Onbewust fietsen

In Buchara zijn de huurfietsen blauw

Ik mag graag een eind fietsen en een tijdje geleden maakte ik het volgende mee. Ik reed met een tweede fiets aan de hand door de Amsterdamse Beethovenstraat. Daar heeft architect Winy Maas twee prachtige flats gebouwd, waardoor er al tijden bouwwerkzaamheden zijn en je moet uitwijken naar de overkant. En later weer terug, in een bocht waar ook een helling is met nog meer bouwwerkzaamheden, waar auto’s bovendien een bocht maken. Juist daar moeten fietsers dan 90˚ draaien. Het is prima te doen maar er kwam, net toen ik die bocht aan het nemen was, een auto de heuvel af. Een fractie van een seconde stond mijn alarm aan, tot ik het blauwe taxikenteken zag en wist dat dit een ervaren chauffeur was die dit punt goed kende.

Onbewuste noties

Het voorval bleef door mijn hoofd spelen. Dat een blauw kenteken geruststellend is, is iets waar je eigenlijk nooit bij stilstaat. Het is een van de onbewuste noties die je als fietser hebt. Fietsen is immers iets dat je grotendeels onbewust doet. Niemand denkt na over het verplaatsen van het gewicht en naar rechts sturen terwijl je je linkerpedaal naar beneden trapt. Fietsen gebeurt volkomen subliminaal.

Lees verder “Onbewust fietsen”

Der steinerne Schlüssel

S852 bij Apeldorn, Der steinerne Schlüssel

Ik maakte de afgelopen maanden een reeks over de Nederlandse hunebedden. Het overzicht vindt u hier. Ondanks het plezier dat ik erin heb gehad, was de reeks natuurlijk nogal misleidend. Nederland bestond immers niet in de Trechterbekertijd. Met de afbakening die ik mezelf oplegde, deed ik het verleden tekort. Ik had beter kunnen weten, want ik heb ook een boek geschreven over de Romeinse tijd in Germania Inferior, de destijds relevante regio.

Om te benadrukken dat we de Groningse en Drentse hunebedden moeten plaatsen in hun grotere wereld, verwijs ik nog één keer naar het boek van Herman Clerinx, Een paleis voor de doden. Hij behandelt heel Europa. Ik rond af met een Duits megalithisch monument waar ik afgelopen vrijdag naartoe ben gefietst.

Lees verder “Der steinerne Schlüssel”

Hunebedden van de dag: D46 en D47 (Emmen)

Hunebed D46 bij Emmen

’s Neêrlands zuidelijkste hunebedden, de hunebedden D46 en D47, staan in een uitbreidingswijk in het zuidoosten van Emmen, die door deze oeroude monumenten iets unieks heeft. Ze staan ook wel bekend als Angelslo-Noord en Angelso-Zuid en liggen nog geen 350 meter van elkaar. Alleen staat er een flat tussen, zodat je ze niet goed herkent als tweetal.

Het noordelijkste hunebed, D46, is 9½ meter lang en 3½ meter breed. Herman Clerinx, de auteur van de Een paleis voor de doden en een van de gidsen van wie ik zo zoetjesaan afscheid moet nemen, wijst erop dat het ook een laag monument is. Het is  immers voor een groot deel nog begraven. Dit hunebed heeft wat boorgaten, net als D44, maar ook hier is de schade tot die gaten beperkt gebleven.

Lees verder “Hunebedden van de dag: D46 en D47 (Emmen)”

Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)

Hunebed D44 bij Westenesch

Volgens Herman Clerinx, de auteur van Een paleis voor de doden, lijkt het op twee na zuidelijkste hunebed in Nederland, “meer op een collectie opgewaaide stenen dan op een hunebed”. En ook: “Het monument heeft zelfs een poos als varkenshok dienst gedaan.” Tot overmaat van ramp “staat een van de dekstenen apart”. Zoveel is duidelijk: Clerinx is geen fan van hunebed D44, dat even ten westen van Emmen ligt. Je fietst er langs als je op weg bent naar D50 en D51 bij Noord-Sleen. In zijn Gids voor de hunebedden noemt Wijnand van der Sanden het “onherkenbaar verstoord”, ondanks een restauratie in 1961. Afmetingen zijn niet te geven.

Het gaat om twee draagstenen, een deksteen en een deksteen die even verderop is neergezet. Niet veel, inderdaad, maar ik vind de negatieve beoordelingen een beetje sneu voor de boer op wiens erf dit trechterbekergraf staat. Dit hunebed is namelijk het enige in Drenthe dat in particulier bezit is – de andere zijn eigendom van Staatsbosbeheer en Het Drentse Landschap – en dat betekent dat de eigenaar er maar voor te zorgen heeft. Hij zou er in principe toegangsgeld voor kunnen vragen maar doet dat niet. In plaats daarvan zorgt hij ervoor dat het terreintje langs de weg schoon en verzorgd blijft.

Lees verder “Hunebed van de dag: D44 (Westenesch-Zuid)”

Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)

Hunebed D45 bij Emmen (Emmerdennen)

Voor het op drie na zuidelijkste hunebed in Nederland, hunebed D45, zijn we weer in Emmen. Dit is echt de hunebeddenhoofdstad van ons land, want je kunt hier twaalf trechterbekergraven zien: beginnend bij D47 en D46 in een oostelijke nieuwbouwwijk, fiets je naar D45 (waarover zo meteen meer), en dan verder naar het drietal D38-D39-D40 op het Emmerveld ten noorden van de stad, waarna je over de grote weg teruggaat naar D41. Hier ga je de es op, heen en weer naar D42, waarna je terugkeert en je weg zuidwaarts vervolgt naar het langgraf D43. Neem dan, even na de grote kruising, de Westenescherstraat en je komt bij het kleine D44, om te eindigen bij D51 en D50. Daarvandaan kun je nog naar de Papeloze Kerk D49, maar je kunt ook naar Emmen terugfietsen, een hotel nemen en de volgende dag naar de dierentuin gaan.

Hunebed D45 is een van de interessantere. Het is om te beginnen flink groot: 18½ meter lang en 4½ meter breed. De kransstenen zijn er nog. Maar het is vooral de plaats die het bijzonder maakt. Hunebedden.nl legt uit:

Lees verder “Hunebed van de dag: D45 (Emmerdennen)”

Hunebedden van de dag: D54 en D53 (Havelte)

Hunebed D54 bij Havelte

“Het beste was dus tot het laatste bewaard,” schreef ik afgelopen september in mijn eerste stukje over de Nederlandse hunebedden. Ik doelde op de drie trechterbekergraven die ik afgelopen zomer in het zuidwesten van Drenthe bezocht: hunebed D52 bij Diever en de hunebedden D54 en D53 bij Havelte. Vooral dat tweetal maakte indruk. Ze staan op een prachtige uitgestrekte heide, die ik bezocht op een prachtige zomerdag, en zijn zelf ook prachtig. Gewoon, zoals je je een hunebed voorstelt.

Komend vanaf theehuis Het Hunebed en fietsend over de Hunebeddenweg, bereik je eerst hunebed D53. Het is op een handbreedte na negentien meter lang en is 4½ meter breed. Alleen hunebed D27, naast het Hunebedcentrum in Borger, is nog groter. En eigenlijk ook D43 bij Emmen, maar dat is geen echt hunebed. Niet alleen is D53 groot, er zijn ook nog kransstenen te zien.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D53

D53 “is het enige oorlogsslachtoffer onder de hunebedden,” schrijft Hunebeddeninfo.nl. Het monument is in het laatste oorlogsjaar namelijk gedeassembleerd om ruimte te maken voor de landingsbaan van een vliegveld; ik heb weleens geblogd over de luchtoorlog die de Duitsers en Geallieerden hebben uitgevochten boven Friesland. Die landingsbaan is vervolgens gebombardeerd, dus het begraven van het archeologische monument was geen overbodige voorzorgsmaatregel.

In 1949 is hunebed D53 herbouwd. Schade aan het bodemarchief was er gelukkig niet. Het monument was in 1918 al onderzocht en daarbij zijn meer trechterbekertijdvoorwerpen gevonden dan in welk Nederlands hunebed ook: 649 potten. Het materiaal dateerde uit de tijd tussen pakweg 3250 en 2750 v.Chr. Ook zijn er een pijlpunt, een knots en een drietal kralen gevonden.

Over dit onderzoek schrijf Herman Clerinx in Een paleis voor de doden:

In de kamer lagen crematieresten. Volgens de Ierse archeologe Anna Brindley, die werkt voor de Rijksuniversiteit Groningen, ging het om restanten van zeker vijf mensen. Tevens lagen er verbrande dierenresten, waaronder twee berenklauwen. Vermoedelijk was er een berenhuid verbrand. Dat moet als een kostbaar offer en/of een status-symbool hebben gegolden, aangezien zo’n huid zeldzaam was.

Hunebed D53 bij Havelte

Hunebed D54

Even verder fietsend – 150 meter om precies te zijn – ligt rechts van de weg hunebed D54. Dit is tijdens de oorlog niet gesloopt maar wel bedekt met zand. Het is fors: het is 12¾ meter lang en 3¼ meter breed. Hunebed D54 ligt bovendien erg mooi, net op een helling van de Havelterberg. Dit grafmonument is nooit onderzocht.

Hunebed D54 bij Havelte

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

  1. Over dit hunebed: Wikipedia D53 en D54, en op Hunebedden.nl D53 en D54.
  2. Het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl
  3. Wijnand van der Sanden, Gids voor de hunebedden in Drenthe en Groningen (2017)

Op Google Earth vindt u hunebed D53 hier en hunebed D54 daar. Ik bezocht dit tweetal op 20 augustus  2021, fietsend van Steenwijk naar Hoogeveen.

Hunebed van de dag: D43 (Emmen)

Hunebed D43 bij Emmen

Het op zes na zuidelijkste hunebed in Nederland is een rare snoeshaan. D43 is werkelijk kolossaal. Waar een lengte van een meter of vijftien voor zo’n trechterbekergrafmonument al heel aanzienlijk is, strekt de buitenkrans van zwerfkeien zich hier uit over een afstand van een ruim veertig meter. De krans is bijna zeven meter breed. Hunebed D43 is eigenlijk een beetje een on-Drents grafmonument: een zogeheten langgraf, ofwel een hunebed zonder dekstenen. Die kennen we eigenlijk vooral uit Duitsland. Dit is de meest westelijke en het enige binnen de Nederlandse grenzen.

Langgraf

In feite plaatsten de hunebedbouwers hier twee graven in één lange, gedeelde steenkring. De lokale naam is dan ook De Grafkelders, meervoud. De ingesloten graven zijn dan weer wat aan de kleine kant: het noordelijke, met de ingang naar het oosten, meet 4½ bij drie meter en het zuidelijke, met de ingang naar het westen, is ruim acht meter lang en bijna drie meter breed. Binnen de krans liggen ze ruwweg in elkaars verlengde, zich uitstrekkend van noord naar zuid, wat voor hunebedden ongebruikelijk is. Meestal zijn ze op het oosten gericht.

Lees verder “Hunebed van de dag: D43 (Emmen)”

Hunebed van de dag: D51 (Noord-Sleen)

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Het op zeven na zuidelijkste hunebed in Nederland is D51, een ganggraf dat zich bevindt op een boogscheut van D50. Het is 12¼ meter lang en 3½ meter breed, dus aan de forse kant.

Voor nogal wat auteurs is D51, in vergelijking met D50, een beetje een tegenvaller. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat het er wat zielig bij staat; Hunebeddeninfo.nl vindt dat D51 schraal afsteekt bij zijn broer; Hunebedden.nl typeert het als onttakeld; de Wikipedia noemt het zwaar beschadigd. Wijnand van der Sanden heeft er in de Gids voor de hunebedden ook niet veel over te melden en gaat, zoals gezegd, in op astronomische speculaties.

Hunebed D51 bij Noord-Sleen

Ik weet niet of ik het met deze kwalificaties eens ben. Zou hunebed D51 ergens anders in Drenthe hebben gestaan, zonder buurman, dan zou het vermoedelijk niet zulke misprijzende commentaren hebben uitgelokt. Het is namelijk best een mooi monument. Gelukkig zijn deze twee hunebedden alleen vanuit het zuiden te bereiken, fietsend of wandelend over de Hunebedweg in Noord-Sleen, zodat u altijd eerst D51 ziet, links van de weg, en pas daarna D50, rechts en iets verderop.

Albert van Giffen, de archeoloog die als geen ander een rol speelde in het wetenschappelijke onderzoek naar de Drentse trechterbekercultuur, heeft de kelder van D51 willen onderzoeken, maar constateerde dat er weinig eer aan viel te behalen. Alles was al doorwoeld.

Enfin. Hunebed D51 is prima te bereiken op een fietstochtje rond Emmen. Alle hunebedden daar zijn makkelijk op één dag te doen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.

Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)

Hunebed D42 op de Westenesch

’s Neêrlands op acht na zuidelijkste hunebed ligt even ten westen van Emmen en heet D42. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden dat

dit het enige Nederlandse hunebed is waarvan de toegang werd gevormd door een gang met aan beide zijden liefst drie paar poortzijstenen. Maar daarvan valt helaas niet veel meer te zien; het hunebed is groot maar onvolledig.

Sterker, van die tweemaal drie poortstenen resteren alleen de kuilen. Maar groot is het zeker! Het is op een span na zeventien meter lang en is 4½ meter breed. De hunebedbouwers leverden geen half werk hier. Het ligt bovendien prachtig in de bosrand, aan het einde van de westelijke es van Emmen. Het gebied heet ook wel Stiencamp. In feite een van de mooiste plekken om verliefd te worden op het Drentse landschap.

Lees verder “Hunebed van de dag: D42 (Westenesch-Noord)”

Hunebed van de dag: D50 (Noord-Sleen)

Hunebed D50 bij Noord-Sleen

We beginnen het nieuwe jaar met goede wensen én een joekel van een hunebed, namelijk D50. Met een lengte van zeventien en een breedte van 4½ meter is ’s lands op negen na zuidelijkste trechterbekergrafmonument echt een kanjer. Archeologen duiden hunebedden met deze lengte wel aan als ganggraf.

D50

Hunebed D50 ligt even ten noordwesten van Noord-Sleen, een dorpje tussen de twee wegen die van Emmen naar het westen leiden. (Voor fietsers: de grote weg is niet ideaal. Neem de zuidelijke route over de Westenesscherstraat en Slenerweg, en sla na Noord-Sleen rechtsaf de Hunebedweg op.) Het is niet alleen een groot monument, het is ook nog voorzien van de kransstenen, dat wil zeggen de kring van stenen aan de voet van de dekheuvel. Albert van Giffen heeft die in 1965 weer hersteld en heeft met plombes de plaats van de verdwenen poortstenen aangegeven. Onderzoek heeft hij hier nooit gedaan en ook daarna is de kelder niet opgegraven.

Hunebed D50 bij Noord-Sleen

Het wonderlijke is over dit hunebed, dat ik zelf reken tot de allermooiste, weinig te zeggen is. Herman Clerinx schrijft in Een paleis voor de doden alleen dat “groot en behoorlijk compleet” is en dat de kransstenen er nog zijn. Dan is de Wikipedia informatiever. Die meldt op gezag van schrijver Gerrit Jan Zwier dat hunebed D50 een geliefde plek is voor new-agers, die hierheen komen om rituelen uit te voeren, offers te brengen en “te doen wat hun gevoel hun ingeeft”.

Astronomie

Wijnand van der Sanden begint in de Gids voor de hunebedden ineens te vertellen dat de hunebedden een oost-west-oriëntatie hebben. 85% van de grafmonumenten wijkt hooguit 15˚ naar het noordwesten tot 30˚ naar het zuidoosten. Dat is ruwweg tussen de noordelijkste opkomst van de (midzomer)zon en de zuidelijkste (midwinter)maan. Ik geloof ongezien dat de hemellichamen op die momenten op die plekken op de horizon opkomen, maar ik ben sceptisch. Ik wil toch eerst weten wat er gebeurt als je je beperkt tot pakweg 75%: dan krijg je een smallere band en dan kun je verdedigen dat de hunebedbouwers gefascineerd waren door deze of gene ster.

Even verderop ligt aan dezelfde Hunebeddenweg hunebed D51. In onze strikte volgorde van noord naar zuid kan dat echter niet het volgende monument zijn. Dat is D42, weer wat dichter bij Emmen.

Meer weten over de Trechterbekercultuur?

  1. Over dit hunebed: Hunebeddeninfo.nl en er is een opvallend mooie foto op Hunebedden.nl
  2. Het Hunebedcentrum in Borger, het Drents Museum in Assen en het Muzeeaquarium in Delfzijl

Google Earth: hier. Bezocht op 22 april 2020, fietsend van Emmen naar Meppel.