Istifan al-Duwayhi

Istifan al-Duwayhi

Vorig jaar was ik in april in Libanon, waar mijn vriendin Françoise me meenam naar de Qadishavallei. Dat is zoiets als een combinatie van het Vaticaan, Genève, Ons’ Lieve Heer op Solder en de Athos. Hier verblijft de maronitische patriarch, hier werkten de beste theologen, hier was een schuilplaats voor gelovigen en hier staan allerlei kloosters. Die zijn prachtig gelegen op volkomen onbereikbare plaatsen. Voor wie het even kwijt was: maronieten zijn Libanese christenen met een eigen liturgie, die het gezag erkennen van de paus. Er waren ooit theologische verschillen maar die zijn sinds de dertiende eeuw steeds verder onder het tapijt geveegd.

Eén van de kloosters in de Qadishavallei staat bekend als Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine en was van de vijftiende tot negentiende eeuw de residentie van de patriarch. Ik noemde dit klooster al eens toen ik hier Girolamo Dandini citeerde, die in 1596 aanwezig was bij een maronitische synode. Zou hij een eeuw later in Libanon zijn geweest, dan zou hij hier niet alleen Cornelis de Bruijn hebben kunnen ontmoeten, maar ook patriarch Istifan al-Duwayhi. (“Isitifan” is de Arabische weergave van de Griekse naam die wij weergeven als Stefanus of Étienne.)

Lees verder “Istifan al-Duwayhi”

De maronieten in 1596

Onze Lieve Vrouwe van Qannoubine, in de zestiende eeuw het patriarchaat van de maronieten.

Sinds de Kruistochten presenteerden de maronieten, die woonden in de afgelegen valleien van het Libanongebergte, zich als rooms-katholieken. De paus wees regelmatig nuntii (ambassadeurs) aan. In 1596 zond paus Clemens VIII de jezuïet Girolamo Dandini (1554-1634) naar het oosten om aanwezig te zijn bij een synode in het klooster van Onze Lieve Vrouw van Qannoubine in de Qadishavallei. Dit was de tijd van de Fakhr-ad-Din over wie ik al eens eerder schreef.

Dandini bleef drie maanden bij de maronieten. Hij was niet alleen geïnteresseerd in de religieuze opvattingen van deze christenen, maar ook in hun gewoontes. Dandini’s aantekeningen vormen een vroeg etnografisch rapport en zijn familie heeft het na zijn dood gepubliceerd als Missione apostolica al patriarca, e maroniti del Monte Libano (1656).

Lees verder “De maronieten in 1596”