De limes als legende

Ik heb het eerder dit jaar verschenen boek De limes als legende. De herontdekking van de Romeinse rijksgrens en de architectuur in Europa (1450-1720) van de Utrechtse architectuurhistoricus Koen Ottenheym twee keer gelezen. Het leest namelijk prettig genoeg, is een inhoudelijk heel rijk boek en ook – wat niet hetzelfde is – een bovengemiddeld goed boek. Tegelijk had het mijns inziens beter anders gemaakt kunnen zijn.

Mijn bezwaar is niet dat het receptiegeschiedenis is. Dat er oudheidkundigen zijn die menen dat dit specialisme voor hen relevant is, bewijst dat de sloop van het wetenschappelijk onderwijs het beoogde resultaat heeft gehad, en bij die constatering zal ik het maar laten. (Lees desgewenst dit blogje.) Het duurde echter even voordat ik ontdekte waar in De limes als legende de schoen wrong, en dat zegt iets over de kwaliteit van de geboden informatie.

Ottenheym is niet de eerste de beste. Hij publiceerde eerder Oudheid als ambitie, waarin hij beschreef hoe mensen in de Lage Landen zich in de Nieuwe Tijd, toen een claim op een antiek verleden prestigieus was, verhielden tot de Oudheid, waarbij de nadruk lag op de architectuur. Ik heb ook dat boek met plezier gelezen en kan sindsdien niet meer langs het Gerecht in Leiden of het Paushuis in Utrecht lopen zonder aan Ottenheyms mooie boek te denken. Het nu verschenen boek vertelt hetzelfde verhaal, maar concentreert zich op het buitenland. En dat is niet minder interessant. Sinds ik het voor de eerste keer las bezocht ik Keulen twee keer en ik heb beide keren zachtjes gevloekt omdat het door Ottenheym beschreven Raadhuis momenteel in de steigers staat.

Reflectie op Rome

De limes als legende begint met de West-Europese reactie op de val van Constantinopel in 1453. Als heerser van deze wereldstad en een wereldrijk was de Ottomaanse sultan nu de opvolger van de keizer. Dat kon (althans volgens West-Europeanen) niet waar zijn en daarom presenteerden allerlei partijen zich voortaan als de ware opvolger van het Romeinse Rijk. Leuk is Ottenheyms belangstelling voor Hongarije, een land met een sterke humanistische traditie, die ik tot nu toe alleen kende uit een essay van – ik denk – Peter Burke dat ik een miljoen jaar geleden eens las.

De grote erfgenaam was natuurlijk vooral de Habsburgse keizer en zeker Karel V kon zich wel met enig recht presenteren als wereldheerser. Zulke claims vertaalden zich in een architectuur die aansluiting zocht bij de Oudheid, en Ottenheym beschrijft die voor het Donaugebied, het Rijnland, de Britse Eilanden, Spanje en Marokko. Ik kreeg acuut zin weer naar Schallaburg of Sevilla terug te gaan, en om York eens te gaan ontdekken.

Niet alleen Rome

Al die aandacht voor het oude Rome riep natuurlijk wel de vraag op hoe je, als niet-Italiaan, omging met het feit dat eerdere bewoners van jouw land (“voorouders”) ooit door de Romeinen waren onderworpen. Waren de eerdere bewoners wel zo Romeins dat een claim op het Romeinse verleden eerlijk was? Ik citeer Ottenheym nu even vrij uitgebreid omdat de passage eigenlijk de beste samenvatting is.

Er waren grofweg drie strategieën om het euvel te verhelpen. Allereerst werd er weleens gezegd dat die onoverwinnelijke stammen aan de overzijde van de grens toch minder wild waren dan gedacht en dat een zekere verfijnde levenswijze hadden. Dat laatste zou dan te zien zijn aan hun stenen gebouwen, want altijd en overal gold de bouwkunst als graadmeter van een civilisatie. Zo kwamen bijvoorbeeld de verhalen over de “tempels van de druïden” en “antieke steden” in Germania, Friesland of Schotland in de wereld.

Een tweede optie was juist de stelling dat de afwezigheid stenen tempels een teken was van de protochristelijke religie van deze volken die hun god in de natuur aanbaden en niet, zoals de Romeinen, in tempels met afgodsbeelden.

Een derde oplossing voor het dilemma werd in Andalusië gehanteerd, waar men eenvoudigweg stelde dat de inheemse bevolking van begin af aan (sinds de komst van Hercules) volwaardig deel uitmaakte van de antieke beschaving die daar al tot bloei was gekomen voordat de Romeinen in het land waren.

Ook in de Noordelijke Nederlanden werd al snel een dergelijk verhaal geconstrueerd: de Bataven waren van oorsprong Germanen, maar hadden een veel hogere graad van beschaving dan hun oostelijke stamverwanten. Zij zouden dan ook een volwaardige bondgenoot van Rome zijn, en daarmee ook deelgenoot van de klassieke cultuur.

Uitdagend historiciteitsregime

De limes als legende gaat dus over een historiciteitsregime dat mensen dwong zich te verhouden tot eerdere culturen. Het meervoud is niet bijzonder. Destijds liepen bijbelse, Griekse, Romeinse en plaatselijke geschiedenissen door elkaar. De onderlinge relatie was in elk Europees land punt van discussie en gold door het toenmalige historiciteitsregime overal als belangrijk. (De titel is dus misleidend. De thematiek is algemeen Europees, en het boek heeft noch inhoudelijk noch als hermeneutisch vertrekpunt te maken met de Romeinse limes.) Ottenheym beschrijft een kleine drie eeuwen reflectie op die culturen, en illustreert die vooral aan de hand van de architectuur, maar hij haalt er ook de literatuur en andere schone kunsten bij. Zoals ik zei: een rijk boek.

Voor één auteur is zo’n overzicht van drie eeuwen Europese cultuurgeschiedenis natuurlijk te veel en er staan wat onvermijdelijke vergissinkjes in De limes als legende. De Wal van Antoninus Pius is niet gemaakt van turf maar van plaggen – het Engelse woord turf betekent geen turf. De tempel van Melqart bij Cádiz is niet zoek: in tegendeel, de aankondiging van de ontdekking, midden in de coronatijd, door bemondkapte Spaanse archeologen mag inmiddels gelden als klassieke wetenschapstelevisie: ook onder moeilijke omstandigheden kunnen wetenschappers ons verrijken. Ik noem deze details om te laten zien hoe triviaal Ottenheyms vergissingen zijn.

Te beperkt en te veel

Er is echter een andere kwestie, waar ik de vinger niet achter kreeg en waarom ik het boek nog eens las. In dit boek staat van alles bij elkaar, en het is echt de moeite waard, maar er zijn twee soorten paragrafen. Enerzijds zijn er de delen die zich laten lezen als algemene geschiedenis van de wijze waarop West-Europeanen (en niet alleen mensen langs de limes) werden gedwongen te denken over de relatie tussen de diverse culturen. Omdat het historiciteitsregime pan-Europees was, stoort het ontbreken van enkele landen. Anderzijds zijn er waardevolle beschrijvingen van de diverse steden en kastelen, maar die zijn te beknopt voor de specialist en te talrijk voor de toerist.

De specialisten vinden hun informatie wel achter de betaalmuren, maar voor toeristen zou het beter zijn geweest als Ottenheym de verbinding met de limes achterwege had gelaten en zijn stof had gepresenteerd in de vorm van vier losse reisgidsen: de Donau, de Rijn, de Britse Eilanden, Spanje/Marokko. De toerist heeft dan precies op hem toegesneden informatie, zonder de ballast van gebieden waar hij niet reist. Ik denk concreet aan de Guide Vert: eerst een zeer uitgebreide en diepgaande historische en kunsthistorische inleiding, daarna de eigenlijke gazetteer. Als je het gastronomische geneuzel weglaat, heb je het perfecte model voor een meerdelige reeks. Ottenheym zou kunnen vervolgen met Scandinavië, Frankrijk, Italië, de Balkanstaten, Rusland en andere gebieden waar het historiciteitsregime mensen dwong tot reflectie, en zo echt iets toevoegen aan het cultureel aanbod. “De Ottenheymreeks” zou een begrip kunnen zijn voor iedere toerist met belangstelling voor de Nieuwe Tijd.

Deel dit:

12 gedachtes over “De limes als legende”

  1. Karel van Nimwegen

    Inderdaad een mooi boek over een belangrijk historisch thema: hoe de wijze waarop een tijdperk over het verleden denkt, dwingt tot nadenken over de relatie tussen diverse culturen. En ook ik vond de selectie van voorbeelden vreemd, tot ik zag dat Ottenheym geld had gekregen van het project Constructing The Limes. Daardoor kon hij inhoudelijk logischere keuzes niet meer maken.

  2. Dirk Zwysen

    Architecturale verwijzingen naar de oudheid worden soms gezien als typisch voor de vroegmoderne tijd. Toch gebeurde dit ook al in de middeleeuwen. Een voorbeeld is het kasteel van Caernarfon (eind 13de eeuw). Edward I zette zijn ambitie om Wales te overheersen bij door te verwijzen naar Romeinse architectuur. De burcht doet door haar polygonale torens en afwisseling van bak- en natuursteen denken aan Romeinse gebouwen, in het bijzonder de muren van Constantinopel. Adelaars op de torens, geen koninklijk Engels embleem, versterken de associatie.
    Meer achtergrond over de mogelijke literaire verwijzingen van Edward op de Engelse wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Caernarfon_Castle
    Wie

  3. “Als heerser van deze wereldstad en een wereldrijk was de Ottomaanse sultan nu de opvolger van de keizer. Dat kon (althans volgens West-Europeanen) niet waar zijn..”

    Als je er over nadenkt is dat eigenlijk hilarisch – ook nu krijg je nogal wat heftige oppositie bij het voorstellen van dat idee.
    Maar waarom eigenlijk?
    Ja, Turken waren de veroveraars, maar dat waren de Germanen etc ook, en toch konden Karel de Grote, Karel V of Napoleon zonder al te veel weerstand claimen dat ze de ‘erfopvolgers’ etc waren.
    Ja, Turken waren Islamitisch, maar door de eeuwen heen waren de keizers van Rome al best wel afwijkend (Elagabalus!) of al eerder overgegaan tot een externe religie uit het Nabije Oosten.

    Natuurlijk gunnen we het de Turken gewoon niet, uit politiek belang, en pure nijd. Maar een theorie dat het Romeinse Rijk pas écht ten onder ging met de afschaffing van de Ottomaanse monarchie op 1 November 1922.. ik vind dat als historicus niet eens zo’n slecht idee.
    [ik duik nu onder om de wraak van alle Griekse nationalisten en sommige classici te ontgaan].

    1. Frans Buijs

      Geen enkele van die redenen snijdt hout. Elagabalus werd vermoord juist omdat hij zo afwijkend en on-Romeins was.
      Het Ottomaanse Rijk was echt in elk opzicht anders dan het Byzantijnse. Ook waren ze van plan een zo groot mogelijk deel van Europa te veroveren.

      1. “Ook waren ze van plan een zo groot mogelijk deel van Europa te veroveren.”

        Volgens mij heeft het Byzantijnse rijk dat ook geprobeerd. OK, vanaf Alexius kwam het er niet meer echt van, maar daarvoor waren er toch wel een paar aardig geslaagde pogingen…

      2. FrankB

        In elk opzicht? De dualiteit politiek leider (keizer respectievelijk sultan versus patriarch resp. sheik ul-islam) was precies hetzelfde. En dat was bepaald belangrijk.
        Ik vind het opmerkelijk hoe politiek correct u plotseling bent …. straks wordt u nog woke, bewerend dat moslims te origineel waren om iets van christenen over te nemen. Dat gezegd hebbende zijn er wel belangrijke verschillen aan te wijzen om van een breuk in 1453 CE te spreken; de organisatie van de ambtenarenapparaten met name.

        1. Frans Buijs

          500 jaar hebben de Turken geprobeerd om het Byzantijnse Rijk te veroveren, de kruistochten zijn daardoor ontstaan en toen Constantinopel werd ingenomen werden de Turken ineens de nieuwe Byzantijnen? Kom op, zeg. Dan kun je net zo goed zeggen dat Napoleon in 1810 gewoon het Huis van Oranje was, maar dan anders. Als je zo begint eindig je als een soort Maarten van Rossem die alles weg relativeert tot er niks meer gebeurd is.

          1. “500 jaar hebben de Turken geprobeerd om het Byzantijnse Rijk te veroveren, de kruistochten zijn daardoor ontstaan en toen Constantinopel werd ingenomen werden de Turken ineens de nieuwe Byzantijnen?”
            De Ottomaanse Turken verschenen pas in beeld ruim na de kruistochten, dus die zijn niet ontstaan door die Turken. Er waren meerdere oorzaken voor het starten van de 1e kruistocht. En de kruistochten waren nou niet direct een beschavingsoffensief.

      3. “Ook waren ze van plan een zo groot mogelijk deel van Europa te veroveren”. Nee. Ze wilden een groot rijk, dat zeker. Maar ze hebben net zo hard geprobeerd om Perzië/Iran te veroveren als delen van Europa. En de stelling dat Europa, als de Turken in 1683 Wenen hadden veroverd, turks zou zijn geworden is volstrekt onzin.

    2. Dirk Zwysen

      Euh…die Germaanse veroveraars, dat was toch een achterhaald denkbeeld? Als die Germaanse krijgsheren inderdaad Romeinse generaals waren en veel conflicten uit de late oudheid gern barbaarse invallen maar interne opstanden, dan kunnen Franken c.s. zich gemakkelijker presenteren als opvolgers dan de Turken, die Constantinopel stormenderhand innamen. Dat is toch meer een breuk.
      Toch maar voorzichtig zijn met dat inkleuren van feiten (1453=val van Constantinopel of verovering van Istanbul?) want dat is vooral spielerei en voer voor nationalisten aller landen.

  4. Ben Spaans

    De Domeinen van het Huis van Osman. Daarom kennen wij het als Ottomaanse of Osmaanse rijk (in het Duits zo lekker ‘Das Osmanisches Reich’). In zijn veroveringstocht verzamelde de dynastie zoveel mogelijk prestigieuze titels die er waren te bemachtigen – Padishah-I-Islam, Kayseri Rum (hoog op het verlanglijstje) Kalief nog een keer…

    Het als een voortzetting van hèt Romeinse of als het dan moet hèt Byzantijnse Rijk te zien mist het punt.

Reacties zijn gesloten.