Een detectiveroman die geen detectiveroman is

Ik stond op de luchthaven van Parijs, het was nog een paar uur tot mijn vliegtuig naar Tunis zou vertrekken, en ik had geen boek om te lezen, dus ik kocht maar een detective van de soort die je kunt kopen op een vliegveld: The Waiting van Michael Connelly. Op de achterflap stonden wat aanprijzingen, zoals er altijd staan, maar aangezien ook Stephen King iets aardigs over de auteur zei, meende ik dat het wel zou helpen om de tijd te doden. Inhoudelijk, zo verwachtte ik, zou het weinig om het lijf hebben, maar het zou zó zijn geschreven dat ik door bleef lezen. Kortom, een detectiveromannetje waarvan er dertien in een dozijn gaan.

Hoewel. Er waren toch wel wat verrassingen, wat vermoedelijk bewijst dat ik te weinig in het genre lees. Toen ik het uit had, wist ik namelijk van de drie onderzochte zaken hoe de vork in de steel stak, maar gaf de heldin, detective Renée Ballard, óók toe dat ze niet wist hoe een van de daders zijn laatste slachtoffer had gevonden. Van een detectiveroman verwacht je dat je op de laatste pagina’s tot in de puntjes de oplossing verneemt van het gepresenteerde raadsel, maar Connelly zorgt ervoor dat de lezers van The Waiting het zelf kunnen bedenken.

Lees verder “Een detectiveroman die geen detectiveroman is”

Venusval

De Venus van Milo (Louvre, Parijs)

Edgar Allan Poe bedacht de detectiveroman, Dan Brown verzon de thriller met de pseudo-onthulling en Ruurd Halbertsma is (voor zover mijn belezenheid reikt) de ontwerper van een vooralsnog naamloos genre op de grens van thriller en historische roman. Halbertsma combineert in zijn romans de avonturen van de eenentwintigste-eeuwer Tjalling Kingma in de wereld van illegale oudheden en politieke intrige, met de wederwaardigheden van vrijwel vergeten geleerden uit de vroege negentiende eeuw in hun wereld van illegale oudheden en politieke intrige. En waar de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, zijn de beschrijvingen van het leven van een Jean-Emile Humbert, van een Caspar Reuvens en van een Bernard Rottiers feitelijk correct. Ik ken geen andere boeken die verleden feiten en hedendaagse fictie zo combineren, maar ik heb vanzelfsprekend niet alles gelezen.

Ik schreef dat de hedendaagse gebeurtenissen pure fantasie zijn, maar dat is niet helemaal waar. In Venusval besluit Frankrijk de Venus van Milo terug te geven aan Griekenland, zoals het land werkelijk deed met de Benin-bronzen. We lezen over een premier in Groot-Brittannië die een sterke gelijkenis vertoont met Boris Johnson. De directrice van het museum in Paestum maakt een compliment aan het Rijksmuseum van Oudheden voor het organiseren van een expositie over Paestum. En laatstgenoemd museum wordt in Venusval in opspraak gebracht door activisten – in de roman Turken, in werkelijkheid Egyptenaren – die een voorspelbaar nationalistisch relletje voorspelbaar opstoken.

Lees verder “Venusval”

Spokenjagers & duivelbezweerders

Ik houd van boeken die niet op andere boeken lijken, zoals Het Chazaars woordenboek van Milorad Pavic. Daarom was ik blij met The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle van Stuart Turton, dat ik ooit typeerde als “Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park”. Ik was opnieuw blij toen ik onlangs ontdekte dat Turton inmiddels een tweede roman heeft gepubliceerd, The Devil and the Dark Water.

Dit keer is het allemaal wat minder exuberant. Het is een spookverhaal met een detective, of een detectiveverhaal met horrorelementen. In 1634 vertrekt het VOC-schip Saardam van Batavia richting Amsterdam, maar al voor vertrek zijn er vreemde dingen gebeurd. Zo heeft een tongloze leproos, tongloos of niet, de naderende ondergang van het schip aangekondigd en vervolgens levend verbrand. Dan bent u op pagina 7. In de volgende 541 pagina’s gebeuren steeds vreemdere dingen, zoals dat het konvooi van zeven in de nachten gezelschap krijgt van een achtste schip, dat nooit te identificeren is en bij zonsopgang steeds verdwenen is. Dieren komen om het leven. De leproos, ofschoon dood, spookt door het schip. Iemand wordt vermoord in een afgesloten kamer. Er is een duivel aan boord.

Lees verder “Spokenjagers & duivelbezweerders”

Berlijn, 1928

Een tijdje geleden blogde ik over wat de laatste Bernie Gunther-roman leek te zijn, Greeks Bearing Gifts. De auteur van de reeks, Philip Kerr, was namelijk overleden. Om eerlijk te zijn had ik de indruk dat het maar beter was dat er een einde kwam aan de serie, want de brille van het vroege werk was er vanaf. Greeks Bearing Gifts was boeiend als altijd, maar het decor was niet afgewerkt met de zorg die ik gewend was.

Vorige week zag ik op Schiphol echter een allerlaatste deel liggen, Metropolis, en omdat ik een dag in het vliegtuig naar Yerevan zou zitten, nam ik het boek toch maar mee. Spoiler-vrije samenvatting: u krijgt alles wat u mag verwachten. Het is 1928, een vrij jonge Bernie Gunther wordt in Berlijn eerst geconfronteerd met een Jack the Ripper-achtige moordenaar en vervolgens met iemand die oorlogsveteranen doodt. Gunther lost de zaken natuurlijk op, er is natuurlijk een liefdesrelatie die natuurlijk mislukt, er zijn natuurlijk wat rake one-liners en Gunther is natuurlijk weer eens belezener dan geloofwaardig voor een hard-boiled detective (dit keer is zelfs Antoni van Leeuwenhoek van de partij). Maar vooral: we vernemen natuurlijk een boel over het slangenei dat het Berlijn van de Weimarrepubliek nu eenmaal was.

Een miskoop was mijn boek niet, en ik ben na aankomst in Yerevan wat later naar bed gegaan dan gepland omdat ik, toen ik het vliegtuig verliet, nog twintig pagina’s had te gaan en de ontknoping wilde weten. Metropolis is echter niet de beste Bernie Gunther-roman. Of beter: het is helemaal geen Bernie Gunther-roman. Het boek is feitelijk geen whodunnit en gaat alleen in schijn over Duitsland.

Lees verder “Berlijn, 1928”

Greeks Bearing Gifts

Een van de gruwelijkste gebeurtenissen in de aan gruwelijkheden niet bepaald arme Tweede Wereldoorlog was de vernietiging van de joodse gemeenschap in Thessaloniki. De Duitse bezetter – om eens een eufemisme te gebruiken – liet de joden weten dat ze hun lot voor veel goud konden afkopen, waarop zij eerst een vermogen betaalden en daarna evengoed werden afgevoerd. Afgevoerd naar wat de Duitsers aankondigden als het door hen op de Sovjet-Unie veroverde Baltische gebied. Het joods museum in Thessaloniki toont foto’s van mannen die in de hete Griekse zon gymnastiekoefeningen moesten doen, zogenaamd om te kijken of ze wel sterk genoeg waren voor hun nieuwe leven. Ik hoef niet uit te leggen dat de treinen hen niet vervoerden naar Riga of Vilnius.

Het joods museum bevat niet zo heel veel materieel erfgoed. De Duitsers hebben de joodse gemeenschap, ruim 50.000 mensen groot, niet alleen uitgeroeid maar ook uit het verleden weggewist. De joodse begraafplaats, ruwweg op de plek van het huidige archeologische museum, is compleet vernietigd en je krijgt het als bezoeker te machtig als je in dat museum ziet hoeveel oudheden als provenance “voormalig joodse begraafplaats” hebben. Degenen die terugkeerden, wachtte een kille ontvangst: niet alleen waren ze hun bezittingen kwijt, maar hun huizen waren vergeven aan hun medeburgers en de regering had zaken aan het hoofd die misschien niet belangrijker waren maar wel urgenter, zoals de burgeroorlog. Veel Griekse joden reisden daarom door naar het Britse mandaatgebied in Palestina, wat Thessaloniki’s oude bijnaam “Moeder van Israël” een wrange nieuwe betekenis gaf.

Lees verder “Greeks Bearing Gifts”

Zeven keer sterven

Als ik u zeg dat de roman is gesitueerd in een geïsoleerd landhuis op het Engelse platteland, als ik u verder vertel dat het verhaal zich afspeelt op een onbepaald moment in de jaren twintig of dertig, als ik daaraan toevoeg dat er een strikte tweedeling is tussen de elite en de bediendes, als ik bovendien meld dat er een buitenechtelijk kind in het spel is en dat een der aanwezigen lang geleden ooggetuige is geweest van een belangrijke gebeurtenis, dan kunt u aanvullen dat we zijn beland in een detectiveroman, dat er een moord plaatsvindt, dat de auteur van het verhaal de lezers enkele keren op het verkeerde been zal zetten en dat er een speciale rol is weggelegd voor de butler.

Kortom, we hebben het over een boek dat niet bepaald uitblinkt door originaliteit. Gelukkig heeft de Britse auteur Stuart Turton besloten dat in zijn debuut The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle (De zevenvoudige dood van Evelyn Hardcastle in de vertaling van Paul Syrier) de hoofdpersoon de opdracht de moord op te lossen al krijgt voordat deze heeft plaatsgevonden. Bovendien vindt de moord meermalen plaats. De hoofdpersoon reïncarneert ook nog eens zeven keer en maakt zo dezelfde dag acht keer mee (waarvan sommige dagen broksgewijs), terwijl hij instructies krijgt van een gemaskerd personage, wordt bedreigd door een tweede moordenaar en bovendien te maken heeft met een stem in zijn binnenste.

Dat klinkt allemaal erg complex en het is ook erg complex, maar The Seven Deaths of Evelyn Hardcastle is door dit alles bepaald geen standaard-detectiveroman. Het is Agatha Christie in combinatie met Groundhog Day in combinatie met Inferno van Larry Niven in combinatie met Cluedo in combinatie met De vale schepper in combinatie met Gosford Park. En het is een absolute page-turner.

Lees verder “Zeven keer sterven”

De naam van de roos

In het begin was het woord, dat al vrij snel werd gevolgd door taalplezier. Mensen kunnen niet alleen communiceren maar hebben er ook over nagedacht hoe ze dat het prettigst en effectiefst doen. Een mooie metafoor verduidelijkt. Een elegante opbouw verheldert. Esprit houdt de aandacht vast. Wie woorden zo gebruikt dat mensen luisteren of lezen met plezier, communiceert effectiever.

Om het tekstplezier te vergroten, kun je gebruik maken van citaten. Je kruidt er je tekst mee en behaagt je lezer, die zich gevleid voelt omdat je een brede algemene ontwikkeling bij hem veronderstelt. De beste manier om te citeren is het niet al te nadrukkelijk te doen, zodat degene die de verwijzing herkent erom kan glimlachen, maar degene die haar niet herkent niet het gevoel heeft iets te missen. Het eerste gebod bij een goed citaat is, om Joost Zwagerman aan te halen, dat elke boerenlul de tekst moet kunnen blijven begrijpen.

Lees verder “De naam van de roos”

De achtergrond op de voorgrond

Ik woon in Amsterdam. Als ik een biertje wil drinken met mijn vrienden, is dat in een café dat Bax heet. Eens in de week ga ik lunchen aan de andere zijde van het Vondelpark, in café Gruter. Mijn dagelijkse wandelingetjes brengen me naar het postkantoor, naar de supermarkt en naar een sigarenboer die ook kranten verkoopt. Als ik naar het station fiets, kom ik langs het Anne Frank-huis, maar het is ruim tien jaar geleden dat ik daar voor het laatst was.

Ik woon in de wereldberoemde toeristenstad Amsterdam. Maar met de musea, grachten en theaters heb ik weinig te maken. Als ik zou schrijven dat ik mijn vrienden ontmoet in Americain, dat ik lunch in Reijnders, dat ik al wandelend door de Grachtengordel het Paleis op de Dam en het Rijks Museum Rijksmuseum passeer, of dat ik vaste gast ben in het Stedelijk, dan zou u meteen weten dat ik niet de waarheid spreek. Alleen toeristen, rijke toeristen, houden zich aan het bovenstaande programma.

Lees verder “De achtergrond op de voorgrond”

Philip Kerr en Bernie Gunther

Brandenburger Tor, Berlijn

Ook in een politiestaat is behoefte aan politieagenten die zich niet laten leiden door de politiek. Het uitgangspunt van de Bernie Gunther-romans van Philip Kerr is dat de nazi-leider Reinhard Heydrich, ondanks al zijn politieke kuiperijen, begrijpt dat hij af en toe behoefte had aan een verdraaid goede detective. Het slachtoffer van dit inzicht is Bernie Gunther, die totaal geen zin heeft om voor het blonde beest te werken maar weinig keuze heeft. Over de Berlijnse privédetective heeft Kerr nu al acht romans heeft geschreven.

De eerste twee, March Violets (1989) en The Pale Criminal (1990), waren het nét niet. Niet alleen liet Kerr zijn held in het eerste boek twee zaken oplossen, aan het einde maakte de plot nog een draai die simpelweg te veel van het goede was. Het is een vergeeflijke fout die debutanten wel vaker maken: ze willen ál hun eieren kwijt. Ook het vervolg leed eraan dat Kerr te veel bezig was met het schetsen van het leven in het Berlijn van voor de oorlog.

Lees verder “Philip Kerr en Bernie Gunther”