Generalisme en specialisme

Ergens eind jaren tachtig woonde ik een vergadering bij over de problemen van een universitaire studierichting. Omdat die problemen complex waren, zat ik als student zomaar te praten met vier of vijf hoogleraren. Wat me opviel, was hun beperkte opvatting van wat ze hoorden te weten.

Omdat de voorzitter er nog niet was, spraken we over koetjes en kalfjes, zoals de bespreking die Hugo Brandt Corstius de week ervoor had gepubliceerd van de Warren/Molengraaf-vertaling van Plato’s Theaitetos. De recensent had erop gewezen dat de twee classici niet waren opgewassen tegen de technische moeilijkheid van de stof; ze hadden bijvoorbeeld niet begrepen wat de inzet was van een wiskundebewijs. (Plato laat in de Theaitetos iemand uitleggen dat getallen als √2 en √3 incommensurabel zijn met onze normale getallen.) De vier hoogleraren waren van het verwijt niet onder de indruk, terwijl de studenten zich herinnerden dat het bewijs brugklasstof is.

Lees verder “Generalisme en specialisme”