
Sinds in 1962 een moai, zoals de beelden van Paaseiland heten, aanspoelde bij Zandvoort, zijn Nederlanders natuurlijk allemaal geboeid door die wonderlijke stenen kolossen. Alleen: waar kunnen u en ik ze zien? Niet iedereen kan even reizen naar Paaseiland of, zoals het eigenlijk heet, Rapa Nui. Gelukkig zijn er de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, waar zo’n moai staat. Het beeld heet Pou Hakanononga, “baken bij een baai vol vis”. En het is niet zomaar een beeld.
Expeditie naar Paaseiland
Maar eerst: hoe komt Brussel aan zijn moai? Daarvoor moeten we bijna een eeuw terug, naar 1932, toen de Hongaars-Franse chemicus Guilleaume de Hevesy (de latere Nobelprijswinnaar) attendeerde op de overeenkomsten tussen het Indus-schrift en het schrift van het Paaseiland. Onzin natuurlijk: er liggen vier millennia en duizenden kilometers tussen de Indusvallei en het afgelegen eiland. Desondanks vertrok een Frans-Belgische expeditie naar de Stille Zuidzee. Aan boord van het schip waren de Belgische classicus Henri Lavachery, die een zucht had naar het mysterieuze, en de Zwitserse etnograaf Alfred Métraux, die niets geloofde van de theorieën van De Hevesy.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.