Cornelis de Bruijn (8) Rusland

Peter de Grote, gastheer van Cornelis de Bruijn

Dit is het achtste van dertien stukjes over Cornelis de Bruijn. Het eerste was hier.

***

Oorlog

Cornelis de Bruijn keerde naar Amsterdam terug in 1708 en publiceerde drie jaar later Reizen over Moskovie, door Persie en Indie. Dit ambitieuze boek vormt onze belangrijkste bron voor De Bruijns tweede reis. Het deel over Rusland is in 1996 als apart boek opnieuw uitgegeven. Ik heb mijn exemplaar niet langer omdat ik het heb afgestaan voor een digitaliseringsproject. Het is daarbij kapot gesneden, maar nu kunnen duizenden mensen het lezen.

Sinds de planning van De Bruijns tweede reis was begonnen, was de politieke situatie drastisch veranderd. In de voorgaande eeuw had Zweden zijn macht gestaag uitgebreid, maar in 1700 hadden Denemarken, Litouwen, Saksen en Polen besloten de Zweedse bezittingen ten zuiden en oosten van de Oostzee aan te vallen. Wellicht konden ze heroveren wat ze ooit hadden verloren. Dit was het begin van de Grote Noordse Oorlog. Tsaar Peter de Grote sloot zich bij de agressors aan, omdat hij een zeehaven wilde hebben om Rusland een “venster op Europa” te geven.

Lees verder “Cornelis de Bruijn (8) Rusland”

Faits divers (29): ontdekkingen

Decius (Capitolijnse Musea, Rome)

Een nieuwe aflevering van de onregelmatig verschijnende reeks faits divers, met deze keer zomaar wat oudheidkundige ontdekkingen.

***

Wapenoffer

Eerst maar eens een gewone ontdekking: een Germaanse wapenvondst bij Hedensted, dat u aan de oostkant van Jutland moet zoeken, iets ten noordwesten van Funen. De Germanen hadden in de eerste eeuwen van onze jaartelling de gewoonte zo nu en dan enorme aantallen militaire objecten in moerassen te werpen. Ze zijn vooral bekend uit Denemarken en het zuiden van Zweden. Archeologen nemen aan dat het krijgsbuit was, omdat ook de menselijke resten weleens worden gevonden. Bij de depositie die bij Hedensted is gevonden, behoort een kostbaar pantserhemd.

Lees verder “Faits divers (29): ontdekkingen”

Faits divers (24)

Een scheepswrak in het archeologisch museum van Girne; wellicht krijgen we zoiets ook te zien in Cartagena

Omdat het nieuwe academisch jaar is begonnen en de oudheidkunde dus wordt bedreigd, beginnen we deze “faits divers” met een petitie. Dit keer gaat het om de gymnasia in Denemarken, die geen financiële steun meer krijgen. Vorig semester waren er petities voor twee archeologische instituten, vier voor klassieke talen, één voor geesteswetenschappen in het algemeen en twee voor musea (overzicht). Soms hielpen die petities, dus tekenen is geen vergeefse moeite. U vindt de Deense petitie daar.

Ter zake nu.

Lees verder “Faits divers (24)”

Kimbren en Teutonen

Helmen uit de Deens Bronstijd (dus te oud om Kimbrisch te zijn) (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Aan het einde van de tweede eeuw trokken de Kimbren en Teutonen dwars door Europa. Ik noemde ze vorige week, toen ik vertelde dat Marius ze uiteindelijk had verslagen. Maar waar kwamen ze vandaan? Die vraag is verwant met de vraag wie ze waren. De naam Teutonen is Germaans en betekent zoiets als “het volk”. Dat past goed bij het beeld dat we hebben van een grote groep mensen die op drift zijn geraakt: een samenraapsel van ontheemden. De naam Kimbren is wel in verband gebracht met een Germaans woord *himbra-, dat “bewoners” betekent, wat best waar kan zijn. In elk geval vertrokken ze van Jutland, waar een eeuw later nog Kimbren woonden. Kortom, we lijken te maken te hebben met grote groepen noordelingen die, op zoek naar een beter leven, naar het zuiden trokken.

Lees verder “Kimbren en Teutonen”

Amleth, Hamlet en The Northman

Een jaar of tien geleden bezochten mijn zakenpartner en ik Haithabu in het noorden van Duitsland. Ooit was dat een Noormannenstad en ik fantaseerde dat dit de plek was waar het oorspronkelijke verhaal van Hamlet zich kon hebben afgespeeld. Dat kennen we uit een middeleeuwse tekst: de Gesta Danorum van Saxo Grammaticus. U moet hem zo rond 1200 plaatsen. Hij is een tijdgenoot van Snorri Sturluson, de Edda-auteur die ik al eens noemde. Beide schrijvers tekenden de verhalen op van de Noormannen.

Saxo’s Amleth

Saxo’s Amleth is de zoon van de dappere Viking Horvendill en Gerutha. Als Horvendills broer Feng Horvendill doodt, vreest Amleth voor zijn leven en wendt voor waanzinnig te zijn. Op allerlei vragen geeft hij bizarre antwoorden – antwoorden die stuk voor stuk een dubbele bodem hebben die de lezer begrijpt maar de verhaalpersonages niet. Feng doorziet het echter en stuurt zijn neef naar Britannia, met een brief waarin staat dat de ontvanger de brenger moet doden. Net als in het toneelstuk van Shakespeare, vervangt de held de brief. Bij Saxo moet de ontvanger de brenger een geschikte echtgenote geven.

Lees verder “Amleth, Hamlet en The Northman”

Dobbelende Germanen

Speelbord uit Vimose

De Germanen, die verdobbelden hun vrouwen: ik weet niet waar het idee vandaan is gekomen, maar het lijkt een misverstand dat is ontstaan door een passage uit TacitusGermania. Die passage is overigens al bizar genoeg. Hier is ze, vertaald door Vincent Hunink:

Dobbelen doen de Germanen, wonderlijk genoeg, nuchter en als iets ernstigs. Met zoveel fanatisme in winnen of verliezen dat ze als alles is verspeeld bij de laatste en uiterste worp hun vrijheid en lichaam inzetten. De verliezer gaat vrijwillig in slavernij: hoe jong ook, hoe sterk ook, hij laat zich dan boeien en verkopen. Zo ijselijk consequent kan men zijn in iets verkeerds. Zelf spreken ze van “erezaak”. Zulke slaven verhandelt men, om ook zelf de smaad van zo’n zege kwijt te raken. (Tacitus, Germania 24)

Lees verder “Dobbelende Germanen”

Celtic Fields

Celtic Fields bij Wekerom (foto Jan van Uffelen)

De naam “Celtic Field” is een eeuw geleden bedacht door Britse archeologen en is eigenlijk een beetje misleidend. Het begrip suggereert immers dat deze akkers door de Kelten zouden zijn gebruikt. In feit zijn ze veel ouder en jonger: zo oud als de Vroege Bronstijd (ca. 1800 v.Chr.) en zo jong als de Vroege Middeleeuwen (ca. 650 na Chr.). Bovendien vinden we Celtic Fields bijna altijd buiten het gebied van de La Tène-cultuur: in België, Denemarken, Engeland, Duitsland, Nederland, Polen, en Zweden. Anders gezegd, in heel Noordwest-Europa maar zelden op een plek waar ze Keltisch spraken. Misschien is het halfvergeten Nederlandse woord “raatakker” beter.

Het gaat om kleine, vierkante of rechthoekige akkers. Een typisch voorbeeld meet ongeveer 35×35 meter, hoewel ze ook iets kleiner (30×30 meter) of iets groter (50×50 meter) kunnen zijn. De grootte doet vermoeden dat elke akker door één familie of misschien zelfs door één individu kon worden bewerkt.

Lees verder “Celtic Fields”

Cynische grap

Priamos en Achilleus (Nationaal Museum, Kopenhagen)

Dit is een van de twee Hoby-bekers, gemaakt door een Griekse zilversmid die Cheirisofos heette. Het voorwerp wordt stilistisch gedateerd in de eerste eeuw v.Chr. De afgebeelde scène is afkomstig uit het laatste boek van de Ilias: koning Priamos van Troje bezoekt Achilleus om het stoffelijk overschot van zijn zoon terug te kopen. Er is een tweede beker waarop is te zien hoe de held Filoktetes, die een lelijke slangenbeet heeft opgelopen, wordt behandeld. Elco Brinkman zou dit edelsmeedwerk hebben aangeduid als “topkunst”.

Het leuke is de vindplaats waarnaar de bekers zijn vernoemd: het dorpje Hoby op het Deense eiland Lolland. Daar heeft archeoloog Knud Friis Johansen ze in 1920 aangetroffen in het graf van een ongeveer dertig jaar oude Germaanse krijger. Ze zijn nu te zien in het Nationale Museum in Kopenhagen, dat een van de beste oudheidkundige collecties ter wereld bezit en een reis naar Denemarken waard is. Serieus.

Lees verder “Cynische grap”

Strijdige grondrechten

Hans van Mierlo (Nationaal Archief)

Sinds ik in The Independent een juichende bespreking las van een absoluut flutboek, geschreven door iemand die aan dat boek had meegewerkt, vind ik het wat lastig de Britse krant serieus te nemen. Toch staat er wel eens iets in dat de moeite waard is, zoals een uitspraak van een Deense minister, Dan Jørgensen, dat rituele slacht kon worden verboden omdat dierenrechten gaan vóór religie.

Ook al lijkt het erop, het gaat hier niet om de vrijheid van godsdienst. Ik neem althans aan dat Denemarken deze erkent en dat de minister geen vernieuwende visie op het Deens constitutioneel recht ontvouwt. Hij zal hebben gedoeld op bepaalde geloofspraktijken. Evengoed begeeft hij zich in een mijnenveld.

Lees verder “Strijdige grondrechten”

Nasotheek

nasothek_ncg
Nasotheek (Ny Carlsberg Glyptotek, Kopenhagen)

Marmeren standbeelden uit de Oudheid zijn kwetsbaar. Zo’n stenen kolos hoeft maar om te vallen en er breekt iets af, en doorgaans zijn dat de uitstekende delen: de armen, benen, het hoofd. Van het gezicht lopen de neus en de kin de grootste kans beschadigd te raken.

Het ligt in de rede zo’n kunstwerk te repareren. Je kunt vaak herkennen hoe de oude Grieken of Romeinen hun beelden hebben opgeknapt, bijvoorbeeld als een rechthoekig stukje natuursteen over een breuk is geplaatst. Soms maakte men van de gelegenheid gebruik een oud beeld wat aan te passen aan de eigentijdse smaak, bijvoorbeeld door de kop te vervangen door een hoofd met een modieuzer kapsel.

Lees verder “Nasotheek”