Wachtdienst aan de Romeinse grens

Gholaia (Bu Njem)

Tot de opmerkelijkste vondsten Gholaia (Bu Njem), een van de castella aan de Limes Tripolitanus, behoort een verzameling militaire notities op ostraca (beschreven aardewerkscherven). Ze bieden een zeldzaam inzicht in de Romeinse aanwezigheid aan de rand van de woestijn. Voor het Thesaurus linguae Latinae-lemma repungo mocht ik drieëndertig van die scherven bekijken. Het gaat om lijsten uit de jaren 253 tot 259 waarop de diverse dagtaken staan vermeld. Hier is een voorbeeld dat ik zelf ook niet kan lezen, maar door Robert Marichal is ontcijferd:

(Marichal, Les ostraca de Bu Njem, 139)

VIIII Ka(lenda)s Ian(uarias) n(umerus) LVII
in his librarius I
optio I
⟦proculcator I⟧
|(equites) VIII
quintanari(i) XXII
de spec(u)lis I
ad porta(m) I
ad p(rae)p(ositum) I
structor I
(a)egri III
Sulpicius Donatus
Titus Buzuris
Aurelius Rufus

ad virgas I
reli<q=G>ui repungent XVII
fur[n]us XV
[balneus] II

Dit lijkt een dag- of dienstrooster te zijn. Een momentopname van de personeels- en taakverdeling binnen een eenheid, kennelijk gedateerd op 24 december (VIIII Kalendae Ianuariae = 9 dagen voor het begin van januari).

Allereerst wordt de totale sterkte of een relevant deel daarvan vermeld: numerus LVII – dat wil zeggen 57 manschappen. Daarna volgt de interne indeling van de eenheid: een librarius, “schrijver” en een optio, “adjudant-centurio”. De proculcator lijkt een hooggeplaatste verkenner van de voorhoede te zijn. Hij is door de schrijver doorgestreept. Daarnaast zijn er acht ruiters (equites) en 22 quintanarii, vermoedelijk een specifieke dienst- of bevoorradingsgroep binnen de eenheid.

Andere functies verwijzen naar specifieke taken: een man op wachtdienst (de speculis), een bij de poortwacht (ad portam), een andere bij de commandant (ad praepositum), en een structor, die vermoedelijk verantwoordelijk was voor bouw- of onderhoudswerkzaamheden. Drie soldaten worden als ziek (aegri) vermeld en worden bij naam genoemd: Sulpicius Donatus, Titus Buzuris en Aurelius Rufus. Naast de lijst staan nog enkele vermeldingen: één persoon zit blijkbaar in de gevangenis (ad virgas).

reliqui repungent(ur?)

Het moeilijk leesbare of beschadigde gedeelte reliqu(i) repungent XVII heeft waarschijnlijk betrekking op een restaantal van zeventien personen, wat precies klopt als men de proculcator inderdaad niet meetelt, aangezien deze is doorgehaald. Deze zeventien worden toegewezen aan de badfaciliteiten: furnus (verwarming) en het balneum (de badfaciliteit zelf). Iets soortgelijks gebeurt ook op andere ostraca, voor zover deze nog leesbaar of bewaard gebleven zijn.

Het woord repungo duikt op deze ostraca drieëndertig keer op. Het was in Gholaia blijkbaar een gangbare term, maar verder komt ze vrijwel nergens voor, en zeker niet in de hier bedoelde betekenis. Het is ook onduidelijk of we dit als actief repungent of passief repungentur moeten opvatten. Een mogelijke verklaring is “opnieuw van een punt voorzien”. Men kan dan denken aan een namenlijst, waarop de soldaten die vrij zijn een punt voor hun naam krijgen. Dan zou de passieve vorm waarschijnlijk zijn: ze worden weer van een punt voorzien.

Nu was ik toevallig in de papyruscollectie te Wenen, en daar zag ik een papyrusfragment met een namenlijst. Voor sommige namen staan inderdaad puntjes.

De Weense papyrus met puntjes (L 099)

De lijst zelf is vrijwel onleesbaar, maar een transcriptie is online. De puntjes zijn duidelijk te herkennen. De papyrus is, zoals eigenlijk alle papyri, afkomstig uit Egypte en dateert uit de eerste of tweede eeuw na Chr. Robert Fink noemt in totaal vier papyri waarop puntjes voor namen staan, zoals deze, maar het is niet meer duidelijk waarvoor deze dienden.noot Fink, Robert O.: Roman Military Records on Papyrus. Philological Monographs of the American Philological Association 26. Cleveland 1971.

Het werkwoord pungere komt niet voor in de betekenis van “van punten voorzien”, maar verwijst wel, zij het zelden, naar het verwijderen of wissen van een eigennaam, een schuld of iets dergelijks uit een lijst of een boekhouding, namelijk door er een punt onder te plaatsen.

Kortom

We weten ongeveer wat de soldaten in Gholaia bedoeld moeten hebben met reliqui repungent(ur): het zijn de overgebleven soldaten die blijkbaar dienst moesten doen in de baden. Wat repungo hier echter precies betekent, en of er een namenlijst was waarop ze met een punt waren gemarkeerd, weten we niet meer precies. Deze ostraca geven ons echter een prachtig inzicht in het dagelijkse leven in een castellum aan de zuidelijke grens van het Romeinse wereldrijk.

Bibliografie

  • Fink, Robert O.: Roman Military Records on Papyrus. Philological Monographs of the American Philological Association 26. Cleveland 1971.
  • Robert Marichal: Les ostraca de Bu Njem (= Libya Antiqua, aanvullend deel 7), Tripoli, Département des antiquités, Grande Jamahira Arabe, Boccard, Parijs 1992

[Een gastbijdrage van Josine Schrickx, die in München werkt voor de Thesaurus Linguae Latinae. Het verscheen oorspronkelijk op haar eigen blog. Dank je wel Josine!]

Deel dit:

Een gedachte over “Wachtdienst aan de Romeinse grens”

  1. “quintanarii, vermoedelijk een specifieke dienst- of bevoorradingsgroep”

    Mogelijk ‘soldaten die getraind worden’. Verwijzing naar de ‘via quintana, de plek in een legerkamp waar geoefend werd.

Reacties zijn gesloten.