4QMMT

Een van de snippers van “Enige werken der Wet” (Wikimedia Commons)

Vraag een willekeurige oudheidkundige de vijf belangrijkste oudheidkundige ontdekkingen uit de afgelopen halve eeuw te noemen, en hij of zij zal daarbij ook de Dode Zee-rol noemen die bekendstaat als 4QMMT. Die tekst is echter niet heel bekend bij het grote publiek en verdient daarom wat meer aandacht.

De eerste twee letters van 4QMMT staan voor de vierde grot van Qumran, de vindplaats van diverse exemplaren van deze oude joodse tekst. De andere letters staan voor Miqsat Ma’ase ha-Torah, ofwel Enige Werken der Wet. De tekst is in de jaren tachtig uitgegeven. De Dode Zee-rollen zijn namelijk nogal onhandig gepubliceerd: de eerste, atypische grot heeft de toon gezet voor de receptie, maar pas toen de enorme verzameling teksten uit de vierde grot was gepubliceerd, hadden we een idee van wat er nu eigenlijk was. Het onderzoek kon pas in 2009 werkelijk beginnen. Een goed boek dat de oude schijnzekerheden vermijdt, is De Dode Zeerollen. Nieuw licht op de schatten van Qumran van Mladen Popović, waarover ik hier ooit de loftrompet stak.

Wat het belang van 4QMMT betreft: dat komt erop neer dat deze tekst documenteert hoe joodse stromingen ontstonden en scheurden. De inhoud bestaat uit een beschrijving van een kalender alsmede ruim twintig halachische kwesties waarover de auteur een “wij” tegenover een “zij” plaatst. Die “zij” vallen te identificeren als zeer vroege farizeeën, de “wij” lijken een afsplitsing van de sadduceeën.

Halachische kwesties: dat is dus hoe joodse stromingen zich van elkaar afbakenden: door een andere uitleg van de Wet van Mozes, door een andere manier om de “werken der Wet” te volbrengen. Zo moet het christendom dus ook zijn ontstaan en wie wil weten wat bekend is over Jezus’ halachische opvattingen, leze het vierde deel van J.P. Meiers in toenemende mate inaccuraat als “Marginal Jew Trilogy” aangeduide vijfdelige reeks over de historische Jezus, die een joodse Jezus is en dus een halachische Jezus.

***

Dat 4QMMT helpt begrijpen hoe we Jezus in zijn eigen joodse wereld moeten plaatsen, maakt deze tekst belangrijk, maar er is meer. Lange tijd hebben historici naar het ontstaan van het christendom gekeken met een sjabloon dat in laatste instantie was ontleend aan de christelijke theologie. Puntsgewijs:

  1. Het jodendom zoals het aan het begin van de jaartelling bestond, gold als een “wettisch” geloof, waarin mensen nerveus leefden in angst niet te voldoen aan de eisen van de Wet van Mozes. Joodse gelovigen moesten in deze tijd, om het wat cru te zeggen, punten scoren voor het hiernamaals. Vandaar de enorme hoeveelheid rabbijnse literatuur, waarin geen detail van het menselijk leven zonder voorschriften lijkt te zijn.
  2. Jezus van Nazaret leerde dat God geen boekhouder was. In plaats daarvan toonde hij een God die liefde was. God was genadig.
  3. Paulus leerde dat de Wet niet langer relevant was; in zijn genade had God ervoor gezorgd dat geloof in Christus volstond.

Vanzelfsprekend heeft dit met het feitelijke jodendom weinig van doen. Een jood maakte immers deel uit van het uitverkoren volk. In de eindtijd, wanneer die ook mocht wezen en wat deze ook mocht brengen, hadden joden bij God een streepje voor. (De jargonterm is “rechtvaardiging”.) De auteur van de Gemeenschapsregel, een andere Dode Zee-rol, wist dat als hij wankelde, Gods genade zijn redding zou zijn, en dat als hij struikelde, zijn recht op een aandeel in de wereld die zou komen, gegrond bleef op Gods gerechtigheid. De belangstelling voor de Wet was in feite de wederdienst van een volk dat zich gezegend wist en God in elk aspect van het leven wilde bedanken. Anders dan historici en christenen zolang hebben gedacht, is Gods genade geen christelijke ontdekking.

Dit mag dan zo zijn, de drie bovenstaande punten zijn lange tijd invloedrijk gebleven en dat heeft invloed op de uitleg van een cruciale passage uit Paulus’ Brief aan de Galaten.

Omdat we weten dat de mens niet wordt gerechtvaardigd door de werken der Wet maar door het geloof in Jezus Christus, hebben wij in hem geloofd, opdat wij zouden worden gerechtvaardigd uit het geloof van Christus, en niet uit de werken der Wet. Door de werken der Wet zal immers geen mens worden gerechtvaardigd. (Galaten 2.16)

In feite zegt Paulus hier drie keer hetzelfde: in de eindtijd heeft niet diegene een streepje voor die de werken der Wet volbrengt, maar die gelooft in Christus.

Maarten Luther, die leefde in de vroege zestiende eeuw, identificeerde de werken der Wet met de goede werken die de katholieke kerk aan de gelovigen aanbeveelt. Dat baseerde (en baseert) ze op het Evangelie van Matteüs, waarin Jezus uitlegt dat diegenen worden gered die de hongerigen voeden, de dorstigen te drinken geven, de vreemdelingen onderdak verlenen, de naakten kleden, de zieken verzorgen en de gevangenen bezoeken (Matteüs 25.31-46). Luther kon zich daar niet in vinden. Eén reden was dat het leidde tot excessen als de aflatenhandel. Een andere reden was dat dit betekende dat je door eigen inspanning je redding zou kunnen bewerkstelligen. Dat deed afbreuk aan de almacht van God.

De ontdekking van 4QMMT heeft duidelijk gemaakt dat Luther zich vergiste: de “werken der Wet” zijn een sociale categorie, ze definiëren wie hoort bij het jodendom. Wat Paulus in feite wilde zeggen was dat gelovigen niet werden gered doordat ze joods waren, maar door geloof in Christus. Over het doen van goede werken had Paulus het niet en hij zal het, als farizee, vermoedelijk eens zijn geweest met zielsverwanten als Mattheüs (van oorsprong farizee) en Yochanan ben Zakkai (de “brug” van farizees naar rabbijns jodendom).

Wat ik hier beschrijf, staat bekend als het Nieuwe Perspectief op Paulus. De grote namen zijn die van Ed Parish Sanders, Tom Wright en James Dunn en ik heb op deze plek het boekje van Kent Yinger al eens besproken, dat vrij eerlijk de voors en tegens benoemt. Online biedt de Paul Page veel interessants.

De discussie gaat in feite over de fundamenten van de protestantse theologie en er zijn weinig oudheidkundige ontdekkingen geweest die zo’n grote impact hebben gehad. Het verklaart waarom de paus vorig jaar aanwezig kon zijn bij de herdenking van het feit dat de reformatie vijfhonderd jaar geleden heeft plaatsgevonden: christelijke theologen erkennen dat nogal wat intern-christelijke disputen verdampen als je meer begrip hebt van het jodendom. Ik heb weinig illusies over Luthers opvattingen over het jodendom, maar toch vraag ik me af wat er zou zijn gebeurd als 4QMMT al bekend was geweest in 1517.

19 gedachtes over “4QMMT

  1. Robert

    “J.P. Meiers in toenemende mate inaccuraat als “Marginal Jew Trilogy” aangeduide vijfdelige reeks over de historische Jezus”

    I see what you did there 😉

  2. Elizabeth Gaskill

    “Dat deed afbreuk deed aan de almacht van God.” Een ‘deed’ te veel. (Aan het eind van alinea beginnend ‘Maarten Luther’).
    Interessante materie, dank je wel.

  3. FrankB

    “maar toch vraag ik me af wat er zou zijn gebeurd ….”
    Het had niet veel uitgemaakt. In je eigen boek Israel Verdeeld traceer je christelijk antisemitisme helemaal terug tot de vroege Tweede Eeuw, toen alle ware gelovigen enthousiast aan een potje modder gooien begonnen. Gegeven het feit dat ongeveer elke kruistocht begon met een paar gezellige pogroms Christelijk antisemitisme is nooit afhankelijk van de Reformatie geweest.
    Aan de andere kant was Luther bepaald niet de eerste die riep “Hier sta ik, ik kan niet anders”. Johannes Hus ging hem voor en eindigde op de brandstapel voor zijn moeite, terwijl John Wycliffe zo verstandig was ver van Rome te blijven en op tijd zelf dood te gaan. Van geen van beiden is enig antisemitisme bekend. De Reformatie was er toch welk gekomen; de tijd was er rijp voor.
    Tenslotte liep er in het 16e eeuwse Duitsland een vrijdenker rond die zich tegen antisemitisme keerde. Helaas kan ik me zijn naam niet herinneren; ik weet dus niet zeker of hij zich had aangesloten bij de Reformatie. Maar ik durf toch wel te concluderen dat de Reformatie evenmin afhankelijk was van antisemitisme.
    Luther en Calvijn waren een stel eersteklas klojo’s (en aan de andere kant liepen er ook wel een paar rond, terwijl onze eigenste zogenaamd gematigde Desi Erasmus evenmin dol was op joden). Het was een nogal bigotte tijd; zie bv. de heksenjachten en de Bartholomeusnacht. De gerechtelijke moord op Oldenbarnevelt en de wijze waarop de gebroeders De Witt werden aafgeslacht laten zien dat ook Nederland er vatbaar voor was.
    Luther en co zijn typische producten van hun tijd. Dus maakten zij maar weinig verschil. Atypische karakters als Karel van Egmont, hertog van Gelre; Willem van Oranje-Nassay, stadhouder der Nederlander en Henri van Navarra, koning van Spanje deden dat wel, al was het dan ook om banale machtspolitieke redenen.

      1. FrankB

        Zoals koning van Spanje – moet koning van Frankrijk zijn. Ik ben uit vorm, maar kan geen comeback maken zoals Oranje gisteravond.

    1. jan kroeze

      @FrankB: heb je enig idee waarom het niet zou uitmaken, nl. 1517 of heden ten dage? Ik neem aandat je daar op doelt.

      1. FrankB

        Verkeerde aanname. Ik had misschien het hele citaat moeten vermelden:

        “Ik heb weinig illusies over Luthers opvattingen over het jodendom, maar toch vraag ik me af wat er zou zijn gebeurd als 4QMMT al bekend was geweest in 1517.”

  4. A. Harmens

    Je kunt je ook afvragen of Luther niet gewoon een erflater is van de katholieke traditie, waarbij het een grote rol speelde of en hoe theologen Augustinus (in zijn strijd tegen Pelagius) volgden of interpreteerden. Hoewel Luther misschien anders zou beweren, denk ik dat het niet louter een kwestie is van Sola Scriptura en bijbelpassages. Traditie speelt hier ook. Het is een origineel en verfrissend idee om te onderzoeken of dogmatische twisten vermeden hadden kunnen worden door te kijken naar het Nieuwe Testament en haar relatie tot het Jodendom, maar dit idee heeft ook wel weer iets protestants.

  5. Robbert

    Werken der Wet en andere vondsten geven meer inzicht in het toenmalige jodendom, wellicht ook in het vroege christendom en de bedoelingen van Paulus; dat kan ik mij allemaal voorstellen. Maar juist de veronderstelde impact op christelijke theologie kan een beletsel zijn om de oude teksten zo historisch mogelijk te benaderen. Op de Paul Page lees ik dat de discussierende theologen willen dat de (nieuwe) historische inzichten relevant zijn voor (nieuwe) theologie. Ik las wel iets over een mogelijke uitzondering, Stowers: hij probeerde Paulus uitsluitend te lezen door de bril van toen, hoe lastig ook. Paulus sprak zijn toenmalige bentgenoten aan, niet het hedendaagse kerkvolk.

  6. Ben Spaans

    Uiteindelijk is iedereen alleen maar geïnteresseerd in Jodendom van rond het jaar 0 om wat het al dan niet over Jezus, Christenen en Christendom zegt.

    En zo is het en niet anders!😉

  7. Klaas

    Beste Jona, je schrijft:
    ‘Ik heb weinig illusies over Luthers opvattingen over het jodendom, maar toch vraag ik me af wat er zou zijn gebeurd als 4QMMT al bekend was geweest in 1517’
    Ik neem aan dat je hier bedoelt dat Luther ingezien zou hebben dat Paulus het niet had over een voorloper van de RK ‘goede werken’, maar op wat het toenmalige jodendom definieerde? Het zou een argument uit zijn handen geslagen hebben (dat Paulus impliciet al die praktijken van de RK kerk bij het grof vuil zou hebben gezet), maar zijn (Luthers) opvattingen over die ‘goede werken’ en over de joden vermoedelijk niet veranderd hebben. Het lijkt mij dat Luthers tweede door jou genoemde reden al ruim voldoende voor hem zou zijn om de RK praktijken af te keuren.

Reacties zijn gesloten.