
Eerst even dit: een petitie. Dit keer niet om een archeologisch instituut, een klassieke opleiding, een faculteit geesteswetenschappen of een museum te redden, maar omdat er een onzalig plan is de publiekstaken van het Nederlandse Nationaal Archief in te perken. Terwijl dat juist zijn publiekstaken moet uitbreiden, bijvoorbeeld door u en mij toegang te verlenen tot alle wetenschappelijke publicaties die de afgelopen kwart eeuw achter betaalmuren zijn gelegd. Ik noem maar iets voor de hand liggends. Uiteraard weet ik dat het moment om de humaniora te verdedigen, in de jaren tachtig was. Teken desondanks toch maar, al zal het wel vergeefse moeite zijn. Maar je mag “au” roepen als ze de toegangsdeur tot de beschaving in je gezicht dichtsmijten.
Ter zake nu.
Rivieren
Europa kende eeuwenlang twee grote handelsroutes, schreef ik onlangs. De ene was de corridor van de Noordzee via Rijn, Moezel, Saône en Rhône naar de Middellandse Zee, en de ander was de Donau, de route van de Zwarte Zee naar West-Europa. Om het belang van die rivier te illustreren, noemde ik dat hierlangs de eerste landbouwers, de eerste metaalwerkers, de eerste Indo-Europees-sprekenden, de Sarmaten, de Hunnen, de Avaren en de Magyaren westwaarts waren gekomen. Ongetwijfeld sla ik zo nog wat groepen over.
Vervoer
Rivieren waren altijd in de allereerste plaats transportwegen. Hoe ontzettend belangrijk ze waren, blijkt uit een simpel kengetal: de kosten van het vervoer van een bepaalde lading over een rivier waren maar een zevende van de kosten van het transport van dezelfde lading over het land. (Ter vergelijking: zeetransport kostte zelfs maar een zeventiende.) Dit is een van de verklaringen waarom politieke eenheden zich opvallend vaak langs rivieren vormden, of het nu gaat om het Oude Rijk in Egypte of om Germaanse stammen als de Amsivarii en de Chasuarii (langs de Eems of de Haase).
In de Romeinse tijd werden de Rijn en Donau en – in het oosten – de Eufraat beschermd door een lange reeks forten, die vanzelfsprekend een functie hadden om de rivieroversteek te controleren, maar die evenzeer dienden om te garanderen dat kooplieden en andere reizigers ongestoord de rivier konden bevaren. Ik verbeeld me dat het leven op het water sterk heeft geleken op dat van Arthur van Schendels schitterende roman De waterman.

Irrigatie
Op meer zuidelijke breedten hebben rivieren nog een tweede functie: ze stromen door droge gebieden, waar anders weinig water zou zijn, en maken daar akkerbouw en veeteelt mogelijk. De eerste landbouwers verbleven in de bergdalen van de Zagros en Taurus, maar al heel snel daalden de boeren af naar de vlakten van de Tigris en Eufraat. Later volgden de Nijl en de Medjerda, en verder naar het oosten de Indus en Ganges, en de Gele Rivier en de Blauwe Rivier. Deze stromen brachten niet alleen water, maar zetten ook vruchtbare klei af. Het is daarom dat de eerste steden ontstonden bij de rivieren: op vruchtbare grond, bij een transportroute, en met de mogelijkheid afval simpel te lozen.
Dit alles maakte het leven langs het water overigens nog niet makkelijk. Overstromingen waren altijd mogelijk en konden behalve de oogst ook mensenlevens vernietigen. Gelukkig waren deze rampen voorspelbaar: de goede goden lieten namelijk door middel van de sterrenbeelden weten wanneer het water zou gaan stijgen. Als de zon in de sterrenbeelden Waterman en Vissen stond, was het tijd om de dijken te controleren en afwateringskanalen uit te baggeren, want dan zou het water in de Eufraat en Tigris gaan stijgen.

Soms vormde een rivier ook een grens, en dan bood de rivier zelf de mogelijkheden voor de verdediging. Een meander was grotendeels door water omgeven, wat in vredestijd betekende dat overal handelskades lagen, terwijl in oorlogstijd het water een vijandelijke aanval compliceerde. Besançon is een voorbeeld van zo’n stad waar een rivier (de Doubs) de handel vereenvoudigde en een belegering bemoeilijkte.
Riviergoden
Een rivier kreeg niet zelden cultische eerbewijzen. In Egypte is de verering van Hapi bekend, de god van de Nijl; uit Mesopotamië kennen we Enki, de god van het zoete water; in Iran vereerde men zoetwatergodin Anahita. Voor de Grieken symboliseerden de riviergoden het eigen landschap, en het zegt veel dat ze de rivieren wél vereerden maar de bergen niet, hoewel die toch even herkenbaar het eigen landschap bepaalden. In de mythologie golden de riviergoden vaak als de vader van deze of gene lokale held, en zelf werden ze vereerd als brengers van water en beschermer van degenen die het water moesten oversteken. De christelijke Sint-Christoffel heeft deze functie overgenomen.

En om terug te keren naar de regio waar we begonnen: in West-Europa offerde men aan de rivier door kostbare voorwerpen in het water te gooien, vooral op plaatsen waar rivieren zich splitsten of samenvloeiden. Dat maakt rivieren nog altijd tot interessante archeologische vindplaatsen.
[In de reeks over de voor-westerse geschiedenis behandel ik de tijd vóór het concept van het “Westen” bestond en de factoren die vóór de evenementiële geschiedenis komen. Een overzicht is hier.]
PS
Als u tot hier hebt gelezen en deze petitie nog niet hebt getekend, dan was dit uw reminder.

Dicht bij de Schelde begrijpen we dat maar al te goed. Die zeerivier is door de vlakke omgeving niet vatbaar voor het soort overstromingen zoals in de nauwe valleien van de Ardennen en beschermd tegen droogvallen door het getij. De verpersoonlijkte Scaldis kan dan ook, gezapig achteruitleunend, een hoorn des overvloeds aanreiken aan stadsmaagd Antverpia. Er zijn vast elders parallellen voor de uitspraak: Antwerpen dankt alles aan de Schelde, en de Schelde aan God.
Terug naar de oudheid: riviernamen zijn in het Latijn in de regel mannelijk, ook die eindigend op -a. Alleen, Mosa (Maas) is nergens geattesteerd met een congruente bijvoeglijke bepaling die het geslacht aangeeft. We kunnen dus wel vermoeden dat ook Mosa mannelijk was, maar zeker zijn we niet.
Ik mag graag Amerikanen erop wijzen dat hun werkelijke motto MAIA is – Make America Ignorant Again. Helaas schijnt één van Nieuweboer’s Wetten weer op te gaan: Nederland neemt alleen slechte dingen van de VSA over, nooit de goede. Dit voornemen van het NA overtuigt mij ervan, samen met allerlei ander nieuws, dat er een campagne gaande is getiteld Maak Nederlands Weer Onwetend.
Dat lukt al heel aardig.
BTW, de NWO zal misschien minder gelukkig zijn met het acroniem…
Een vraag. Dat rivieren hoofdverkeersaders waren is evident en zal archeologisch en historisch makkelijk aan te tonen zijn. Mensen en goederen moeten verplaatst worden. Maar wij zien ze vanuit onze economische vooronderstellingen vooral als handelswegen, terwijl de mythologie toont dat rivieren werden “vereerd als brengers van water en beschermer van degenen die het water moesten oversteken”. Als mythen ons wijzen op wat mensen toen belangrijk vonden dan mis ik hierin juist die handel. Vertekent onze leesbril de zaken of mis ik iets?
Het betekent dat degenen die de mythen opschreven, niet degenen waren die handel dreven waren. De schrijvende elite moest weinig hebben van mensen die zo vulgair waren dat ze dingen inkochten voor het ene bedrag en doorverkochten voor méér. Een koopman gold als weinig méér dan een dief, en wat zo iemand te vertellen had, noteerden ze niet.
Dat was in de negentiende eeuw nog zo. Het was een van de redenen om “De waterman” te noemen: een verhaal over gewone mensen, die ook zo hun eigen ideeën hadden (in dit geval: Van Schendel heeft het over de Zwijndrechtse nieuwlichters: https://nl.wikipedia.org/wiki/Zwijndrechtse_nieuwlichters).
Blijft de vraag hoe belangrijk die elite was en hoe belangrijk die ‘geldmakers’, en wat ‘het volk’ daar dan van dacht. Of in hoeverre mythen elitair waren of breder gedeeld in de cultuur. Waarschijnlijk dus weer een we-weten-het-niet?
Zo erg is het nu ook weer niet. De Nederlandse archeoloog Nico Roymans kan bijvoorbeeld aan de hand van archeologische en taalkundige data vaststellen dat de verhalen over kabouters in Brabant, die strijk en zet gaan over Prehistorische/Romeinse grafheuvels in de Late Oudheid opnieuw mensen in zijn begraven, teruggaan op een laatantieke vooroudervering. (De voorouders veranderden in welwillende geesten die hielpen bij de huishouding en voor wie je grafgiften/cadeautjes achterliet.) Superleuk onderzoek dat licht werpt op de antieke volkscultuur.
Welnee, kabouters bestonden gewoon echt, in de Peel…https://www.boekwinkelstip.nl/a-54676027/maatschappij-en-politiek/klein-volk-ton-van-reen/#description
De aanhef van Cato’s “De agricultura” geeft een duidelijke voorkeur weer: landbouw is het meest eerzame en veilige beroep, dat bovendien de beste soldaten oplevert. Handel kan door hard werk winst opleveren, maar is bijzonder risicovol. Bankiers en geldschieters verdienen ook goed hun boterham, maar dat zijn schurken, erger dan dieven.
Ik kijk graag een tijdje naar een kaart, en dat heb ik dus ook met bovenstaand kaartje gedaan. Je ziet dan nog eens goed hoe weinig rivieren in het zuiden in de Middellandse zee uitmonden. Alleen de Nijl en nog wat kleingrut, en de Nijl is wel lang, maar qua hoeveelheid water niet bijzonder. Het debiet van de Donau is twee keer zo groot.
In Noord Afrika kunnen rivieren nauwelijks als transportwegen hebben gefunctioneerd: heeft dat gevolgen heeft dat voor de economie en de staatsinrichting van dat gebied? Behave de Nijl zie ik daar ook niet één rivier die zou kunnen overstromen. Zelfde vragen.
Ik denk dat dit een van de verklaringen is waarom de Maghreb en Subsaharaal Afrika zulke verschillende werelden zijn. Als er al rivieren waren, verdampten die, en zo bezien is het bestaan van de Nijl op zich al een wonder.
Het Victoriameer heeft genoeg water.
Alsnog (18-9) enige relativering hiervan:
Het Victoriameer heeft genoeg water… ja, voor de nijlbaars! maar draagt niet zoveel bij aan de bovenloop van de Nijl.
Door enorme verdamping in de Sudd (Zuid-Soedan) aan minder dan de helft van het Witte Nijl-water bij Khartoem, de andere helft komt uit zijtakken in Oeganda en Ethiopie. Totaal bij Kartoem zo’n 30 % van de Witte Nijl en de Blauwe Nijl zo’n 60 % en verderop de Atbarah, 10 %, beide uit Ethiopie.
Behalve in de Sudd vindt natuurlijk over de hele loop verdamping plaats, tegenwoordig verergerd door de twee enorme en de vele kleinere stuwmeren.
Getallen worden wisselend opgegeven maar ik denk dat je het aandeel Victoriameer (gevoed door veel kleinere rivieren) op minder dan 10 % kunt stellen.
Hoe dan ook, de Nijl met zijn enorme lengte en betrekkelijk geringe waterafvoer (bv. maar de helft van de Donau) en gezien z’n ontstaan en merkwaardige geografie kun je zeker een wonder noemen.