
[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]
Doordat wij bij een gezin woonden waar de jonge boer Jan heer en meester was, was de plaats van mijn ouders een heel andere geworden. Mijn moeder hoefde niet voor het eten te zorgen, mijn vader hoefde nergens te gaan werken. Dus staken zij de handen uit de mouwen en gingen op de boerderij aan het werk. Mijn moeder kon heel goed naaien en gelukkig was er een naaimachine, zodat zij hele dagen aan het werk kon blijven. Zij had dan ook helemaal geen zorgen over het gezin. Jan en Sientje waren eigenlijk onze ouders geworden, want zij waren de baas op de boerderij. Mijn moeder was niet helemaal gezond, zij had astma, een heel nare ziekte waar je het vreselijk benauwd van kunt krijgen. Maar een van mijn oudere broers heeft me later verteld dat zij al die maanden dat zij daar achter de naaimachine zat, daar nooit last van heeft gehad. Ook mijn vader werkte volop mee, maar hij werkte vooral als timmerman. Op een boerderij is altijd wel wat te maken of te repareren, dus Jan was al lang blij dat er een goede timmerman aan het werk was.




Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.