In memoriam

Hoe mijn vader boeken las

Vandaag is het een jaar geleden dat mijn vader overleed. Ik heb de afgelopen maanden grote bewondering gekregen voor mijn moeder, die haar leven opnieuw moet inrichten maar zich niet gek laat maken en alles gewoon in haar eigen tempo aanpakt. Langzaam maar zeker krijgt het huis wat andere accenten. De stoelen staan wat anders, een computer is verplaatst en de oude werkkamer van mijn vader is sinds vorige week in gebruik als logeerkamer voor mijn Curaçaose nicht en neef, die hun paasvakantie doorbrengen in Nederland.

De collectie romans van mijn vader zal over een tijdje, wanneer het mijn moeder schikt, gaan naar een meneer die ze zal bezorgen in enkele Gelderse zieken- en bejaardenhuizen. Maar zover was het vorige week nog niet. Mijn zus, broer en ik konden nog even langs de boekenkasten lopen om te zien of er iets bij zat van onze gading. Ik denk niet dat de Gelderse zieken en bejaarden het me kwalijk zullen nemen dat ik me heb ontfermd over mijn vaders exemplaar van de Historische Laut- und Formenlehre des Gotischen van Hans Krahe.

Lees verder “In memoriam”

Oorlogskind (25) Na de oorlog

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Langzamerhand kom ik aan het einde van mijn verhaal. Want geleidelijk aan werd het leven weer normaal. Maar eerst moet ik je nog vertellen over een paar rare zaken die ik direct na de oorlog meemaakte.

Ook in andere delen van het land hadden de mensen soms veel te lijden gehad van de oorlog, maar ondanks dat kwamen er allerlei acties die bedoeld waren om de Arnhemse burgers te helpen. Zo had je de “H.A.R.K.” Wij noemden dat natuurlijk gewoon de “Hark”. Die letters waren een afkorting van “Hulp Actie Rode Kruis”. En ook was er “A.H.A.”, “Amsterdam Helpt Arnhem”.

Deze organisaties verzamelden goederen die aan de mensen in Arnhem werden uitgedeeld: matrassen, dekens, serviesgoed, vorken en lepels, pannen. Nou je kon het zo gek niet bedenken of ze hadden het wel.

Lees verder “Oorlogskind (25) Na de oorlog”

Oorlogskind (24) Terug naar school

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Ons huis was dus helemaal donker, ik geloof dat alleen in de keuken nog een ruitje heel was. Om in de voorkamer wat licht te krijgen haalde mijn vader de ruit uit de boekenkast en met wat latten en planken zorgde hij ervoor dat we tenminste weer naar buiten konden kijken. Dat heeft zo wel een paar maanden geduurd. Want ook de glasfabrieken moesten natuurlijk weer opgestart worden en er was na de oorlog heel veel glas nodig.

Heel grappig was hoe we de eerste weken te eten kregen. Er waren nog geen winkels open waar je eten kon kopen. Bovendien hadden heel veel mensen nog geen werk en dus geen inkomen. Nu was er ondertussen iets heel merkwaardigs gebeurd. Tijdens de oorlog hadden heel veel mensen erg veel geld verdiend met zaken die eigenlijk niet mochten. “Zwarte handel” noemen ze dat. Van dat verdiende geld was natuurlijk geen belasting betaald en daarom besloot de minister van financiën al het geld van de ene dag op de andere waardeloos te maken. Pas later zouden de mensen het geld terugkrijgen, wanneer was uitgezocht hoe ze er aan gekomen waren en de belasting was betaald. Het geld werd “geblokkeerd”. En iedere Nederlander kreeg toen een tientje. Mijn vader kreeg dus zeven tientjes, want we waren met vijf kinderen.

Lees verder “Oorlogskind (24) Terug naar school”

Oorlogskind (23) Naar huis

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Langzamerhand kwam de dag dat we weer terug zouden gaan naar Arnhem. Mijn broer Theo had last van astma, net als mijn moeder. Hij kon ook niet goed tegen de lucht van een boerderij. Daar hangt natuurlijk altijd stof in de lucht van het hooi en stro en dat was heel slecht voor hem. Daarom werd hij op een gegeven moment ondergebracht bij een kennis van mijn vader in Duiven. Ik denk dat mijn vader hem heeft weggebracht op de fiets en dat hij toen gelijk doorgefietst is naar ons huis in Arnhem. Je mocht namelijk niet zomaar terugkeren naar de stad. Daarvoor moest je eerst een vergunning hebben. Tussen de papieren die ik van mijn vader geërfd heb, heb ik dat papiertje ook gevonden. Ik heb het nog steeds.

Het gemeentebestuur van Arnhem moest natuurlijk weten hoeveel mensen er weer in de stad terug waren, want er moest wel voor eten voor al die mensen gezorgd worden. Er waren natuurlijk nog helemaal geen winkels open en bovendien moest het bestuur weten waar al die mensen gingen wonen. Heel veel huizen waren verwoest en de eerste huizen die dan bezet werden, waren de huizen die in de oorlog door de Duitsers bewoond waren geweest of de huizen van de joden die waren weggevoerd.

Lees verder “Oorlogskind (23) Naar huis”

Oorlogskind (22) Gevaarlijke spelletjes

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De zomer van 1945 was een heel mooie. Het was alsof de zon volop wilde meewerken aan het vergeten van de nare tijd die de mensen achter zich hadden. Maar met die warmte moesten we nu wel twee keer per dag heen en terug naar het dorp lopen om naar school te gaan. Daar waren we alleen al twee uur per dag mee bezig.

In mei van dat jaar heb ik in Megchelen mijn eerste communie gedaan. Bij katholieken doen kinderen van ongeveer acht jaar hun eerste communie. Ik heb nooit geweten waarom ik dat niet in de eerste klas mocht doen, toen ik nog in Arnhem op school zat. Maar nu was het dan zover. De juffrouw op school vertelde ons wat dat betekende. Ze legde ons uit wat biechten was. Je moest leren wat doodzonden waren en dagelijkse zonden. Daarvoor kregen we een heel vreemd boek. Daar stonden op een bladzijde gele stroken gedrukt met daarop allemaal grote en kleine inktspatten. Grote inktvlekken stelden doodzonden voor en kleine vlekken waren de dagelijkse zonden. Grote zonden moest je biechten en kleine zonden mocht je biechten, maar dat was niet verplicht.

Lees verder “Oorlogskind (22) Gevaarlijke spelletjes”

Oorlogskind (21) We verhuizen opnieuw

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Hoe we de eerste dagen van de Bevrijding leefden, daar weet ik niet zoveel meer van. De slaapplaatsen van de hele familie en van ons waren allemaal vernield, de bedden lagen onder het puin. We zullen wel in het bakhuis of in de schuur geslapen hebben. Misschien sliepen we ook wel in de kelder, want die was tenslotte heel gebleven. Maar het was natuurlijk wel duidelijk dat we daar niet konden blijven. Ook mijn oudste drie broers konden niet op hun evacuatie-adres blijven, want bij de familie Wilting was het huis ook zwaar beschadigd. Een eindje buiten het dorp woonde de zus van mijn moeder met haar man.

De eerste vrouw van oom Gerrit was overleden en hij was achtergebleven met vijf dochters. Toen was hij met mijn tante getrouwd. Een van zijn dochters was die winter overleden, zodat ze nu nog vier meisjes hadden. Die waren toen ongeveer 15 tot 20 jaar oud. Bij die familie zouden we nu met zijn allen gaan wonen. Maar dat gebeurde pas na een paar dagen.

Lees verder “Oorlogskind (21) We verhuizen opnieuw”

Oorlogskind (20) De Bevrijding

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Om in de kelder te komen moest je van buitenaf een stenen trap naar beneden van ongeveer twaalf treden. Boven aan de trap was een ijzeren luik. Wanneer er niet geschoten werd bleef dat ’s nachts open staan, want er moest natuurlijk veel frisse lucht naar binnen kunnen. Maar als het erg gevaarlijk werd ging het dicht. Dan was het ook behoorlijk donker, want ramen waren er niet in de kelder. Op een dag werd er in de buurt zo hard gevochten dat we uren lang onder het kanonnenvuur lagen. Doodsangst stonden de mensen uit. Toen het gevecht eindelijk voorbij was zaten er een paar flinke gaten in het ijzeren luik. Daar waren granaatscherven doorheengeslagen. Die scherven lagen onder aan de trap. Je snapt hoe gevaarlijk dat was geweest voor degenen die vlak bij de ingang lagen of zaten.

Lees verder “Oorlogskind (20) De Bevrijding”

Oorlogskind (19) Puin

Sneltingshof
Sneltingshof (herbouwd na de Tweede Wereldoorlog)

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Opzij van het huis was een boomgaard en daar was ook het melkrek. De melkbussen die van de fabriek terugkwamen moesten nog eens heel goed worden schoongemaakt, want je kunt je wel voorstellen dat de melk heel hygiënisch behandeld moet worden. De schone bussen stonden op dat rek ondersteboven te drogen. Dat schoonmaken was het werk van tante Sientje.

Achter de boerderij stonden ook nog twee stromijten, opgestapelde strobossen, of graan dat nog niet gedorst was met een dak erboven.

Lees verder “Oorlogskind (19) Puin”

Oorlogskind (18) Leven op de boerderij

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Voor kinderen uit de stad was het leven op de boerderij natuurlijk iets geweldigs. Wij stonden niet zo vroeg op als oom Jan en de knechten, want die waren om zeven uur ’s morgens de koeien al aan het melken. Als we dan zo om acht uur in de stal kwamen kijken, waren ze met twee man nog bezig. Ze zaten dan op een raar, klein krukje, een stukje paal waar een plankje op gespijkerd was, de melkemmer tussen de knieën. Ik vond het altijd heel spannend dat je door aan de uiers van de koe te trekken daar een straaltje melk uit kon laten komen. Melken was toen nog echt handwerk, melkmachines bestonden nog niet. Het melken van een koe duurde wel een kwartier en dat moest twee keer per dag gebeuren, ook op zondag. Je snapt dat daar iedere dag heel veel tijd mee heen ging.

Onder het melken mochten Wim en ik de koeien wel eens voeren, dan deden we hooi in de voerbak of gemalen bieten. We mochten die bieten zelf ook stuk snijden. Daarvoor was er een bietenmolen. Dat was een soort korf waar je de bieten in kon gooien. Onderin zaten messen die je met een zwengel aan de buitenkant van de korf kon ronddraaien. De stukjes biet vielen dan in een mand  en die werden aan de koeien en kalveren gevoerd. Dat alles gebeurde in het schemerige licht van de deel en de stallen. Want de verlichting bestond uit stallantaarns, die op olie brandden.

Lees verder “Oorlogskind (18) Leven op de boerderij”

Oorlogskind (17) Vluchtelingen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader, die vertelt wat hij als kind in de oorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Doordat wij bij een gezin woonden waar de jonge boer Jan heer en meester was, was de plaats van mijn ouders een heel andere geworden. Mijn moeder hoefde niet voor het eten te zorgen, mijn vader hoefde nergens te gaan werken. Dus staken zij de handen uit de mouwen en gingen op de boerderij aan het werk. Mijn moeder kon heel goed naaien en gelukkig was er een naaimachine, zodat zij hele dagen aan het werk kon blijven. Zij had dan ook helemaal geen zorgen over het gezin. Jan en Sientje waren eigenlijk onze ouders geworden, want zij waren de baas op de boerderij. Mijn moeder was niet helemaal gezond, zij had astma, een heel nare ziekte waar je het vreselijk benauwd van kunt krijgen. Maar een van mijn oudere broers heeft me later verteld dat zij al die maanden dat zij daar achter de naaimachine zat, daar nooit last van heeft gehad. Ook mijn vader werkte volop mee, maar hij werkte vooral als timmerman. Op een boerderij is altijd wel wat te maken of te repareren, dus Jan was al lang blij  dat er een goede timmerman aan het werk was.

Lees verder “Oorlogskind (17) Vluchtelingen”