De moord op Julius Caesar (1): de vooravond

Caesar (Musée des beaux-arts, Lyon)

Voor oudheidkundigen staat de datum van morgen, 15 maart dus, in rode letters op de kalender. Iemand die een burgeroorlog ten einde had gebracht en Italië zijn rust had teruggegeven, werd bloedig om het leven gebracht. Omdat ik over de moord op Odoaker op 15 maart 493 al eens heb geblogd, moeten we het maar hebben over die andere moord die plaatsvond op 15 maart – ofwel de iden van maart. U bent dus voor de 154e keer aanbeland in de naar een climax lopende reeks “Wat deed Julius Caesar 2069 jaar geleden?”

Hoezo, de iden van maart?

Voor ik daar op inga, eerst maar even een woord over die rare uitdrukking “de iden van maart”. De Romeinen hadden van oorsprong een maankalender, met enkele gemarkeerde momenten. De dag waarop een priester (of een andere functionaris, ik ga dat even niet opzoeken) de nieuwe maan waarnam, heette de kalendae, wat zoiets wil zeggen als “omroepen” dat de maansikkel was gezien, zodat de nieuwe maand was begonnen. De volle maan heette de idus of eidus, en in het Nederlands iden. Het eerste kwartier heette nonae en de dag vóór zo’n dag-met-een-naam heette de pridie, de “voordag”. Verder waren er complexe systemen om schrikkelmanen in te voegen en om de dagen namen te geven. Zo heette de dag die wij 26 januari noemen destijds “zeven dagen voor de kalendae van februari”. Van een volk dat 188 noteerde als CLXXXVIII, moeten we ook maar niets praktischers verwachten.

Lees verder “De moord op Julius Caesar (1): de vooravond”

De kalenderhervorming van Julius Caesar

Zodiak uit de tijd van Caesar (Museo Nazionale, Rome)

Als ik u zeg dat het 1 december had moeten zijn in het jaar waarin Caesar met Lepidus het consulaat bekleedde, dan weet u dat u bent beland in een nieuwe aflevering van de reeks “Wat deed Julius Caesar vandaag 2069 jaar geleden?”

De dictator besloot dat het nog maar eens november moest wezen. Op de laatste dag van november volgde dus de eerste dag van de tweede november. En toen de tweede maand november was afgelopen, kwam er nog een derde. Pas daarna begon de maand december. De inhaalslag was noodzakelijk omdat de Romeinse kalender, waarin soms een extra maan werd geschrikkeld, ernstig uit de pas liep met de seizoenen. Als hogepriester moet Caesar zich dat bewust zijn geweest. Zijn biograaf Suetonius schrijft:

Caesar hervormde de kalender, die door de schuld van de priesters in het ongerede was geraakt, omdat zij naar willekeur schrikkelmanen invoegden. Het gevolg was dat de oogstfeesten niet meer in de zomer, en de wijnfeesten niet meer in de herfst vielen.noot Suetonius, Caesar 39; vert. Daan den Hengst.

Lees verder “De kalenderhervorming van Julius Caesar”

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)

Caesar (Archeologisch Museum, Palermo)

De invoering van de nieuwe kalender van negentien jaar, waarvan er zeven een schrikkelmaan hadden, waarover ik zojuist blogde, was een van de grootste wetenschappelijke doorbraken uit de geschiedenis, en dat werd destijds ook erkend. De Joden, die destijds ook in het Perzische Rijk woonden, namen de cyclus meteen over. 235 maanmaanden (6940 dagen) is inderdaad precies even lang als negentien zonnejaren. Deze schrikkelcyclus staat bekend als die van Meton, naar de Atheense astronoom die haar in de vijfde eeuw in Griekenland introduceerde.

Ondanks de bereikte precisie was er nog ruimte voor verfijning, en rond het midden van de vierde eeuw v.Chr. werd vastgesteld dat als je vier cycli van negentien jaar nam en er één dag uit weg liet, je nóg accurater was. Deze cyclus van zesenzeventig jaar, 940 maanden en 4×6940-1=27759 dagen is vernoemd naar Kalippos, maar de ontdekker is vermoedelijk de astronoom Kidinnu uit Babylon, een tijdgenoot van Alexander de Grote.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (2)”

Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)

Caesar (Museum van Korinthe)

Eens in de vier jaar een schrikkeldag, maar niet in jaren deelbaar door honderd en weer wel als het jaarnummer deelbaar is door vierhonderd: echt makkelijk is het niet, maar nuttig is het wel. Door te schrikkelen, loopt de kalender namelijk in de pas met de seizoenen. Augustus blijft een zomermaand, februari blijft een wintermaand.

Voor ons is dat niet meer zo heel belangrijk, maar toen Julius Caesar de kalender met de schrikkeldag invoerde en toen paus Gregorius XIII de huidige regels invoerde, waren er nog religieuze feestdagen die aan de seizoenen waren gekoppeld. Het was handig als het feest voor de graanoogst ook plaatsvond als er iets te oogsten viel, en het was eveneens gemakkelijk als de vastentijd viel in een tijd waarin het eten toch al bijna op was.

Lees verder “Schrikkeldagen en schrikkelmanen (1)”