
Sinds in 1962 een moai, zoals de beelden van Paaseiland heten, aanspoelde bij Zandvoort, zijn Nederlanders natuurlijk allemaal geboeid door die wonderlijke stenen kolossen. Alleen: waar kunnen u en ik ze zien? Niet iedereen kan even reizen naar Paaseiland of, zoals het eigenlijk heet, Rapa Nui. Gelukkig zijn er de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis in Brussel, waar zo’n moai staat. Het beeld heet Pou Hakanononga, “baken bij een baai vol vis”. En het is niet zomaar een beeld.
Expeditie naar Paaseiland
Maar eerst: hoe komt Brussel aan zijn moai? Daarvoor moeten we bijna een eeuw terug, naar 1932, toen de Hongaars-Franse chemicus Guilleaume de Hevesy (de latere Nobelprijswinnaar) attendeerde op de overeenkomsten tussen het Indus-schrift en het schrift van het Paaseiland. Onzin natuurlijk: er liggen vier millennia en duizenden kilometers tussen de Indusvallei en het afgelegen eiland. Desondanks vertrok een Frans-Belgische expeditie naar de Stille Zuidzee. Aan boord van het schip waren de Belgische classicus Henri Lavachery, die een zucht had naar het mysterieuze, en de Zwitserse etnograaf Alfred Métraux, die niets geloofde van de theorieën van De Hevesy.
Ze brachten de tweede helft van 1934 door te Rapa Nui, slaagden erin het vertrouwen van de bevolking te winnen en deden onderzoek. Voor de bizarre theorie die de aanleiding voor de expeditie vormde, was al snel geen aandacht meer. Wel tekenden ze in samenwerking met de bevolking de mythologie van de bewoners op. In mei 1935 keerden ze in Brussel terug met de moai.
Roofkunst?
Sceptisch als u inmiddels bent over etnografische voorwerpen in Europese collecties, vermoedt u natuurlijk dat dit roofkunst was, maar er zijn voldoende geschreven, gefotografeerde en zelfs gefilmde getuigenissen dat de bevolking van Paaseiland geen bezwaar had tegen het transport en medewerking verleende. Er bestaat echter geen officieel document.
Het is echter ook wat lastig te zien wie voldoende officiële statuur had om zo’n verklaring te schrijven op een eiland zonder bevolkingsregister, waar niemand zelfs maar een paspoort had en dat door de Chileense overheid was verpacht aan een onderneming die de 500 bewoners had geïsoleerd in één dorp en de rest van het eiland gebruikte als schapenweide. Pou Hakanononga is, om zo te zeggen, zeker niet officieel door de bevolking van Rapa Nui overgedragen aan Lavachery en Métraux. Dat kon ze echter ook niet. Ze ging er echter wel mee akkoord en verleende medewerking.
Recent onderzoek
Fast forward naar 2001, als de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis op verzoek van de Paaseilandse archeologe Sonia Haoa Cardinali onderzoek komen doen. De plek waar Pou Hakanononga ooit had gestaan, werd bedreigd door woningbouw en er resteerde niet veel tijd om meer informatie te winnen over het Brusselse beeld.
Er was natuurlijk al wel het een en ander bekend. De moai was ooit op een sokkel geplaatst en er later weer vanaf gehaald. Dat was niet ongebruikelijk. De beelden zijn niet opgericht voor de eeuwigheid; het ging om het oprichten zelf. Daarmee bewees een aristocraat op Rapa Nui dat hij tot iets in staat was en zijn status verdiende. Moais oprichten of neerhalen was het middel daartoe. Dat dit beeld was neergehaald, was dus niet vreemd. De vorm wel: een opvallend ronde kop, ietwat korte oren. En vooral: niet slechts zo’n lang hoofd, maar een beeld met een bovenlijf. Het zou weleens groter geweest kunnen zijn dan wat over is, want er is een aanzet van benen zichtbaar. Eigenlijk heel erg anders dan de klassieke moais.
Er waren dus vragen die wellicht beantwoord konden worden zolang de site buer overbouwd zou zijn. De archeologen ontdekten al snel dat Pou Hakanononga had gestaan op een klein platform. Daaronder was een brandlaag: toen het platform werd gebouwd, was eerst de vegetatie weggebrand. En verbrande vegetatie leent zich voor een koolstofdatering. Daaruit bleek dat deze moai vervaardigd is in de late dertiende of in de veertiende eeuw. Zeg maar tussen 1270 en 1400. Stilistisch past het goed bij soortgelijke beelden uit Polynesië.
De ouderdom is interessant, want Paaseiland is, zo blijkt uit recent onderzoek, pas rond 1200 gekoloniseerd. Pou Hakanononga is dus niet zomaar een moai. Het is het oudste op dit moment bekende beeld van Paaseiland.
Literatuur
Nicolas Cauwe, Pou Hakanononga. Een beeld van Paaseiland (2024)
Zelfde tijdvak
Koolstofdatering: Het principemaart 23, 2020
Oorlogskind (7) Tabakseptember 19, 2016
Ringelingen en Nibelungen (2)december 28, 2011

Het Britse museum heeft twee beelden van Paaseiland uitvoerig gedocumenteerd:
https://www.britishmuseum.org/about-us/british-museum-story/contested-objects-collection/moai
Ja, daar moest ik ook aan denken, die heb ik daar ook gezien. En je gaat inderdaad niet zomaar even naar Paaseiland, zelfs niet als je al in Zuid Amerika bent. Een paar dagen Paaseiland kost al gauw even veel als een maand rondreizen in Peru.
Zoals valt te lezen zijn de beelden opgesteld in Room 24 met als thema Living and Dying. Het is de meest antropologische zaal van het British Museum. Ik heb in die zaal meer tijd doorgebracht dan in bijvoorbeeld in de zaal met Egyptische mummies.
Weinig Griekse Romeinse oudheid deze week.😉
Maar wel weer een interessant bericht over mogelijke roofkunst! Snellezend miste ik in eerste instantie de april-grap. Of klikt iedereen meteen door waar mogelijk?
En over het boeiende verhaal van het Paaseiland. Onder meer daaraan ontleende Jared Diamond zijn ondergangs-ideeen (overigens aan te raden, zeer leesbaar, maar iedereen heeft Collapse natuurlijk al gelezen).
De versie van Diamond is op goede gronden weersproken o.m. door Rutger Bregman in De meeste mensen deugen, om zijn tegenovergestelde gelijk aan te tonen. Wie dat boek niet meer op de plank heeft staan, kan zijn eerdere vlotgeschreven artikel lezen, hierbij een ellenlange link:
https://decorrespondent.nl/7550/wat-er-echt-gebeurde-op-het-mysterieuze-paaseiland-en-wat-we-daar-vandaag-nog-van-kunnen-leren/22668ffd-ab37-0154-0abe-8003933136c1
En afgelopen weekeinde nog een stukje van Nienke Beintema in de NRC (die natuurlijk door iedereen gelezen wordt).
Ik las dat stuk in de NRC verbijsterd. Het was niet voor het eerst dat de kwaliteitskrant iets als nieuws bracht dat we eigenlijk al wisten.
https://www.nrc.nl/nieuws/2024/06/21/paaseiland-was-nooit-heel-dichtbevolkt-a4856964
De definitie van nieuws is volgens mij veranderd van “dat wat er nog niet was” / “dat wat is veranderd” in “dat wat je nog niet wist en waarvan je achteraf blij was te vernemen dat het bestond”. Zeg maar een verschuiving van traditionele wetenschapsjournalistiek naar het soort artikelen dat in pakweg het Historisch Nieuwsblad staat.
lk denk dat die ontwikkeling, waar ik me zelf niet senang bij voel, onvermijdelijk is.
Nou ja, als je iets nog niet wist is het voor jou natuurlijk nieuw. Heeft Columbus Amerika ontdekt? Aan de ene kant zou je kunnen zeggen van niet, want het continent was er al en er woonden al mensen.
Aan de andere kant zou je kunnen zeggen van wel, want de bewoners van de twee continenten wisten nog niet van elkaars bestaan.
Nou en of heeft Columbus Amerika ontdekt. Hij was alleen niet de eerste.
Waar denkt u dat Bregman dat vandaan heeft gehaald?
Het boek Beelden van Paaseiland van Jan Broersma https://www.atlascontact.nl/boek/beelden-van-paaseiland/
Jan Boersma
Jazeker! – late reactie – en Bregman heeft bron Boersema ook duidelijk genoemd bij het gebruik-voor-eigen-gelijk.
(Niettemin heb ik meer met het mensbeeld van Jared Diamond dat dat van Rutger Bregman).
Het hangt toch sterk af van lezerspubliek. Dat iemand verbijsterd is door een artikel over iets dat allang bekend is, verbijstert mij dan weer. Niet iedereen is van alles op de hoogte. Maar de krant had een beter artikel kunnen publiceren. met bronvermelding bijvoorbeeld.
Ik denk dat het mogelijk is stukken te schrijven die én voor mensen die niet van alles op de hoogte zijn én voor mensen die echt nieuws willen horen, interessant zijn. Van een krant, waarvoor mensen veel geld betalen, verwacht ik overzicht van wat er feitelijk speelt en de ambitie daar verslag van te doen.
Het is maar hoe je roofkunst definieert. In San Pedro de Atacama sprak ik een Chileense docent samen met een inwoner van die plaats over een Belgische missionaris. Hij had daar archeologische vondsten van Aldea de Tudor, met medeweten van de inheemse bevolking, meegenomen voor een museum in dezelfde plaats. Helaas voor de inheemse bevolking, vervalste hij de stukken en nam de originele exemplaren mee naar België. Chilenen moeten nu naar Europa of de VS om hun eigen archeologische vondsten te bestuderen en hun eigen geschiedenis te onderzoeken. Je zou als Nederlander maar naar Chili moeten om onze tempelstenen van Herwen te moeten onderzoeken!