De kop uit het zand?

Een tijdje geleden kwam een geleerde uit Delft in het nieuws, omdat hij meende dat er reden was om aan te nemen dat buitenaardse wezens de aarde wel eens aandeden. De natuurwetten maken dat vrijwel onmogelijk, en geloof in UFO’s geldt om die reden dan ook als pseudowetenschap.

De man sprak over UFO’s in zijn vrije tijd, maar gegeven zijn positie als medewerker van een wetenschappelijke instelling, meende de Delftse universiteit dat het toch beter was een begeleidingscommissie in te stellen (meer). Alleszins redelijk.

Lees verder “De kop uit het zand?”

De ontkenningsfase

(Zeedijk 8, Amsterdam)

Mijn liefde voor de wetenschap wordt, geloof ik, niet altijd beantwoord. Ik zou willen dat onze academici compromisloos naar de waarheid zochten en deze, als ze onprettig is, gewoon onder ogen zagen. Maar dat gebeurt niet.

De incidenten waaraan ik refereer, zijn welbekend. Dit voorjaar was er de plagiaatkwestie rond Karl-Theodor zu Guttenberg, daarop volgden nog vijf fraudegevallen in Duitsland, in Frankrijk was Philippe Gugler gedwongen terug te treden en in Nederland kwamen behalve Diederik Stapel ook Roos Vonk en Don Poldermans in opspraak. Oudheidkundigen als ik hebben wrange herinneringen aan de smerige Golb-affaire uit 2010.

Lees verder “De ontkenningsfase”

Elmer Sterken gelooft het niet

Elke eerstejaarsstudent krijgt op een gegeven moment, meestal al in de eerste maand, uitgelegd waarom de overdracht van wetenschappelijke informatie zo moeilijk is. De onderzoeker doet het namelijk nooit goed.

  1. Stemt zijn onderzoeksconclusie overeen met iets wat we al op onze klompen aanvoelden, dan zeggen we dat hij zich de moeite had kunnen besparen.
  2. Ontkent de geleerde iets dat volgens ons wel het geval is, dan vinden we hem een dwarsligger.
  3. Als hij iets beweert dat we onwaarschijnlijk achten, dan beschouwen we hem als een fantast.
  4. Bevestigt een onderzoeker onze mening dat iets niet zo is, dan vragen we wat hem bewoog het te onderzoeken.

Lees verder “Elmer Sterken gelooft het niet”