Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome

Portret van een Romein uit de tijd van Macrobius (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

De wortels van de taalwetenschap liggen in de didactiek. Mensen willen weten hoe een taal in elkaar zit omdat ze die taal willen leren. Het helpt dan als iemand ze regelmatigheden aanwijst; het bijvoeglijk naamwoord staat altijd voor het zelfstandig naamwoord in deze taal, en de derde persoon enkelvoud eindigt altijd op een p. Maar het wordt pas wetenschap als je dat praktisch nut loslaat, als je je afvraagt waarom dat bijvoeglijk naamwoord daar staat en hoezo talen eigenlijk een derdepersoonsvorm van een werkwoord hebben.

In de vijfde eeuw na Chr. legde bijvoorbeeld ergens in het Romeinse Rijk een geleerde heer twee talen naast elkaar die hij allebei al perfect beheerste en die hij aan niemand leren wilde. Geen enkel praktisch doel had hij, hij wilde alleen maar snappen hoe het zat.

Die heer was Ambrosius Theodosius Macrobius, een Romeinse homme de lettres die we vooral kennen van een verhaal over een fictief geleerd diner, de Saturnalia, en van een commentaar op Cicero. Maar Macrobius schreef ook een kort traktaat over het Griekse en het Latijnse werkwoord, en daar schreef Kees Versteegh – zelf geïnteresseerd in ongeveer alles, misschien wel de Nederlandse taalkundige met het breedst uitwaaiende oeuvre – een interessant artikel over. De taalwetenschap is over de hele wereld op verschillende plaatsen en in verschillende tijden geboren, maar dit was zo’n moment.

Spiegelbeeld

De meeste Latijnse grammatici vóór Macrobius vergeleken hun taal ook met het Grieks. Alleen deden zij dat met een praktisch doel voor ogen. Hun leerlingen waren bijvoorbeeld Grieken die Latijn wilden leren, of andersom, en dan is een vergelijking handig: kijk, dit lijkt op wat je al kent, en dit is anders. De grammatica was de dienstmaagd van het taalonderwijs.

Macrobius was geen schoolmeester — hij had eerder verachting voor al dat nuttige gedoe, net als zijn grote voorbeeld Aulus Gellius — en zijn lezers waren zeker geen beginners, maar waren belezen Romeinen die de twee talen allang spraken en die alleen maar nieuwsgierig waren naar hoe ze zich tot elkaar verhielden. Versteegh noemt hem daarom “een echte vergelijkende taalwetenschapper”.

Er is bijvoorbeeld een regeltje te ontdekken als je lettergrepen telt. In het Latijn heeft een actief werkwoord in de tweede persoon meestal één lettergreep minder dan in de eerste — doceo, doces — terwijl bij de lijdende vorm het aantal gelijk blijft: doceor, doceris. In het Grieks is het precies omgekeerd: daar blijft het actief gelijk — λούω, λούεις — en is het juist de passieve tweede persoon die inkrimpt: γράφομαι, γράφῃ. Een spiegelbeeld! En je hebt er echt helemaal niets aan.

Notendop

Het is geloof ik nog geen wetenschap – want Macrobius probeert ook niet echt een verklaring voor dat spiegelbeeld te vinden in een bepaalde theorie – maar het is er wel het voorstadium van. Het is het stadium van de verwondering. Macrobius vindt allerlei wonderlijke feiten. Hij ziet dat een Grieks voorzetsel vaak niets aan de betekenis toevoegt en een Latijns voorzetsel bijna altijd wel. Hij heeft het over de “kinship”, de coniunctissima cognatio tussen beide talen. De handen van de taalwetenschapper gaan jeuken om die feite te verklaren.

Wetenschap is natuurlijk niet per se nutteloos. Je kunt het nut alleen niet voorspellen. Juist omdat het geen leerboek was, ging Macrobius’ traktaat overigens bijna verloren. Een negende-eeuwse Ierse geleerde, Johannes Scotus Eriugena, redde alleen het Griekse deel, omdat dáár aan het hof van Karel de Kale wél behoefte aan was. De prewetenschappelijke nieuwsgierigheid van Macrobius overleefde ironisch genoeg omdat het voor iemand anders nuttig kan zijn. En Versteegh documenteert dat nu weer, alleen maar gedreven door wetenschap (niemand heeft er praktisch iets aan om kennis te nemen van Macrobius). Dat lijkt me de wetenschapsgeschiedenis in een notendop.

[Deze gastbijdrage van Marc van Oostendorp verscheen eerder op Neerlandistiek. Dank je wel Marc!]

Deel dit:

Een gedachte over “Schoolmeesters en taalwetenschappers in Rome

Reageren is alleen mogelijk voor site‑leden.
Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.