Ibn al-Wardi over de Pest

De Umayyadenmoskee in Damascus, waar moslims, christenen en joden in 1349 samen hun gebeden uitspraken.

Abū Ḥafs Zayn al-Dīn ʻUmar ibn al-Muẓaffar Ibn al-Wardī, kortweg Ibn al-Wardi, was een Palestijnse geschiedschrijver en filosoof. Hij is geboren rond 1290 en overleden aan de Pestepidemie die in 1348/1349 door de Levant trok. Harde demografische cijfers ontbreken, maar er zijn aanwijzingen dat de Zwarte Dood in Egypte en Syrië nog erger was dan in West-Europa: ruim 42% van de bevolking zou zijn overleden aan de “haastige ziekte”.

Ibn al-Wardi beschreef de epidemie die hem het leven zou kosten in zijn Essay over het verloop van de Pestilentie. De tekst begint met een kort gebed, beschrijft dan de opmars van de ziekte, en gaat vervolgens over in een smeekbede en een (gedeeltelijk poëtische) beschrijving van de menselijke reacties, en eindigt met een nieuwe smeekbede.

***

God is in elke tegenspoed mijn redding. God alleen is mij voldoende. Zou God niet voldoende bescherming zijn voor Zijn dienaar?

Oh God, ik bid voor onze profeet, Mohammed: vrede zij met hem. En voor ons bid ik: omwille van Uw profeet, red ons van de aanvallen van de Pest en behoed ons.

***

De Pest joeg eerst angst aan en doodde daarna. Hij begon in het land van de duisternis. Oh, wat een bezoeker! Hij heerst al vijftien jaar. China is er niet voor behoed gebleven en het sterkste kasteel kon hem niet tegenhouden. De Pest teisterde de Indiërs in de Punjab en drukte zwaar op de Indusvallei. Met harde hand sloeg hij het land der Oezbeken. Hoeveel ruggen heeft hij in Transoxiana gebroken?

De Pest nam toe. Hij verspreidde zich verder. Hij viel de Perzen aan en knaagde aan de Krim. Als met hete kolen beschoot hij Constantinopel en hij woedde op Cyprus en de eilanden. In Caïro vernietigde de Pest alle inwoners. Hij richtte zijn oog op Egypte en zie, de mensen waren ontzet. Hij legde in Alexandrië alles stil. Oh Alexandrië, deze epidemie is als een leeuw die zijn poot naar je uitstrekt. Heb geduld en onderga deze beproeving, die van de zeventig mensen er slechts zeven in leven laat.

Toen wendde de Pest zich naar Boven-Egypte. Hij zond een storm uit naar Barka. De Pest viel Gaza aan en deed Askalon schudden. De Pest benauwde Akko. De Pest kwam naar Jeruzalem en betaalde de pelgrimsbelasting middels dode zielen. Hij overviel de mensen die vluchtten naar de Al-Aqsa-moskee, die staat naast de Rotskoepel. Als de deur van barmhartigheid niet geopend was geweest, zou dit het einde van de wereld zijn geweest.

Toen versnelde de Pest zijn tempo en viel de hele kustvlakte aan. De Pest overviel Sidon en daalde onverwachts neer op Beiroet. Vervolgens richtte hij zijn pijlen op Damascus. Daar zat de Pest als een koning ten troon en doodde dagelijks duizend of meer mensen en roeide de bevolking uit. Met zijn builen vernietigde hij de hele mensheid.

***

Oh God, herstel Damascus en behoed haar voor oneer. Haar moreel is zo verlaagd dat de mensen zichzelf verkopen voor een beetje graan.

Oh God, de Pest handelt op Uw bevel, maar neem hem van ons weg. De Pest heerst waar U wil, maar houd hem vér van ons. Wie anders dan U, Almachtige, kan ons beschermen tegen deze verschrikking?

Op hoeveel plaatsen is de Pest niet binnengedrongen! Hij heeft gezworen de huizen niet te verlaten zolang er bewoners zijn. Hij doorzocht ze met een lamp.

***

Hij veroorzaakte dezelfde onrust onder de mensen van Aleppo. … Oh, als je toch eens de aristocraten van Aleppo kon zien, hoe ze hun boeken over geneeskunde bestuderen. Ze volgen alle remedies op: ze eten gedroogd en zuur voedsel, ze smeren de dodelijke builen in met Armeense klei, ze parfumeerden hun huizen met kamfer, bloemen en sandel. En ze droegen robijnen ringen en deden uien, azijn en sardientjes bij hun dagelijkse maaltijd.

En wij, wij vragen God om vergeving voor onze zondige zielen, want de Pest is zeker een deel van Zijn straf. Sommigen zeiden dat het de bedorven lucht was die doodt, maar ik zeg dat het de liefde voor corruptie is die doodt.

De een smeekt de ander om te zorgen voor zijn kinderen, de tweede neemt afscheid van zijn buren.
De derde vervolmaakt zijn werken, de vierde weeft zijn lijkwade.
De vijfde verzoent zich met zijn vijanden, de zesde behandelt zijn vrienden vriendelijk.
De een is vrijgevig, de ander sluit vriendschap met verraders.
De een doet afstand van bezit, de ander bevrijdt zijn slaven.
De een verandert zijn karakter, terwijl de ander zich betert.
De Pest heeft echter allen gevangen.

De Pest staat klaar voor de ultieme vernietiging. Er is vandaag geen andere bescherming tegen de Pest dan Zijn barmhartigheid, God zij geprezen.

***

Oh God, wij roepen U aan om de gruwelijke epidemie te beëindigen. We zoeken geen andere remedie dan U. We vertrouwen niet op onze eigen goede gezondheid, maar op U. Tegen deze slagen zoeken wij Uw bescherming, oh Heer van de schepping.

We vragen om Uw barmhartigheid, die immers groter is dan onze zonden, ook al zijn die talrijker dan het zand en de kiezels. Wij smeken U, door de meest geëerde van onze pleitbezorgers, Mohammed, de Profeet van barmhartigheid, dat U deze ellende van ons wegneemt. Bescherm ons tegen het kwaad en de marteling en bewaar ons.

Deel dit:

5 gedachtes over “Ibn al-Wardi over de Pest

  1. Robbert

    Aangrijpende beschrijvingen van de ellende van de pest bij een groot vertrouwen in God’s barmhartigheid.
    Tegelijkertijd is die vraag om hulp van een hogere macht die de ellende toelaat voor mij onbegrijpelijk.

  2. Kees Voorburg

    3x achter elkaar gelezen, want zeer Indrukwekkend! Dank daarvoor!

    Raar dat dit niet wereldberoemd is.

    Terzijde: herinner me een discussie met (in Marokko) hoog opgeleide partner van bevriend moslim-collega: dat de Islam het juiste geloof is, zo betoogde hij, bleek o.a. uit het feit dat die epidemie alleen de christelijke wereld had getroffen… Aardige kerel, en niet al te strikt in de leer – liet zich bijvoorbeeld een glaasje wijn goed smaken.

    Vroeg me af wat men m.b.t geschiedenis zoal leert op het Marokkaanse equivalent van VWO.

Reacties zijn gesloten.