Brabantse sagen

Bronstijd-grafheuvels, Toterfout

De archeologische interpretatie stoelt op diverse poten. Zoals vergelijking: dit is een Romeins castellum want het lijkt op al bekende castella. Een meer tot de verbeelding sprekende interpretatiewijze noem ik gemakshalve “laboratorium”: door steeds weer nieuwe technieken is de archeologie momenteel de innovatiefste van de oudheidkundige disciplines. Verder benutten archeologen inzichten uit andere vakgebieden. Het ontstaan van de Taalgrens graaf je niet op, maar baseer je op teksten.

Archeologie in isolement

Nu volgt mijn maandelijkse gemopper: archeologen zijn met teksten onvoldoende vertrouwd. In de jaren ’80 propten de universiteiten de stof van vijf à zes jaar in vier jaar. De nadruk lag voortaan bij de technieken, terwijl kennis van de tekstwetenschappen gemarginaliseerd raakte. Deze smallere, technischere archeologie werd daarna geïnstitutionaliseerd in een onderzoeksschool, zoals ook andere disciplines in deze tijd geïnstitutionaliseerd versmalden.

Lees verder “Brabantse sagen” →

Kimbren en Teutonen

Helmen uit de Deens Bronstijd (dus te oud om Kimbrisch te zijn) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Aan het einde van de tweede eeuw trokken de Kimbren en Teutonen dwars door Europa. Ik noemde ze vorige week, toen ik vertelde dat Marius ze uiteindelijk had verslagen. Maar waar kwamen ze vandaan? Die vraag is verwant met de vraag wie ze waren. De naam Teutonen is Germaans en betekent zoiets als “het volk”. Dat past goed bij het beeld dat we hebben van een grote groep mensen die op drift zijn geraakt: een samenraapsel van ontheemden. De naam Kimbren is wel in verband gebracht met een Germaans woord *himbra-, dat “bewoners” betekent, wat best waar kan zijn. In elk geval vertrokken ze van Jutland, waar een eeuw later nog Kimbren woonden. Kortom, we lijken te maken te hebben met grote groepen noordelingen die, op zoek naar een beter leven, naar het zuiden trokken.

Lees verder “Kimbren en Teutonen” →

Hoe God uit de Kempen verdween

Een eeuw geschiedenis van de Belgische Kempen, dat is wat Koen Peeters de lezer biedt in zijn mooi geschreven roman De bloemen. Geen grotemannengeschiedenis: de Latijnse muntunie, de Koningskwestie en de Congocrisis blijven onvermeld. Het is een geschiedenis van het dagelijks leven in België, meer in het bijzonder in de Kempen.

Peeters presenteert zijn stof in een traditionele vorm: de familiekroniek. Eerst vertelt hij het verhaal van de zuivelhandelaar Louis en zijn vrouw Hortence, daarna beschrijft hij de carrière van hun zoon, de politicus René. (Diens echtgenote Paula komt opvallend minder uit de verf dan haar schoonmoeder.) De derde generatie komt aan het woord doordat de verteller, een zoon van René en Paula, commentaar geeft op de levens van zijn vader en grootvader. Door de perspectiefwisseling vermijdt Peeters het zwakke punt van zoveel familiekronieken: dat een naverteld mensenleven minder gestructureerd verloopt dan wenselijk is voor een roman.

Lees verder “Hoe God uit de Kempen verdween” →