Weerwolven bij Nennius

Een krijger en een wolfkrijger (Viking-helmbeslag; Zweeds Historisch Museum, Stockholm

Ik heb al eerder geschreven over middeleeuwse weerwolven en ga daarmee nu verder.

Nennius was een negende-eeuwse monnik die een geschiedenis van Brittannië schreef: Historia Brittonum. Hij stelde hierin dat de Britten afstammen van Brutus, een nazaat van Aeneas van Troje. Zijn boek is bovendien de oudste bron waarin koning Arthur voorkomt. Maar daar gaat het ons niet om, er komen ook weerwolven in voor! En wel in het hoofdstuk over de wonderbaarlijkheden van Brittannië:

De hominibus qui se vertunt in lupos
Sunt homines quidam Scottorum gentis habentes
miram naturam maiorum ab origine ductam:
quam cito, quando volunt, ipsos se vertere possunt
nequiter in formas lacerantum dente luporum,
unde videntur oves occidere sepe gementes.
sed sum clamor eos hominum seu cursus eorum
fustibus aut armis terret, fugiendo recurrunt.
cum tamen haec faciunt, sua corpora vera relinquunt.
atque suis mandant, ne quisquam moverit illa:
si sic eveniant, nec ad illa redire valebunt.
si quid eos ledat, penetrent si vulnera queque,
vere in corporibus semper cernuntur eorum.
sic caro cruda herens in veri corporis ore
cernitur a sociis, quod nos miramus et omnes.noot Nennius, Historia Brittonum 76.

Over mensen die zich in wolven veranderen
Er zijn bepaalde mensen uit het Schotse volk, die van hun voorouders een wonderlijke natuur hebben meegekregen. Zij kunnen zich snel, wanneer ze maar willen, veranderen in de gedaanten van wolven die met hun tanden verscheuren. Daarom schijnen zij dikwijls jammerende schapen te doden. Maar wanneer het geschreeuw van mensen of de jacht door hen met stokken of wapens angst aanjaagt, dan rennen zij vluchtend weg. Wanneer zij dit doen, dan laten zij hun echte lichamen achter, en zij bevelen hun metgezellen dat niemand die lichamen mag verplaatsen. Als dat zou gebeuren dan kunnen zij niet meer terugkeren naar die lichamen. En als iemand hen verwondt, of als zij gewond raken, dan zijn die wonden steeds echt te zien op hun eigen lichamen. Zo kun je rauw vlees zien dat vastzit in de mond van het echte lichaam. Hun metgezellen merken dit. Dit is iets waarover wij ons verwonderen, en andere mensen ook.

Rare dingen

Er gebeuren een paar rare dingen in dit fragment, en dan tel ik het veranderen in een wolf niet mee als rarigheid.

Als eerste gaat het over mensen die zich in een wolf kunnen veranderen omdat zij dat meegekregen hebben van hun voorouders. Dit zouden we tegenwoordig een DNA-mutatie noemen. Ergens in de stamboom van die Schotten heeft de evolutie een afslag genomen en sindsdien beschikken die mensen over het vermogen zich in wolven te kunnen veranderen wanneer zij maar willen.

Ten tweede is corpora vera vreemd: de echte lichamen. Gebruikelijk in de weerwolverij is dat de kleren achtergelaten worden, en dat die kleren ervoor zorgen dat de wolf weer terug mens kan worden. In de tekst van Nennius worden de echte lichamen achtergelaten. Bedoelt hij dat die Schotten niet lichamelijk veranderen in een wolf, maar dat die wolf uit hun lichaam komt? En dat dit lichaam dan als een soort lijk achterblijft? Maar hoe zou hij dan verklaren dat verwondingen die de wolf opdoet ook zichtbaar zijn op het lichaam dat achtergebleven is?

Het derde rare ding hangt samen met het tweede, maar is toch anders. Hoe zit dat met het vlees in de mond? De wolf neemt een hap schaap en vervolgens is dat rauwe vlees ook te zien in de mond van het echte lichaam – het menselijke lichaam dat achtergebleven is? Dat van die wonden, ach, dat nemen we gewoon aan. En dat past ook binnen de traditie, maar dat het vlees ook in de mond zit? Nee, dat is echt raar. Om vervolgens te schrijven dat de metgezellen dit merken. Wat merken ze dan? Zeggen ze dan: ‘Hé, er zit vlees in de mond van je echte lichaam’? En wat dan nog?

Gelukkig is het allemaal fictie. Je verbazen over fictie is nutteloos; wel leuk.

[Dit was een gastbijdrage van Bas Jongenelen. Dank je wel Bas! Om elf uur is er nog een weerwolf.]

Deel dit:

10 gedachtes over “Weerwolven bij Nennius”

  1. Kees Voorburg

    Ach Bas, consistentie is niet het sterkste punt van onze soort en is dat ook nooit geweest. Het op elkaar stapelen van ongerijmdheden daarentegen weer wel . M.a.w. niets nieuws onder de zon (voor wat betreft je vragen op het eind).

    Leuke blog en ik verheug me op het vervolg!

  2. Dirk Zwysen

    Consistentie is ook niet de forte van de twaalf spookverhalen die een monnik begin 15de eeuw noteerde in de Engelse Byland Abbey, maar net in die confrontatie met een vervreemdend denkkader ligt hun charme. In eenvoudig Latijn lees je over zeer bizarre ontmoetingen met spookpaarden, rusteloze zielen en blubbergeesten. Ze zijn vertaald door M.R. James, medievalist en gevierd schrijver van spookverhalen. Op internet ook zonder veel moeite te vinden.

  3. Rob Duijf

    ‘De wolf neemt een hap schaap en vervolgens is dat rauwe vlees ook te zien in de mond van het echte lichaam – het menselijke lichaam dat achtergebleven is?’

    Pas op het moment dat de weerwolf zijn menselijke gedaante weer heeft aangenomen – vermits dat lichaan niet is verplaatst – is het rauwe vlees nog in de mond te zien. Dat valt op natuurlijk.

    Dat mensen hun mond volstoppen met schaap is zo gek niet; het komt dagelijks voor bij de shoarmatent. Maar dat dat vlees rauw is, dat is raar.

    1. Rob Duijf

      Het kan natuurlijk zijn dat de waarneming werd gedaan net op het moment dat de weerwolf zijn menselijke gedaante weer aannam. Dan hij nog geen tijd gehad om zijn hapje door te slikken…

  4. Nennius lijkt een wonderverhaal geloofwaardig te willen maken binnen het toenmalige begrip van de natuur. In een wereld vol onbekende dieren en verre onbekende streken. Er was geen kader om beweringen systematisch te testen en te falsifiëren. Voor hem en zijn tijdgenoten zat dit in de categorie “Wonderlijk, maar mogelijk”. De grens tussen mens en dier, is hier het probleem. Kan een mens een dier worden? Wat zegt dat over zijn ziel?

  5. Marijn Taal

    Misschien bedoelt Nennius dat de Schotten zich met hun geest in een wolf kunnen verplaatsen, telepathisch. Dat hun ‘echte lichamen’ dan blijven waar die zijn, maar dat ze de wolf dan kunnen besturen met hun geest. En dan weer terug kunnen keren naar hun eigen lichaam door de telepathische verbinding te verbreken. Dit is een science fiction-fenomeen in A Song of Ice and Fire van George R.R. Martin.

Reacties zijn gesloten.