
[Voor de vaste bezoekers van deze blog: vandaag zijn jullie even niet aan de beurt, maar is de blog voor kinderen die het verhaal van Gilgameš nog nooit hebben gehoord. Daar moet verandering in komen. Het staat u natuurlijk vrij een achtjarige voor te lezen.]
Toen je opa en oma werden geboren, had je nog geen tablets, geen computers en geen televisie. Je opa en oma hebben meegemaakt dat die werden uitgevonden. De opa en oma van je opa en oma hebben de eerste vliegtuigen zien vliegen. En de opa en oma van de opa en oma van je opa en oma hebben de eerste fietsen en treinen zien rijden. Alle dingen zijn een keer voor het eerst bedacht.
Dus heel, heel lang geleden was er eigenlijk nog niets uitgevonden. De oermensen woonden in grotten, want ze hadden nog geen huizen. Ze gingen op jacht, maar veel meer dan stokken en netten hadden ze niet. Maar ze waren wel slim en ontdekten de dingen één voor één. Ze leerden hoe ze wilde geiten en koeien moesten temmen. Ze bedachten dat je boer kon worden en een boerderijtje kon bouwen. Ze leerden potten bakken en weven. Ze ontdekten hoe je kaas en wijn kon maken en ze ontdekten het wiel en de ploeg. Ze gingen dingen ruilen met andere mensen: “Als ik van jou vier vissen krijg, krijg je van mij een stuk kaas.”

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.