Joodse en christelijke spijswetten

Herders slachten een ram (Archeologisch museum, Split)

De Dode Zee-rollen zijn een van de allerbelangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen eeuw, en binnen deze verzameling van bijna duizend boekrollen springt één tekst er echt uit: Enige Werken der Wet, ook wel bekend als 4QMMT. Niet alleen wordt hier duidelijk wat “werken der Wet” zijn – niet de “goede werken”, zoals Luther dacht, maar een ethnic marker voor wie joods is – maar ook toont deze tekst dat een schisma in de joodse wereld zich voltrok over de wijze waarop iemand zich aan de Wet van Mozes moest houden, de halacha. Anders gezegd: hoe ga je om met de diverse reinheidsvoorschriften, sabbatsregels en spijswetten?

Integratie van de joden in de grotere wereld

Rond het begin van onze jaartelling was de algemene tendens in het jodendom er een naar grotere openheid. Dat is al te vinden in de jongere delen van Jesaja, waar de tempel in Jeruzalem een “huis voor alle volken” heet.noot Jesaja 56.7. De vroege hellenistische tijd zag verdere integratie van de Joden in de grotere wereld. Dat veranderde enigszins rond 100 v.Chr., toen de Makkabeeënopstand, die ruim een halve eeuw eerder had plaatsgevonden, werd uitgelegd als verzet tegen de hellenisering – een perspectief dat eerder eigenlijk wat marginaal was geweest en ook na 100 v.Chr. bepaald niet het enige was. Toen koning Herodes de Grote de tempel herbouwde, was er ook ruimte voor niet-joden, al was het op enige afstand.

Lees verder “Joodse en christelijke spijswetten” →

Archeologie van Israël (3): problemen

Jeruzalem, “Large Stone Structure”: dit is vrijwel zeker niet het paleis van koning Salomo, maar dat roeptoeteren archeologen wel de wereld in.

Ik blogde al over de twee tradities van de Israëlische archeologische methode, het maximalisme en het minimalisme, en over de twee vragen die beantwoord moeten worden om vast te stellen welke van de twee de betere is. De maximalist is tevreden als hij bewijs vindt voor immigraties in het eerste kwart van de twaalfde eeuw v.Chr., die bewijzen dat er een Intocht is geweest, en als er resten zijn van monumentale architectuur in de periode vóór 930, die bewijzen dat de koningen David en Salomo machtige heersers waren. De minimalist vermoedt dat deze niet zullen worden gevonden.

Hoewel er boeken bestaan met titels als Und die Bibel hat doch recht, heeft de ontwikkeling van de archeologie van Israël deze aanname vooral geproblematiseerd. Illustratief is de onlangs afgeronde opgraving ten zuiden van de Tempelberg in Jeruzalem, waar Eilat Mazar van de Hebreeuwse Universiteit in Jeruzalem de resten van een groot gebouw heeft gevonden, met opvallend zware funderingen. De “large stone structure” staat op de plaats die in de Bijbel wordt aangeduid als die van het paleis van David en Salomo. Maar is het ook het paleis van die koningen, of is het later gebouwd en heeft de auteur van het betreffende Bijbelgedeelte het ten onrechte zo genoemd?

Lees verder “Archeologie van Israël (3): problemen” →