooit gekomen op de lijst van bouwwerken waar speciale aandacht voor moest zijn. De archivarissen meldden al in de zomer van 2008 dat er scheuren waren in de muren, maar aanvankelijk reageerden de stedelijke autoriteiten niet, ook niet toen in december 2008 een ingenieursbureau adviseerde experts uit te nodigen om te komen kijken naar de scheuren.
Op dat moment – december 2008 dus – sijpelde er al grondwater in de bouwput, en de aannemer had al aangegeven dat er extra kosten zouden zijn voor de stabilisering. Vanaf toen waren de problemen dus zeker bekend. In februari werd duidelijk hoe urgent ze waren: het archiefgebouw stond uit het lood. Op 3 maart 2009 gebeurde toen het onvermijdelijke: het depot zakte voorover in de bouwput. Ook twee aangrenzende woonhuizen stortten in, waarbij twee doden vielen; zesendertig mensen verloren hun huis en voor één dame was dat reden om zelfmoord te plegen.
Uiteraard kwam er onderzoek, waarvoor een nieuwe bouwput nodig was. Het werd duidelijk dat het bouwbedrijf het grondwater niet adequaat had verwerkt en dat niet alleen water was afgevoerd maar ook zand. Het onderzoek zelf kostte ruim 100 miljoen euro en duurde tot 2018.
Het redden van alle archiefmateriaal, dat wekenlang in het grondwater lag, betekende dat men tot dertig meter diep moest graven. (Kosten: 26 miljoen euro.) Ongeveer 95% van de stukken is geborgen, en allerlei vrijwilligers, ook uit Nederland, hielpen bij de conservering. De helft van de documenten is voorgoed beschadigd, een derde is zo goed als vernietigd, maar een zesde valt nog te herstellen. Alle stukken werden overgebracht naar andere depots, waar men eigenlijk niet goed wist wat men in handen kreeg. De eerste taak was conservering, de tweede was uitzoeken wat waar was. Een akte kon in vier delen zijn verscheurd en op maar één fragment stond een archiefcode.
In 2020 is de schade van wat bekendstaat als het “Ground Zero” van Keulen becijferd op 1,3 miljard euro, en de stad Keulen heeft met de aannemer geschikt: die betaalde 600 miljoen. Dat was de materiële schade; de culturele schade is natuurlijk niet in geld uit te drukken. Inmiddels is een nieuw depot gebouwd, vér van de metrolijn, en zijn de stukken daar samengebracht. Daar zal nog decennia lang worden gewerkt aan de identificatie en restauratie van de stukken. De metro die in 2011 had moeten rijden, zal vermoedelijk zijn eerste rit maken in 2030.
Zelfde tijdvak
De Trojaanse Oorlog, een visiejuni 20, 2016
Goed nieuws over papyrologie!december 16, 2021
Gezongen geschiedenislesjuli 29, 2013

Over die andere Duitse mythe, Gründlichkeit, heeft men het al een tijdje niet meer.
Als professioneel archivaris (tot 2005) ben ik meermalen op (werk)bezoek geweest in wat nu een afbraakproject is. Ik ben ook jarenlang betrokken geweest bij de modernisering van de bouwvoorschriften voor Nederlandse archiefgebouwen, en het Keulse archief was daarvoor één van de inspiratiebronnen. De effecten van het grondwater hebben overigens ook in Amsterdam geleid tot het verzakken van een paar historische panden op de Vijzelgracht, inderdaad bij de aanleg van de metrolijn.
Het op grote schaal digitaliseren van historische archieven stond in 2009 nog in de kinderschoenen. In Nederland beperkte men zich toen nog tot de burgerlijke stand en zijn voorgangers, de doop- trouw- en begraafboeken. Eigenlijk pas sinds ongeveer 2015 worden er ook op grote schaal andere stukken gedigitaliseerd, te beginnen met kwetsbare stukken als perkamenten oorkonden, en later bestuursarchieven. Als er goede microfilms zijn, kunnen die het proces versnellen. Men moet zich echter wel realiseren dat 1 strekkende km archief 1000 x 10.000 vellen papier omvat, al dan niet dubbelzijdig beschreven of bedrukt. Het archiefwezen liep/loopt in Duitsland vergeleken met Nederland nogal wat achter.
Als professioneel archiefmedewerker sluit ik mij hierbij aan. Digitalisering was in dier tijd al wel een ding, maar vooral voor het massaal digitaliseren van eenduidige stukken, bijvoorbeeld bij woningbouwverenigingen en verzekering. Bijna alle voorlopers die ik toen kende hebben hun verzamelingen later opnieuw moeten scannen.
Voor een zo oude en diverse verzameling als Jona hier beschrijft schat ik dat een project van tien jaar of langer nodig was geweest. Ik denk daarom te kunnen stellen dat deze ramp – anders dan door tijdig te stukken – niet te voorkomen was.
Ik geloof je op je woord dat de digitalisering van de stukken van ambtelijke stukken was begonnen en moeizaam verliep.
Het probleem dat ik aansneed was de digitalisering van middeleeuwse handschriften. Die werd niet eens nodig gevonden. Toen bijv. Roger Pearse verzocht om scans of foto’s van bepaalde manuscripten, kreeg hij antwoordmail dat het voor niet-wetenschappers niet nodig was en dat wetenschappers boeken hadden. Het is dezelfde minachting voor niet-academici die open access blokkeerde, zodat we zijn afgesneden van een kwart eeuw kennis.
Ik word hier stil van.
Dit was het gevolg van onkunde en het negeren van waarschuwingen. Een net zo grote (zo niet grotere) culturele ramp vind ik de moedwillige vernietiging van de Buddhas van Bamiyan door de Afghaanse Taliban.
Wat een vreemde vergelijking.
Waarom niet direct de Bibliotheek van Alexandrië op de hoop gooien? Of het verlies van kunstschatten in de Tweede Wereldoorlog? De val van Constantinopel? De recente brand in het museum van Soechoemi? De brand in de Vondelkerk?
Keulen en Bamyan hebben niets met elkaar te maken waar het gaat om de oorzaak.
Wat een intriest verhaal, WO2 overleven en dat op zo’n domme manier alles kwijt.