Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

Mummieportret (achttiende dynastie)

Men zegt dat geen geringere kunstenaar dan Edgar P. Jacobs zich eens een nacht heeft laten opsluiten in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis te Brussel. Ik heb het niet gecontroleerd. Het is echter zeker een feit dat zo’n beetje elke Belgische striptekenaar wel ergens een object uit het museum in z’n werk heeft verstopt. U kent Hergé, u kent het beeldje van het gebroken oor en u kent de mummie van Rascar Capac. De museumwinkel verkoopt een aardig boek, Museum in strip. Museumstukken als figuranten in een stripverhaal (1996), waarin tientallen voorbeelden zijn gedocumenteerd.

Die striptekenaars hadden groot gelijk, want er is geen betere plek om inspiratie op te doen. Er is hier van alles te zien, van zo’n standbeeld van Paaseiland tot glaswerk, van islamitische kunst tot een maquette van het oude Rome, van oosterse iconen tot precolumbiaans aardewerk, met daartussenin dan nog Nervische munten, een totempaal en gobelins. Binnenkort gaan nieuwe afdelingen open over gebruiksvoorwerpen uit de negentiende eeuw en over de Belgische art nouveau en art deco. Je kunt in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis moeiteloos een dag dwalen, en het fijne is: anders dan in het Louvre blijft het overzichtelijk.

Grafportret uit Palmyra

De collectie

Het is moeilijk te zeggen wat me hier het beste bevalt, want er is zoveel leuks te zien. Ik bezocht het afgelopen vrijdag voor de vijfentwintigste keer en blijf nieuwe dingen ontdekken. Dat komt natuurlijk ook doordat afdelingen, zoals nu precolumbiaans Amerika, worden gerenoveerd. Maar ook de al wat oudere afdeling Nabije Oosten is een wonder, dat een bezoek aan Brussel rechtvaardigt. Er zijn prachtige objecten, zoals een reliëf van Naram-Sin, een Sassanidische helm, grafportretten uit Palmyra en een leuk klein tablet waarop iemand een vermenigvuldigingstabel heeft geschreven. Ernaast is een afdeling islamitische kunst.

De Griekse, Romeinse en Egyptische afdelingen bestaan uit ruime, rustige, lichte zalen, waar je de objecten op je gemak kunt bestuderen. Het is een beetje ouderwets, en dat is een zegen. Als ik mijn geld terug had gekregen van elk museum waar ze hebben gekozen voor zogenaamd spannende opstellingen, doorgaans in pseudomysterieus schemerduister, zou ik zeker een week in Brussel op vakantie kunnen. Tot de hoogtepunten behoren de Egyptische “Dame van Brussel”, mozaïeken uit de Syrische stad Apameia en de al genoemde maquette van het oude Rome, vergelijkbaar met de bekendere maquette in het Museo della civiltà romana in Rome.

Maquette van Rome

De Brusselse afdeling Nationale Archeologie is een ander hoogtepunt. Die vertelt het verhaal van België tot pakweg het jaar 700 na Chr. Echte topstukken zijn er niet, maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de heel goede uitleg van de Prehistorie, de Bronstijd, de Kelten, de Romeinen en de Franken. Die laatste zalen zijn prachtig versierd met schilderingen van Rosinski. Logisch. Zoiets is het museum dat zoveel striptekenaars inspireerde, natuurlijk aan zijn stand verplicht.

Geesteswetenschappelijk musea

Een belangrijke troef van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis is dat hier de westerse kunstnijverheid wordt gecontrasteerd met antieke voorwerpen en met niet-westerse objecten. Feitelijk zet je zo je eigen artistieke traditie tegenover die van andere culturen, zodat de bezoeker het plaats- en tijdgebondene van de eigen cultuur herkent. Dit is immers waarvoor we geesteswetenschappen hebben: om door kennismaking met andere culturen jezelf wat beter te begrijpen.

Magisch poppetje uit Athene (“don de Mr Fr. Cumont”)

Ik moet niet vergeten te melden dat je tot Parijs moet reizen om een betere museumboekhandel te vinden dan die in Brussel. Wat toch ook wel belangrijk is. Een museum moet informeren, en dat beperkt zich niet tot het tonen van objecten.

Vreemd genoeg zijn de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis bij Nederlanders vrijwel onbekend. Misschien wel omdat België voor hen het gebied is waar je doorheen gaat op weg naar een echt buitenland, en waarvan je steeds denkt “we komen er nog weleens” – en waar je dus te weinig komt. Maar dit is echt een heerlijke plek, waar om elke hoek iets ligt om je door te laten verrassen. Net als Edgar P. Jacobs zou ik me er graag een nacht laten opsluiten. Niet omdat ik een begaafd kunstenaar ben, maar omdat je je in de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis weer even een kind kunt wanen, blij met alles wat je voor het eerst kunt ontdekken.

Een Chinese beeldengroep van een joert en een muzikant
Deel dit:

4 gedachtes over “Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis

  1. @rambambashi Voor indrukwekkende exposities van duizenden jaren oude archeologische vondsten hoef je niet meteen naar Brussel. Ook in het Rijksmuseum voor Oudheden in Leiden zijn genoeg oude schatten te zien om je een dag mee zoet te houden.

  2. Merit

    Een ode aan het KMKG. En terecht. Waar vind je, zo nabij, een prachtig, heel groot, vloermozaïek en zulk een mooie maquette van het oude Rome?
    De topstukken zijn m.i. de papyrus van Nefer-renpet en de mastaba van Nefer-ir.t nf.

    Over de papyrus gaat het voortreffelijke boek van H. Milde ‘The vignettes in the book of the dead of Neferrenpet’ uitg. NINO 1991: https://search.app/CD4FeLzopa8CoeUi9

    Over de mastaba gaat het boek van Baudouin van de Walle ‘La chapelle funéraire de Neferirtenef, 1978. Een publikatie met prachtige lijntekeningen, die men ook in het museum kan zien.

    Overigens zijn de mastaba’s, die in Europese musea te zien zijn, op de vingers van één hand te tellen (Parijs, Brussel, Hannover, Wenen, Leiden). Behalve Leiden zijn de mastaba’s voortreffelijk gepubliceerd. In Leiden is men bezig, maar men loopt bijna een halve eeuw achter op Brussel.

Reacties zijn gesloten.