Philip Kerr en Bernie Gunther

Brandenburger Tor, Berlijn

Ook in een politiestaat is behoefte aan politieagenten die zich niet laten leiden door de politiek. Het uitgangspunt van de Bernie Gunther-romans van Philip Kerr is dat de nazi-leider Reinhard Heydrich, ondanks al zijn politieke kuiperijen, begrijpt dat hij af en toe behoefte had aan een verdraaid goede detective. Het slachtoffer van dit inzicht is Bernie Gunther, die totaal geen zin heeft om voor het blonde beest te werken maar weinig keuze heeft. Over de Berlijnse privédetective heeft Kerr nu al acht romans heeft geschreven.

De eerste twee, March Violets (1989) en The Pale Criminal (1990), waren het nét niet. Niet alleen liet Kerr zijn held in het eerste boek twee zaken oplossen, aan het einde maakte de plot nog een draai die simpelweg te veel van het goede was. Het is een vergeeflijke fout die debutanten wel vaker maken: ze willen ál hun eieren kwijt. Ook het vervolg leed eraan dat Kerr te veel bezig was met het schetsen van het leven in het Berlijn van voor de oorlog.

Daar stonden twee sterke punten tegenover: de prachtige typering van het vooroorlogse Berlijn en de protagonist. Natuurlijk, Bernie Gunther is als personage nauwelijks origineel. Hij is herkenbaar gemodelleerd op Sam Spade en Philip Marlowe, maar een personage in nazi-Berlijn kan niet anders zijn dan nóg cynischer en verbaal nóg begaafder. Vergeleken met hard-boiled detective Gunther zijn de helden van Hammett en Chandler zachtgekookte eieren. Dat laat onverlet dat er om de cynische grappen vaak genoeg valt te lachen.

Zoals gezegd vond ik de eerste twee delen onderhoudend, maar uiteindelijk nét niet goed genoeg. Het derde deel uit de reeks, A German Requiem (1991), was daarentegen perfect. De oorlog is voorbij, Gunther heeft enkele afschuwelijke dingen meegemaakt aan het Oostfront, zijn huwelijk is op de klippen gelopen en een opdracht voert hem naar Wenen. De ontknoping vond ik geniaal, maar vooral: Kerr had eindelijk zijn pen in toom. Het aantal cynische grappen was zorgvuldiger gedoseerd, de typering van het naoorlogse Wenen was niet al te nadrukkelijk en er was een briljante running gag: Gunther liep overal aan tegen de Amerikaanse filmploeg die bezig was met de verfilming van The Third Man.

Ik vermoed dat Kerr, nu hij de kinderziektes van het schrijven had overwonnen, iets anders wilde, want hij schreef verschillende andere romans, die ik eigenlijk stuk voor stuk minder vond. A Philosophical Investigation en Dead Meat hadden geen sterke plot, A Five Year Plan en Gridiron waren teveel geschreven met het idee de filmrechten te verkopen, Esau was gewoon alle kanten op slecht. De rest heb ik daarna maar niet meer gelezen, maar ik veerde op toen Kerr zich weer waagde aan Bernie Gunther.

Steeds opnieuw blijkt het de cynische detective niet gegund zich in alle rust ergens te kunnen vestigen. De oorlog haalt hem altijd in. In The One from the Other (2006) probeert hij vergeefs het hoofd boven water te houden als hotelhouder en krijgt hij te maken met Joodse terroristen die wraak willen nemen voor de Holocaust; in A Quiet Flame (2008) bevindt hij zich onder de gevluchte Duitsers in Argentinië en ontdekt hij dat de nazi’s hun smerigste praktijken daar gewoon voortzetten. In beide gevallen is er meer historische achtergrond dan je zou denken: dat er Joden waren die wraak wilden, staat vast en er bestaan enkele nare vermoedens over de Argentijnse nazi’s.

Beide boeken waren mooi, maar het is te merken dat Kerr met zijn stof worstelt. Hij heeft zich grondig, zeer grondig gedocumenteerd, en wil dat ook laten weten. Daarmee vervalt hij tot de fouten van zijn eerste twee romans. Door de nadruk op de achtergrondinformatie komen de bijfiguren onvoldoende tot hun recht, en het is eigenlijk een wanprestatie van formaat dat Kerr er in A Quiet Flame in slaagt zelfs Evita Perón te reduceren tot een oninteressant personage.

Een andere zwakte is dat die Argentijnse Duitsers Kerr te weinig interesseren. In A Quiet Flame heeft hij daarom een subplot ingevoerd, waarin Gunther terugkijkt op een onopgeloste zaak uit zijn Berlijnse jaren. Dat is meteen het sterkste deel van de roman. Het toont ook dat Kerr ontevreden is met de detectiveroman als genre: hij zoekt iets complexers, zoals een dubbele plot. Dat deed hij opnieuw in het volgende deel uit de reeks, If the Dead Rise Not (2009), waarin Gunther zich bevindt op Cuba en een tweede verhaallijn is ingevoegd over de Berlijnse Olympiade.

[wordt vervolgd]