
Mijn vriendin en ik waren een week op vakantie in Duitsland. De fietsen konden mee in de trein naar Keulen en daarvandaan peddelden we via Brühl, waar we weleens eerder waren geweest, naar Bonn. Hoewel het de afgelopen week heet was, hebben we eigenlijk alleen die eerste middag wat moeite met de warmte gehad, want alle andere dagen stonden we om 5:30 op, waardoor we de hitte steeds vóór waren. We hebben Duitsland dus vooral in de ochtend gezien en musea in de middag.
Bonn
Ik wilde al een tijd naar Bonn, want het Haus der Geschichte, het nationaal historisch museum van de Bondsrepubliek, had een nieuwe vaste opstelling. Daarover blog ik aanstaande maandag, maar ik kan u alvast vertellen dat het museum opnieuw de moeite van een bezoek dubbel en dwars waard is.

Het Romeinse badhuis van Bonn was de eerste van enkele gesloten Romeinse opgravingen die we de afgelopen dagen dus niet hebben kunnen zien. De online-informatie was verouderd. Gesloten Romeins erfgoed is overigens niet ongebruikelijk: het aanbod is overal langs de Rijn ruwweg hetzelfde en overal even oppervlakkig, zodat het publiek, als het één keer is geweest, weinig reden heeft terug te keren.
Bonn heeft een Egyptisch museum, gevestigd op de bovenverdieping van een gebouw waarin ook een voorlichtingspunt van de universiteit, een café en een collectie gipsafgietsels zijn te vinden. De Egyptische collectie was minder dan die in Leipzig, waarover ik zojuist schreef. De vitrines hadden geen ontspiegeld glas en de (overigens goede) uitleg moest je opzoeken met een app. Mateloos irritant. Niet alleen zijn er volop mensen zonder mobiele telefoon, maar het is bovendien onhandig. Als je bijvoorbeeld met je telefoon een foto maakt van een voorwerp, kun je niet snel even het bordje met uitleg fotograferen, maar moet je naar een andere app om het screenshot maken. Begrijp me niet verkeerd: als het museum zo vooral aanvullende informatie had verstrekt, was het prachtig. Maar het museum gebruikt de app ter vervanging van de normale informatie. Dat is te omslachtig om behulpzaam te zijn, zeker als sommige voorwerpen niet in de app zijn opgenomen.

In het noorden van de stad is het Academische Kunstmuseum. Het gaat om een zaal met gipsafgietsels en vier of vijf zalen met antieke kunst (meest Grieks, Romeins en Egyptisch-Romeins). Dit was de tegenpool van het Egyptische museum: het materiaal was traditioneel maar goed opgesteld, en de gedegen uitleg was te lezen op bordjes. Dit museum bevat geen echt spectaculaire stukken, maar ik was blij het allemaal eens gezien te hebben.
Langs de Rijn
De volgende dagen fietsten we terug naar Keulen en via het Neanderdal naar Dorsten. Dus eigenlijk stroomafwaarts langs de Rijn, zoals we eerder hadden gedaan, maar nu over de andere oever, door het westelijke Roergebied.
In Keulen bezochten we het Belgisches Haus, waar enkele stukken uit het Römisch-Germanisches Museum zijn. Ze zijn al jaren bezig dat beroemde museum te renoveren en een datum voor de oplevering is er nog niet, omdat het project hand-in-hand gaat met de renovering van een plein, waarvoor de Europese aanbesteding nog moet beginnen. Het Belgisches Haus bij de Neumarkt is officieel een tijdelijke opstelling maar zal nog jaren het enige zijn dat we kunnen bekijken. Sommige stukken kende ik wel, andere niet, maar op de bovenverdieping was veel aandacht voor de Late Oudheid, met schitterend glaswerk, en dat doet vermoeden dat als het eigenlijke museum weer open gaat, het accent iets zal verschuiven naar de Frankische tijd.

Over het Neanderthal Museum schrijf ik later. Het is de moeite zeker waard. Zoals u vermoedelijk al begreep ligt het eerst gevonden exemplaar van deze mensensoort (de “Neandertal 1”), niet langer in het Landesmuseum in Bonn maar in dit nieuwe museum, op een boogscheut van de vindplaats. Wij overnachtten in een charmant dorp, Hilden, waarvan ik me vooral herinner dat er mooie vakwerkhuizen waren en dat het hotel airco had.
Duisburg kent een stadshistorisch museum dat niet heel bijzonder is, maar een prachtige collectie heeft gewijd aan Gerard Mercator. De grote cartograaf kwam weliswaar uit Vlaanderen, maar deed zijn werk in Duisburg, dat in de zestiende eeuw weliswaar over zijn middeleeuwse hoogtepunt heen was, maar nog altijd een universiteit bezat en een levendig intellectueel centrum was. Pas door de industrialisering groeide de stad uit tot wat ze nu is: de grootste binnenvaarthaven ter wereld. Het museum dat aan de binnenvaart is gewijd, bleek zo aardig als we vermoedden. Op weg naar de supermarkt waar we ons avondeten haalden, zagen we een straatje dat was gewijd aan Duisburgs bekendste ingezetene, Horst Schimanski, wiens jack we al hadden gezien in het stadshistorisch museum.

Ik noem nog het Joods Museum van Westfalen in Dorsten, dat vooral is gewijd aan het joodse leven en dat de Holocaust weliswaar niet negeert, maar ook niet zwaar aanzet. Het eindigt met de sterke groei van de joodse gemeenschap na het neerkomen van de Muur. De ooit tweetalig Duits-Jiddische groep spreekt nu weinig Jiddisch maar wel alle talen uit het voormalig Oostblok.
Fietsen in Duitsland
Het laatste stuk – van Holsterhausen naar Winterswijk – bleek onverwacht groen en makkelijk te berijden. Geen drukke wegen, wel fijne bospaden. Het was het plezierige einde van een plezierige week, al was het hier en daar wat wennen. Er zijn in Duitsland overal fietspaden, maar je merkt dat ze in de steden pas zijn aangelegd toen er al autowegen waren. Er is dan een stuk asfalt gereserveerd voor wielrijders, waarbij aan alles is gedacht maar de fietsstroken niet liggen waar je ze verwacht. Niet zelden moeten fietsers en voetgangers hetzelfde trottoir delen. Niettemin: het gaat probleemloos.

O ja, het was heet. Zonnebrandcrème was dus nuttig, en de ellende met dat spul is dat het vaak zo vet is. Je zweet het even gemakkelijk je poriën weer uit. Wij ontdekten deze crème, die goed beschermt en die door je huid supergemakkelijk wordt opgenomen. In Duitsland kost het goedje trouwens maar de helft van wat het in Nederland kost.
PS
Ik schreef het vanmorgen al eerder, maar herhaal het even. Bij universitaire bezuinigingsrondes is er altijd speciale aandacht voor de geesteswetenschappen, die zich immers zelden presenteren als wetenschappen, daarom niet serieus worden genomen, weinig maatschappelijk draagvlak hebben en dus de doelwitten zijn waar je bij bezuinigingen het minste protest kunt verwachten. Bezuinigingen worden immers nooit door beleid ingegeven, maar vallen altijd daar waar geen weerstand zal zijn.
Deze maand wil de universiteit van Exeter bezuinigen en inderdaad, de humaniora zijn weer eens de klos. Petitie daar, maar het is geen woeste voorspelling dat ook dit keer geen universiteit en geen museum besluit het wetenschappelijke van de geesteswetenschappen te gaan benadrukken. Hoe het beter kan, ziet u daar.

Ik was in mei voor de tweede keer een paar dagen in Bonn. Het Romeinse badhuis, de Römische Badeanlage, aan de Adenauerallee, bevindt zich onder het gebouw van een theologisch instituut. Wij werden binnengelaten op het terrein door een automatische deur nadat we even via de intercom met de portier gesproken hadden. De collectie van het Academische Kunstmuseum was, ook in het tijdelijke gebouw, erg mooi, vooral de vele vazen.
Bezuinigingen worden heus wel door beleid (= een als onontkoombare rekensom vermomde ideologie) ingegeven. Geesteswetenschappen kunnen geen jaarrekeningen en dividenden voorleggen, dus daar schrappen we eerst. Je hebt gelijk dat er weinig weerwerk is, maar de geesteswetenschappen ontberen ook de financiële macht om te lobbyen en de steun van het bedrijfsleven. Mecenaat beperkt zich dan tot uitpakken met aangekochte topstukken (“topindustrieel brengt Vlaams handschrift terug thuis!”), want dat is fotogenieker dan een of andere faculteit die dode talen bestudeert te steunen.
Schimanski ken ik via mijn moeder, die in Duitsland opgroeide. Derrick passeerde ook op de buis, maar Götz George liet waarschijnlijk meer vrouwenharten sneller slaan.