
[Elfde van zeventien blogjes over Constantijn de Grote (r.306-337). Het eerste was hier.]
In de voorafgaande blogjes heb ik verteld dat Constantijn de Grote in 310 brak met de andere Romeinse bestuurders, de tetrarchen, door te beweren een visioen te hebben gehad van de zonnegod. Later zou hij dit lichtvisioen zelf in christelijke zin interpreteren, maar we hebben daarvoor geen enkele aanwijzing uit de jaren tussen 310 en 313. Maar wat gebeurde er daarna, waardoor werd Constantijn uiteindelijk wél christelijk?
Arles
Hij werd het christendom binnengezogen. Een Romeinse keizer moesten wetten uitvaardigen en regels stellen. Dat gebeurde improviserenderwijs. Nadat Constantijn en Licinius bijvoorbeeld in Milaan waren overeengekomen dat de christenen compensatie verdienden voor de schade uit de vervolgingsjaren, ontdekten ze dat er in Karthago twee rivaliserende bisschoppen waren. Ik heb daarover al eens geblogd: eerst stelde Constantijn een commissie in onder leiding van de bisschop van Rome, toen die een beslissing nam die een van de Karthaagse partijen niet zinde, organiseerde Constantijn de synode van Arles, waar hij zelf overigens niet aanwezig was.
Het christendom lijkt Constantijn op dit moment, het jaar 314, nog niet te hebben geïnteresseerd. Licinius had in zijn oostelijke provincies de meeste christenen; Licinius had het Edict van Milaan in het oosten uitgevaardigd; het cruciale initiatief lag bij Licinius. Niet bij Constantijn. Maar het voldongen feit lag er. Zelfs als Constantijn geen bijzondere religieuze ervaring had gehad die zijn beleid richting had kunnen geven, zou hij voortaan regels moeten stellen met betrekking tot het christendom. Het hoorde bij zijn vak. Hij was nu eenmaal keizer.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.