De Amsterdamse Nieuwbouwprijs

Hoe het er vroeger uitzag

Zes jaar geleden – vooruit: zes jaar geleden min twaalf dagen – schreef ik een stukje over de werkzaamheden bij mij aan de overkant van de gracht. Het terrein van de voormalige stadsdeelwerf (zie boven) was in de voorafgaande maanden bouwrijp gemaakt en inmiddels was men gaan heien, wat nogal wat overlast veroorzaakte. Die was op een gegeven moment natuurlijk ook weer voorbij en de afgelopen jaren zijn er nieuwe huizen gebouwd. Het project is onlangs afgerond, de straat is weer begaanbaar en ik verwachtte eigenlijk dat ik bericht zou krijgen dat ik eens mocht langskomen om woningen te bezichtigen.

Ik ben namelijk een paar jaar geleden in een kantoortje dat tijdelijk was geopend naast het bouwproject informatie gaan vragen en heb toen aangegeven belangstelling te hebben voor iets groters dan het huis waarin ik momenteel woon. Ik heb een woonduur van meer dan een kwart eeuw, ik laat een woning achter en ik ben economisch aan deze stad gebonden, dus op voorhand zou je denken dat zo’n projectontwikkelaar me uitnodigt nu ik heb aangegeven belangstelling te hebben. Gek genoeg heb ik nooit iets vernomen. Geen briefje, geen mailtje, geen telefoontje, niets.

Lees verder “De Amsterdamse Nieuwbouwprijs”

Duitse Surinamers

Ik mag dan wonen in de Amsterdamse Dodedichtersbuurt, met straten die een rijk literair leven suggereren, de buurt zélf lijkt niet vaak te zijn beschreven. Ik was daarom meteen geïnteresseerd toen ik hoorde dat Het geheim van mevrouw Grünwald, de debuutroman van Diana Tjin, zich voor een groot deel afspeelt in Amsterdam-West. En inderdaad, we bezoeken een huis aan de Van Lennepkade, wandelen onder de arcade langs de Kinkerstraat en doen inkopen op de Ten Katemarkt. Een feest der herkenning.

***

Wat ik dan weer niet herken, en waarom ik het boek niet alleen leuk maar ook interessant vond, is het verhaal van de Duitsers die in de jaren dertig woonden in Suriname en aan het begin van de Tweede Wereldoorlog door de Nederlandse gouverneur Johannes Kielstra werden geïnterneerd op plaatsen waarvan de namen me tot nu toe weinig zeiden: in de voormalige plantage Mariënburg, in een ressort Groningen en aan de Copieweg. Twee andere interneringskampen, de Jodensavanne en Fort Zeelandia, komen terloops aan bod – en de laatste naam is natuurlijk bekend van de decembermoorden. Het feit dat ik in deze alinea al zeven links aanbreng illustreert dat ik Het geheim van mevrouw Grünwald minder heb gelezen als roman over een jonge vrouw die een familiegeheim ontdekt dan als een verslag over een mij niet heel goed bekend stuk koloniale geschiedenis.

Lees verder “Duitse Surinamers”