
[Dit is het laatste van zes blogjes over de herkomst van de Slavischsprekende volken. Het eerste was hier.]
De tweede etnogenese
In zijn mooie boek over de Avaren onderscheidt Walter Pohl voor de Bulgaren een tweede etnogenese: het volk is voor de tweede keer ontstaan. Dat gebeurde in de vroege zevende eeuw, toen de Avaarse migratie de landkaart had hertekend, maar deze immigranten geen factor van betekenis meer vormden. Rond 635, dus na het Avaarse debacle bij Constantinopel, staakten allerlei stammen in het oostelijke Zwarte Zee-gebied de betaling van tribuut aan de Avaren. Ze clusterden samen onder een nieuwe charismatische leider, die Kubrat (of Kurt of Kubrat of Kobratos) heette en heerste over een gebied dat de Byzantijnen aanduidden als Groot-Bulgarije.
De man was gedoopt en kon met de steun van keizer Herakleios zijn rijk vanuit zuidelijk Rusland uitbreiden langs de Zee van Azov tot aan de Beneden-Dnjepr. De vorst, khan, had een hoofdstad Fanagoria op het Tamanschiereiland, goed bereiken voor schepen uit Constantinopel. De schat die in Pereshchepina in Oekraïne is gevonden, behoorde toe aan Kubrat.
Kubrats superfederatie overleefde zijn stichter niet. Toen hij ergens rond 655 overleed en er een nieuw volk uit Centraal-Azië aankwam (de Khazaren), viel Groot-Bulgarije uiteen in vijf delen, wat in onze bronnen wordt beschreven als een over vijf zonen verdeelde erfenis. Dat is niet in tegenspraak met het idee dat het leger van Groot-Bulgarije uiteenviel en op zoek ging naar betaalheren. Eén groep sloot zich aan bij de Avaren, een tweede verhuurde zich in Italië aan de Langobarden, een derde voegde zich bij de Khazaren, een vierde trok noordwaarts naar de Wolga, een vijfde groep, onder leiding van Kubrats zoon of kleinzoon Asparuch, trok langs de Zwarte Zee verder en bereikte de benedenloop van de Donau.
Asparuch
Clustering en ontclustering. De Bulgaren hadden voorgoed uit de geschiedenis kunnen verdwijnen. De Wolgagroep groeide echter uit tot een vroege staat, die een belangrijke rol zou spelen in de handel tussen de Noormannen en het Kalifaat. Over de vroege staat die aan de Donau zou ontstaan, zijn we zelfs goed op de hoogte.
Dankzij de eerder dit jaar gepubliceerde Maronitische Wereldkroniek weten we dat Asparuchs Bulgaren de Donau overstaken in april 681, terwijl keizer Konstantijn IV, aanwezig was bij het Derde Concilie van Constantinopel. Hij voer snel naar het noorden, bereikte de Donaumonding en sloeg zijn kamp op tegenover dat van khan Asparuch. Daar werd de keizer ziek en hij verliet zijn kamp, waarna het leiderloze Byzantijnse leger werd verslagen. Konstantijn was gedwongen de aanwezigheid van de Bulgaren op de zuidelijke oever van de Donau te erkennen en kocht Asparuch af met jaarlijkse betalingen.
Die bezat nu het goud om concurrerende leiders uit te kopen en te beginnen aan de opbouw van een bescheiden staatsapparaat: een vroege staat was aan het ontstaan. Vanuit zijn residentie in Pliska regeerde Asparuch over het gebied tussen de Donau en het Balkangebergte, waar een eeuw eerder de Antes zich tussen de laat-Romeinse bevolking hadden gevestigd. Verder naar het westen voelden andere Slavische groepen zich bedreigd door de Bulgaren en organiseerden de Serviërs en Kroaten, net bevrijd van de Avaren, zichzelf om weerstand te bieden.

Het ontstaan van Bulgarije
Allerlei niet-christelijke graven zijn wel aangewezen als bewijs voor de Bulgaarse migratie, maar inmiddels staat voldoende vast dat de grens tussen christenen en heidenen niet samenviel met die tussen Byzantijnen en noorderlingen, dus dit argument is minder sterk dan het lijkt. Evengoed was de kerstening van de Bulgaren voor zowel de patriarch van Constantinopel als de keizer een belangrijk beleidsdoel.
Wie er ondertussen met Asparuch mee waren gekomen, weten we niet goed. In zijn legergroep worden een stuk of acht verschillende stammen genoemd. Ze zijn allemaal vergeten, en de afstammelingen van de migranten zouden zich steeds meer gaan bedienen van de Slavische talen die al in hun nieuwe land werden gesproken. Ze slavificeerden.
Feitelijk had een derde etnogenese plaatsgevonden: de huidige staat Bulgarije kan met enig recht claimen op de schouders te staan van een negentiende-eeuwse staat, die teruggreep op het Tweede Bulgaarse Rijk uit de Late Middeleeuwen, die weer teruggreep op het Eerste Bulgaarse Rijk waarvoor Asparuch de grondslagen legde en dat in de Vroege Middeleeuwen een eigen vorm van christendom vond.
Namen en identiteiten
Asparuchs rijk greep op zijn beurt weer terug op het rijk van Kubrat dat, na de Avaarse storm, weer teruggreep op de Bulgaren die met de Hunnen waren meegekomen. De naam “Bulgaren” bestaat dus al ruim anderhalf millennium, maar verwijst naar steeds andere mensen op steeds andere plaatsen.
Feitelijk hebben we het over de vraag wat een etnische continuïteit is. Dat is niet alleen een naam, ze bestaat ook uit taal, toegeschreven lichamelijke kenmerken, statussymbolen en andere uiterlijke vormen, religie, gedeelde waarden, afstamming en vaak een claim op land. En dit alles moet niet alleen door de groep zelf worden erkend, maar idealiter ook door andere groepen. U kunt zelf de politieke problemen wel uittekenen, want lang niet iedereen is het over alles eens. Maar met dit voorbehoud, en nog wat andere slagen om de arm, denk ik dat verdedigbaar is dat voor de Bulgaren de continuïteit begint in het Eerste Bulgaarse Rijk.
[Waarom deze reeks van zes blogjes, zult u zeggen. Nou, ik organiseer volgend jaar een reis naar Bulgarije en wilde toch eens uitgezocht hebben hoe al die stammen, volken, superfederaties in elkaar grepen.]
Zelfde tijdvak
Tigranokerta in Nagorno-Karabachseptember 29, 2023
De nachtreis van Mohammedseptember 20, 2024
Islamitisch recht (5) rechtsscholenjuni 15, 2025

Log in met je uitgenodigde account of vraag lidmaatschap aan bij de redactie.