Nobelprijs Geneeskunde

Rond het midden van de negentiende eeuw was de gemiddelde levensduurverwachting van een baby ongeveer veertig jaar. De zuigelingensterfte was hoog en de kinderziektes waren nog levensbedreigend. Een kind dat de eerste jaren van zijn leven doorstond, had echter een goede kans ook nog zestig of zeventig te worden.

Rond 1895 lag de levensduurverwachting al aanzienlijk hoger, rond 1970 was ze opgelopen tot zeventig en rond 1995 tot zo’n vijfenzeventig à tachtig. Toen ik tien jaar geleden mijn boekje over futurologie schreef, bestond er consensus dat we er rekening mee moesten houden dat mensen nog ouder zouden gaan worden, en inderdaad: twee weken geleden werd gemeld dat de helft van de westers meisjes anno 2013 mag verwachten honderd jaar oud te worden. Chronisch bejaard. Lees verder “Nobelprijs Geneeskunde”