De ceders van de Libanon

De ceders die Buckingham zag (maar dan twee eeuwen later)

Op weg naar India bezocht de reislustige Britse journalist James Buckingham (1786-1855) Libanon. Ik blogde al over hem. Later publiceerde hij Travels among the Arab Tribes Inhabiting the Countries East of Syria and Palestine (1825), waaruit de volgende beschrijving van de ceders komt. De bovenstaande foto toont het door Buckingham genoemde “kleine bosje”. Ik heb er zelf eens rechtsomkeert moeten maken naar Bcharre.

***

Bcharre verlatend, klommen we een uur over lichte sneeuw tot we bij de Arz el-Libenein kwamen, of de ceders van de Libanon. De bomen vormen een klein bosje op zichzelf, alsof ze zo zijn geplant, en staan in een holte, omgeven door rotsachtige uitsteeksels, aan de voet van de berg die de hoogste top van de Libanon is. Er zijn, denk ik, op dit moment ongeveer 200 ceders, allemaal fris en groen.

Lees verder “De ceders van de Libanon”

Kahlil Gibran, De profeet

Bcharre

Ik schrijf dit in Bcharre, aan het einde van de Qadishavallei in noordelijk Libanon. Even verderop ligt, aan de voet van een heuvel waarop een Fenicisch graf staat, de schrijver Kahlil Gibran (1883-1931) begraven, de auteur van een boekje dat tijdens mijn jeugd door iedere volwassene leek te worden gelezen: De profeet. Er werd destijds hoog van opgegeven, en om die reden dacht ik dat ik het toch eens moest lezen voordat ik door dit stadje zou reizen.

Ik weet niet goed wat ik ervan denken. In elk geval is het een toegankelijke tekst: een profeet neemt afscheid van de mensen met wie hij een tijd heeft samengewoond en spreekt over een aantal onderwerpen: liefde, eten en drinken, misdaad en straf, vrijheid, vriendschap en aan het einde – goh, wat verrassend – de dood. In de vertaling van Aleid Swierenga en M. Desorgher worden deze declamaties, die zijn geschreven in een poëtisch soort proza, weergegeven in een statig Nederlands:

Lees verder “Kahlil Gibran, De profeet”