
Ik heb het in mijn reeks over het Nieuwe Testament regelmatig over de joodse tempel in Jeruzalem. De vaste lezers hebben het plaatje hierboven al eerder gezien: de maquette die staat bij het Israel Museum. Middenin ziet u de eigenlijke tempel, links is de basiliek waar het Sanhedrin vergaderde en rechts is de Burcht Antonia, waar het Romeinse garnizoen was gestationeerd. Een wat systematische behandeling van de functie van de tempel, die heb ik echter nooit gegeven. Hier wat kanttekeningen.
Offerplaats
Om te beginnen: elke tempel was in de Oudheid de plek waar mensen kwamen om te offeren. De tempel in Jeruzalem was in zoverre bijzonder dat de priesters erin waren geslaagd de offerdienst te monopoliseren: oude offerhoogtes waren opgegeven en andere tempels voor Jahweh waren – althans voor de samenstellers van de Bijbel – niet de ware cultusplaatsen. Ze waren er overigens wel degelijk: er werd aan Jahweh geofferd op altaren op de berg Gerizim, in Elefantine, in Babylonië, in Leontopolis, mogelijk ook in Beiroet en Rome. Maar een voor een werden die tempels gesloten. Jeruzalem zelf werd in 70 na Chr. verwoest.
Het offeren gebeurde om verschillende redenen. Zo vereiste het Verbond dat er dagelijks werd geofferd en bestonden er offers voor mensen die hun rituele reinheid moesten herstellen of een zonde dienden te compenseren. En natuurlijk waren er feestdagen, waarop de joden massaal naar Jeruzalem kwamen. De festivals gaven ritme aan het jaar en de vele geslachte dieren maakten de stad tot een van de grootste productiecentra van vlees in de oude wereld. Jeruzalem was daarmee niet alleen het religieuze hart van het Joodse volk, maar ook het sociale en economische centrum van de provincie Judea.
Het godsdienstige aspect van de tempelcultus woog uiteraard het zwaarst. Volgens de sadduceeën kon, zolang de tempel bestond, de Verbondsrelatie in principe altijd worden bewaard. Dat de zaken niet altijd gingen zoals ze moesten en dat Judea zijn zelfstandigheid had verloren, was voor hen minder belangrijk dan de voortgang van de offercultus.
Kritiek
Er waren natuurlijk andere stemmen. Al heel lang zelfs. “Wat moet ik met al jullie offers?!” vraagt God in het boek Jesaja. “Ik heb genoeg van die schapen, die vetgemeste kalveren; het bloed van stieren, rammen en bokken wil ik niet meer.”noot
Daarop volgt een aanklacht: de joden hebben bloed aan hun handen en moeten leren het goede weer te doen en het kwaad te vermijden. “Zoek het recht, houd tirannen in toom, bied wezen bescherming, sta weduwen bij.” Om het Verbond te onderhouden was volgens deze auteur dus van minder belang dat er aan slechts één God werd geofferd dan dat de mensen zich behoorlijk gedroegen.
Het was niet te vermijden dat over de cultus werd gediscussieerd. Uit late bronnen weten we dat er debat is geweest over de plaats waar de wierook die op Grote Verzoendag werd gebrand, hoorde te worden aangestoken en gedoofd. De farizeeën meenden dat dit moest gebeuren in het Heilige der Heiligen, de sadduceeën waren van oordeel dat het beter was het buiten te doen.noot
De sekte van de Dode Zee-rollen vond deze discussie vermoedelijk zinloos: zij beschouwde de hele eredienst als corrupt. De auteur van het Damascusgeschrift meldt dat het heiligdom niet langer kon functioneren doordat de hogepriesters de reinheidsregels incorrect toepasten en incestueuze huwelijken sloten. De sekte wilde daarom zo weinig mogelijk met de tempel te maken hebben, maar ging ervan uit dat het ooit goed zou komen: de Oorlogsrol vertelt hoe de zonen van het licht in de Eindtijd de tempel beheersten.noot Een andere tekst, de Tempelrol, beschrijft hoe de ideale tempel eruit zou moeten zien.
Corruptie
De auteurs van de Tempelrol en het Damascusgeschrift waren niet de enigen die meenden dat de bestaande cultus niet deugde. De schrijver van het Testament van Mozes meent dat in de tijd na koning Herodes een doodzieke groep goddelozen de mensen zou afpersen, drinkgelagen zou houden en desondanks de euvele moed zou hebben de reinheidswetten te bespreken.noot Vermoedelijk is deze tekst geschreven rond het jaar 30 na Chr., vrijwel op het moment waarop Jezus van Nazaret de corruptie van de tempel aan de kaak stelde in een gelijkenis waarin hij de priesterklasse vergeleek met de kwaadwillende pachters van een wijngaard.noot
Een generatie later voer de farizese leraar Simeon uit tegen de tarieven die de tempelautoriteiten durfden vragen voor een offer: een goudstuk voor een stel duiven. Met zijn protest bereikte hij dat ze een kwart zilverstuk zouden kosten, een procent van wat oorspronkelijk was gevraagd.noot Dat zo’n prijsverlaging mogelijk was, zal voor menigeen het bewijs zijn geweest dat er veel aan de strijkstok bleef hangen.
Zelfde tijdvak
Definieer een Romein!januari 15, 2018
Medische instrumentenseptember 8, 2024
Groot huisoktober 30, 2018

“Om het Verbond te onderhouden was volgens deze auteur dus van minder belang dat er aan slechts één God werd geofferd dan dat de mensen zich behoorlijk gedroegen.”
Bedoel je dat de schrijver het monotheïstische karakter van het jodendom in vraag stelt?
Het doet me denken dat de tempel erg vies was en erg stonk.