Onbegrepen seksualiteit (2)

Erotisch reliëf (Altes Museum, Berlijn)

In het eerste deel van dit stuk legde ik uit dat het gangbare idee dat de opkomst van het christendom een einde maakte aan de antieke seksuele moraal, empirisch zwak is. Zowel voor de reconstructie van de antieke moraal als voor de christelijke ideeën zijn de bronnen te schaars, terwijl we ook niet voldoende begrijpen wat ze nu eigenlijk representeren. We weten onvoldoende wat mensen feitelijk deden en dachten, en nog minder hoe ze zich lieten beïnvloeden door de (in elk geval inconsistente) christelijke ideeën.

We krijgen pas duidelijkheid over het feitelijk gedrag van mensen vanaf de elfde, twaalfde eeuw. Vanaf dat moment beschikken we over de zogenaamde boete- of biechtboeken. Wanneer iemand aan een priester een zonde opbiechtte, moest deze de zogeheten penitentie vaststellen, een aardse straf die werd geacht de straf in het Hiernamaals overbodig te maken. In de biechtboeken staan, om het wat badinerend uit te drukken, de tarieven. Het aardige is nu dat er verschillende edities bestaan, steeds uitgebreid met nieuwe zonden. Het gros is ontstaan doordat gelovigen met vragen bij de pastoor kwamen. Hiermee hebben we dan voor het eerst een historisch equivalent voor het Vivaforum.

Dat lijkt, voor wie wil weten wat het feitelijk seksueel gedrag was, een stap vooruit, maar zonder complicaties zijn de biechtboeken niet. De auteurs zijn namelijk minder geïnteresseerd in seksualiteit dan in de inperking van het groeiende kapitalisme (volgens het Nieuwe Testament kon een overspelige vergeving krijgen, maar was er voor de rijken uitsluitend hoop als ze hun aardse goederen opgaven). Seksualiteit was voor de samenstellers van de biechtboeken geen hoofdthema. Dat kan zowel betekenen dat ze te weinig aandacht gaven aan iets wat voor gelovigen wél belangrijk was (zodat de waarde van het geschrevene gering is) maar het kan ook betekenen dat ze zonder eigen agenda een oordeel gaven (zodat de biechtboeken een redelijke afspiegeling zijn van de gangbare ideeën). Omdat we de informatie niet hebben waarmee we tussen deze twee opties kunnen kiezen, blijven de biechtboeken een lastige bron.

Niettemin, het is beter dan wat we hebben voor de tijd daarvoor: we weten tenminste zeker dat het gaat om mensen die een moreel oordeel zochten over reële situaties. Daardoor heeft het lezen van de biechtboeken iets voyeuristisch. Ik herinner me iemand die in spirituele nood verkeerde omdat hij en zijn echtgenote gemeenschap hadden gehad in een kerk. Hij zal opgelucht adem hebben gehaald toen de priester hem vertelde dat dit geen zonde was.

Pas in de boeteboeken uit de Late Middeleeuwen vinden we iets dat lijkt op de seksuele moraal die de christelijke kerken later zouden uitdragen. Zo wordt masturbatie pas in de veertiende eeuw vermeld als een zonde, terwijl homoseksuele handelingen vanaf de dertiende eeuw worden geproblematiseerd. Dit zegt – het wordt eentonig – niets over het feitelijk gedrag, maar bewijs wel dat de geestelijke autoriteiten een ontwikkeling in hun denken hebben doorgemaakt.

Het is bekend welke: ze waren Aristoteles gaan lezen. Eén van de principes in zijn denken is dat de natuur doelmatig is. Zo kan uit een eikel een eik ontstaan, en kan uit het mannelijk zaad een mens groeien. Wat bij de Macedonische filosoof een middel was om de veranderingen in de werkelijkheid te beschrijven, werd door de scholastieke filosofen echter opgevat als voorschrift, en zij keurden handelingen af die de doelmatigheid van de natuur doorkruisten. Het gevolg is dat homoseksualiteit, masturbatie en abortus voortaan golden als zonde.

Het veelgehoorde idee dat de opkomst van het christendom een einde maakte aan de niet-repressieve moraal van de oude wereld, is dus veel te kort door de bocht. Zeker, de nieuwe religie had enkele nieuwe seksuele regels, maar de bisschoppen konden ook verschillende standpunten innemen, want de Kerk had tot ver in de Middeleeuwen andere prioriteiten. En voor zover er een eenduidige moraal was, is de vraag of deze invloed heeft gehad op de praktijk. Het enige wat met zekerheid valt te zeggen, is dat we over de seksuele praktijk vóór de twaalfde eeuw onvoldoende weten om (veronderstelde) veranderingen te kunnen verklaren, en dat we na de dertiende eeuw alleen de verandering begrijpen in het denken van de geestelijkheid. Wat de mensen verder deden of laten, blijft verborgen.

4 gedachtes over “Onbegrepen seksualiteit (2)

  1. CK

    Leuk stuk. Alle valkuilen die je bij de bronnenstudie hebt, staan eens bij elkaar. Misschien kan ik het nog eens gebruiken voor de leerlingen van 5 vwo.

  2. MNb

    Aha. Ik was in mijn vorige reactie weer eens voorbarig.

    “dat de geestelijke autoriteiten een ontwikkeling in hun denken hebben doorgemaakt”
    Als we veronderstellen dat deze ontwikkeling invloed heeft gehad op de bevolking – niet onaannemelijk – dan zal er toch enige tijd overheen zijn gegaan voor deze gemeengoed is geworden.
    Je hebt wel eerder de volgende redenering gepresenteerd en ik vind haar zeer overtuigend: het simpele feit dat intelligente en opgeleide mensen schrijven over een bepaalde praktijk, in dit geval afkeurend, impliceert dat die praktijk gemeengoed was. De mensen die zoiets gepraktizeerd hebben zullen over het algemeen niet gedacht hebben dat ze iets slechts deden.
    Neem nou dat paar dat sex bedreef in een kerk. Wat hen dwars zat was de plaats van handeling, niet de handeling zelf.
    Als je koppeling met Aristoteles correct is is het veelgehoorde idee enz. niet alleen veel te kort door de bocht, maar praktisch weerlegd. Was de christelijke moraal de doorslaggevende factor geweest, die in West-Europa vanaf het jaar 400 zo’n beetje domineerde, dan hadden geestelijke autoriteiten Aristoteles niet hoeven aangrijpen om deze te veranderen.
    Ik geef het christendom graag van alles en nog wat de schuld. Maar ik ben niet van plan me schuldig te maken aan de drogreden dat de dominante christelijke moraal gedurende een eeuw of 14 (vanaf Theodosius tot aan de Franse Revolutie) onveranderlijk is geweest. Van een dergelijke drogreden beschuldig ik islamofoben immers al een dikke 10 jaar.
    Dankjewel – ik heb weer iets bijgeleerd.

Reacties zijn gesloten.