Oorlogskind (7) Tabak

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar. Dat ik afstamde van een smokkelaar wist ik nog niet. Stoer.]

Toen in 1943 een paar dagen gestaakt werd, werkte mijn vader als opzichter bij de aanleg van het vliegveld Deelen. De Duitsers hadden een groot stuk van het park “De Hoge Veluwe” in beslag genomen om daar een vliegveld aan te leggen. Daar moesten kazernes gebouwd worden voor de soldaten, bunkers waarin ze konden schuilen bij bombardementen, hangars voor de vliegtuigen en natuurlijk moesten er landingsbanen worden aangelegd. Dat werd allemaal gedaan door Nederlandse bedrijven en mijn vader was bij een van die bedrijven in dienst. Hij moest bijvoorbeeld in de gaten houden of alle mensen elke dag wel kwamen. Nou, er waren genoeg mensen die graag thuis wilden blijven, want ze wilden liever niet voor de Duitsers werken. Mijn vader schreef dan op dat ze er wel waren geweest, maar op een gegeven moment kreeg zijn baas in de gaten dat hij de boel voor de gek hield en toen werd hij ontslagen.

Lees verder “Oorlogskind (7) Tabak”

Oorlogskind (6) De trekwagen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Voordat ik verder ga met mijn verhaal moet ik je eerst iets vertellen wat een jaar eerder was gebeurd.

Ik was een jaar of zes toen we op een morgen van mijn vader hoorde dat hij niet hoefde te werken omdat er gestaakt werd. Ik wist niet wat dat was maar ik snapte wel dat hij thuis bleef. Maar hij vertelde ons wel dat hij iets heel bijzonders ging doen. Nu kon mijn vader heel goed timmeren, want als jongen was hij opgeleid tot timmerman. Uit de schuur haalde hij allemaal planken tevoorschijn en buiten in de tuin ging hij iets maken. Dat kon, want het was heel mooi weer. Ik weet nog dat hij op een gegeven moment boven op het konijnenhok aan het werk was. Achter in de tuin hadden we namelijk altijd konijnen. Die waren niet om mee te spelen, die werden, als ze groot waren, geslacht en opgegeten. Je begrijpt dat wij het nooit leuk vonden als we gras en klaver moesten plukken voor de konijnen.

Lees verder “Oorlogskind (6) De trekwagen”

Oorlogskind (5) 17 september 1944

De brug van Arnhem
De brug van Arnhem

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Ik herinner me dat het die zondag schitterend weer was, geen wolkje aan de lucht; het was heerlijk warm. Ik denk dat mijn ouders dat daags te voren al wisten want we gingen met zijn allen al heel vroeg naar de kerk. Zondags waren er al Heilige Missen om zeven en acht uur. Ik denk dat we naar de mis van acht uur waren geweest zodat we de hele dag van het mooie weer konden genieten. Om een uur of één zaten we aan tafel en op een gegeven moment was de schaal met aardappelen leeg. Theo liep naar de keuken om die weer bij te vullen. Omdat het zo mooi weer was, liep hij door de tuin naar de keuken en toen hij terug kwam riep hij: “Kom eens kijken, er hangen allemaal parachutes in de lucht!”

Wij renden van tafel en ja hoor, honderden parachutes in allerlei kleuren zagen we naar beneden dalen.

Lees verder “Oorlogskind (5) 17 september 1944”

Oorlogskind (4) De wanmolen

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

Het zal in 1943 zijn geweest dat mijn moeder haar eerste stofzuiger kreeg. Zwabber, bezem, stoffer en blik werden minder belangrijk en mama kreeg het een stuk gemakkelijker. Ik geloof niet dat ze direct een nieuwe kreeg, maar dat hij werd overgenomen van iemand anders. Ik zie het apparaat nog voor me: een zware blauw gemoffelde bus met aan de uiteinden verchroomde kappen die met klemmen op de bus werden vastgehouden. Geen wieltjes maar verchroomde beugels: een sleemodel dus. Achter de voorste kap zat de stofzak en achterin kon je zo bij de motor komen. Het grappige van die oude stofzuiger was dat je de zuigslang ook achter de motor kon aankoppelen zodat je er stevig mee kon blazen. Dat zou nog eens goed van pas komen.

In de zomers van die laatste oorlogsjaren werd de voedselvoorziening toch langzamerhand een beetje minder. Niet dat we ooit honger hebben gehad, maar een aanvulling was welkom. In die tijd werd het koren gemaaid met een eenvoudige maaimachine die door een paard werd getrokken, waarna de halmen met de hand werden samengebonden tot bundels die met zes of zeven tegelijk op schoven te drogen werden gezet. De akkers met al die keurig in het gelid staande schoven boden altijd een feestelijke aanblik. Na het maaien was het heel gewoon dat de armen de achterblijvende aren van de akkers kwamen oprapen. Dat was een eeuwenoud gebruik, zelfs in de bijbel kom je dat tegen. Maar in de oorlog werd het ook heel normaal dat groepen stedelingen naar het platteland trokken om op die manier wat graan te bemachtigen.

Lees verder “Oorlogskind (4) De wanmolen”

Oorlogskind (3) Dolle Dinsdag

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier en een overzicht is daar.]

De vijanden van de Duitsers waren de Engelsen, Schotten, Amerikanen, Canadezen, Fransen, Belgen en natuurlijk de Nederlanders. Die landen hadden een bondgenootschap gesloten dat ze samen de Duitsers zouden verslaan. Ook de Russen en de Polen hoorden bij die club. Samen noemen we dat de “geallieerden”. Vanaf het begin van de oorlog hadden die landen zich op de strijd tegen de Duitsers voorbereid. Ze hadden geweren en kanonnen gemaakt, vliegtuigen, tanks en oorlogsschepen. Ze hadden heel veel soldaten opgeleid, vliegvelden en havens aangelegd. Je snapt dat ze daar een paar jaar voor nodig hadden. Maar in 1944 waren ze daarmee klaar en konden ze met het gevecht tegen de Duitsers beginnen.

Dat hele leger moest natuurlijk wel eerst over zee vervoerd worden en aan land gebracht in Frankrijk. De Duitsers probeerden dat tegen te houden. Langs de hele kust van Noorwegen tot Spanje hadden ze een verdedigingslinie aangelegd: bunkers met kanonnen, prikkeldraad door de duinen, landmijnen op het strand, allemaal om ervoor te zorgen dat de geallieerden er niet door konden.

Lees verder “Oorlogskind (3) Dolle Dinsdag”

Oorlogskind (2) Uitstapjes

ben_1943

[Ik doe het zelf even wat rustiger aan en geef het woord aan mijn vader Ben Lendering, die vertelt wat hij als kind in de Tweede Wereldoorlog heeft meegemaakt. Het eerste deel is hier.]

Ons gezin was niet erg rijk. Maar dat waren de meeste gezinnen niet zodat je dat ook niet zo gauw merkte. Misschien heb ik in die oorlogsjaren wel eens bij een oom en tante gelogeerd, maar daar weet ik eigenlijk niets meer van. Wel herinner ik me dat we een paar keer een uitstapje hebben gemaakt. Dat gebeurde altijd samen met de familie Migo. Die woonde in de Jan Vethstraat. Mevrouw en meneer Migo hadden vier kinderen, twee meisjes en twee jongens, die ongeveer net zo oud waren als wij. Tonnie zat bij mij in de klas.

Lees verder “Oorlogskind (2) Uitstapjes”

Oorlogskind (1) Loopgraven

van_gogh_straat_arnhem
Van Goghstraat, Arnhem

[Zoals ik gisteren al aankondigde, doe ik het even wat rustiger aan. Ik heb echter het verhaal nog liggen dat mijn mijn vader Ben Lendering heeft geschreven over wat hij heeft meegemaakt gedurende de Tweede Wereldoorlog. Mijn zus, broer en ik hebben hem vaak gevraagd zijn herinneringen op papier te zetten, maar hij deed het nooit, tot er naast mijn ouders een meisje kwam wonen van de leeftijd die mijn vader had tijdens het laatste oorlogsjaar: ineens had hij een vorm gevonden. Het resultaat presenteer ik hieronder. De Slag om Arnhem, de evacuatie van die stad en de Bevrijding – allemaal verteld aan kinderen.]

Ik ben geboren in 1937. Van de eerste jaren van mijn leven weet ik natuurlijk helemaal niets. De oudste dingen die ik me kan herinneren moeten te maken hebben met het uitbreken van de oorlog in 1940. Ik was toen drie jaar.

Achter ons huis was een terrein dat met hoge hekken omgeven was, omdat ze daar ooit tennisbanen hadden willen aanleggen. Maar toen die hekken er eenmaal stonden werd het terrein gebruikt voor het opslaan van bouwmaterialen. Ik weet nog dat daar stapels steigerplanken lagen en balken. Wij woonden in Arnhem helemaal aan de rand van de stad. Daardoor kwam het dat iets verder op in de straat een stuk grond was waar toen nog geen huizen waren gebouwd. Daar konden wij geweldig spelen. Dat stuk grond noemden wij de hei.

Lees verder “Oorlogskind (1) Loopgraven”

Timmerman

gereedschap

De foto hierboven zal u weinig zeggen. Wat gereedschap. Twee hamers, een paar schroevendraaiers, een wetsteen, een nijptang, een stanleymes, een doosje lucifers. Degelijk materiaal, een beetje ouderwets.

Ik heb het onlangs meegenomen uit Apeldoorn. Het was een deel van het timmergereedschap van mijn onlangs overleden vader. De linkse hamer en het mes zijn nog van mijn grootvader geweest. Diens duimstok heb ik veertig jaar geleden gemold.

Lees verder “Timmerman”

Veere

Veere
Veere

Wat bracht me afgelopen zondag naar het Zeeuwse Veere? De rottige waarheid is dat ik niet goed gezond ben, snel moe word en de laatste jaren heb geworsteld met overgewicht, verstoorde slaap (het eigenlijke probleem), een TIA en veel, veel meer stress dan gezond is. Ik zal in het midden laten of mijn frustratie over de stiltecoupé – de running gag van deze kleine blog – daarvan oorzaak of gevolg is. Er is zicht op een behandeling maar ik moet eerst afvallen en daarom fiets ik kilometer na kilometer. Ik weet dat er efficiëntere manieren zijn om gewicht te verliezen, maar ik voel me er prettig bij om met het spreekwoordelijke “verstand op nul en blik op oneindig” wat te toeren.

Zo ben ik zondag van Rittenburg Middelburg naar Delft gereden. Een mooie rit door een vriendelijk landschap, prima te doen met de wind in de rug, dus buitengewoon stressverlagend. Veere, ofschoon tjokvol toeristen, was precies het soort kleine omrit dat zo’n tocht sjeu geeft. Het is echter ook een plek die mijn onlangs overleden vader na aan het hart lag. Hij heeft een foto gemaakt van de raadhuistoren die u hierboven ziet. Die foto hing jarenlang op zijn werkkamer en misschien hangt ’ie er nog altijd. De foto was zo vanzelfsprekend dat hij mij niet meer opvalt.

Lees verder “Veere”

Rare dagen

in_paradisum

Het fietstochtje van mijn huis naar het station is normaalgesproken simpel, ware het niet dat de Kinkerstraat opengebroken ligt. Zou dit een gewone dag zijn, ik vermeed de Kinkerstraat, maar ik moet naar de uitvaart van mijn vader en heb mijn aandacht er daarom niet bij. Dus beland ik achtereenvolgens in de opgebroken Kinkerstraat, in een geblokkeerde Elandsgracht, in een verkeersopstopping ergens in de Grachtengordel en achter een verhuizing op de Nieuwezijdsvoorburgwal om tot slot helemaal niet verder te komen als bij het Paleis drie stilstaande trams het verkeer stilzetten. Ik zou er op andere dagen om hebben kunnen lachen, temeer daar ik mijn trein toch al had gemist, maar op deze dag is het me teveel.

Een soortgelijk incident gisteren in de trein van Apeldoorn naar Amersfoort en Amsterdam: ik was om voor de hand liggende redenen vergeten in te checken, iets wat me anders nooit gebeurt. Helaas trof ik het niet met de conducteur, een medewerker van “Veiligheid en service”, zeg maar de voormalige Spoorwegpolitie. Normaal gesproken zijn conducteurs de schappelijkste mensen ter wereld, die er doorgaans van uitgaan dat de reiziger te goeder trouw is. Vaker niet dan wel heb ik een conducteur horen zeggen dat de zwartrijder moet uitstappen, even moet inchecken en met de volgende trein verder kan. Slechts zelden maak ik mee dat de conducteur uitgaat van kwade trouw en meteen een boete begint uit te schrijven. Gisteren maakte ik het dus wél mee. Zoiets kan gebeuren en ik weet dat ik geen enkel recht heb op de ingeburgerde, coulante behandeling. Ik zou op andere dagen dan ook gewoon hebben gedacht dat “Veiligheid en service” nou eenmaal dienstkloppers aantrekt en dat zou dan dat zijn geweest. Gisteren was ik echter vooral overstuur van het a priori wantrouwen.

Lees verder “Rare dagen”