Wageningse wirwar

Ik schreef al eerder over die malle kwestie in Wageningen, waar een promovendus in zijn proefschrift God niet mocht noemen. Ik meende in eerste instantie dat het ging om anticonfessionele scherpslijperij; in tweede instantie dacht ik eerder aan een decaan die, toen er eenmaal grote woorden als “scheiding van wetenschap en religie” waren gebruikt, overreageerde.

Een tweet van wetenschapsjournalist Martijn van Calmthout vanmorgen maakt de zaak pas goed merkwaardig. N.a.v. de rubriek “Twistgesprek” in de Volkskrant van vanmorgen (waarin het gaat over scherpslijperij) twittert Van Calmthout:

wur

Zou het werkelijk? Bij mij gaan alarmbellen af. Ik heb al een kwart eeuw professioneel redelijk vaak met moslims te maken en heb in al die jaren één keer meegemaakt dat een Nederlandse moslim zich beklaagde over een christelijke geloofsuiting. Dat was in de brochure die de moskee bij mij om de hoek, de Tawheed, in de wijk verspreidde om de dialoog met de buurt te openen. Daarin legde men uit dat Jezus ook in de Koran werd genoemd en dat er dus veel gemeenschappelijks was tussen christenen en moslims. In een voetnoot viel te lezen dat christenen eens moesten ophouden met hun rare idee dat Jezus wijn zou hebben gedronken, want dat kon natuurlijk niet waar zijn.

Dit is het enige mij bekende voorbeeld van een Nederlandse moslim die aangaf aanstoot te nemen van een christelijke geloofsuiting. Mijn ervaring is dat moslims meer moeite hebben met atheïsme dan met andere godsdiensten. Zelfs de Tawheedmoskee ziet meer overeenkomsten dan verschillen met het christendom. Daarom geloof ik niet dat de Wageningse universiteit werkelijk problemen ondervindt met moslims.

Nu heeft mijn “het is niet zo want ik geloof het niet” vanzelfsprekend een hoog Elmer Sterken-gehalte, en omdat ik niet alles kan overzien, besloot ik navraag te doen bij iemand die er meer van weet dan ik, mijn goede vriend Richard. Die wees op intolerant islamitisch gedrag ten opzichte van christenen in diverse buitenlanden en kende literatuur waarin theologen elkaars lever proefden, maar kende evenmin een voorbeeld uit Nederland van moslims die protest aantekenden tegen christelijke geloofsuitingen.

Ik moet inmiddels heel sterk denken aan de Affaire-Van der Horst in Utrecht. Deze hoogleraar wilde een afscheidscollege wijden aan de islamisering van het antisemitisme. Iemand vond zijn verhaal onwetenschappelijk, hij moest zich verantwoorden en bewees – na interventies van Hans Jansen (de theoloog) en Hans Jansen (de arabist) – dat zijn verhaal uitstekend was gedocumenteerd, waarna Van der Horst werd gedwongen een afgezwakte versie uit te spreken omdat de universiteit zijn veiligheid anders niet kon garanderen. Later bleek dat er niet één islamitische klacht was. Met bestuurders die de academische vrijheid van medewerkers inperken, hebben de geesteswetenschappen geen vijanden meer nodig.

Misschien heb ik teveel boeken over Watergate gelezen en ken ik de verkeerde gevallen academisch wanbestuur, maar ik heb over Wageningen een sceptische eigen theorie. Er is iets verkeerd gegaan en hoge bestuurders zien dat er een probleem ligt. In plaats van te erkennen dat er een fout is gemaakt, zoekt men een reden waarom het eigenlijk geen fout was. Verhalen over boze moslims klinken dan altijd geloofwaardig. Utrecht kwam ermee weg, nu probeert Wageningen het.

Ik kan me vergissen. Misschien heeft Wageningen echt eens een klacht gehad nadat een christelijke promovendus God in zijn proefschrift had bedankt. Uit de aard der zaak zal dat niet bekend worden gemaakt. Ook kan het goed zijn dat Richard en ik een te eenzijdige visie hebben op de islam. Misschien kennen de lezers van dit stukje voorbeelden die wij negeerden. Martijn van Calmthout zal, tot slot, zijn informatie hebben van iemand die hij vertrouwde.

Ik wil dus niet al te absoluut klinken, maar zou graag willen dat Wageningen bekend maakte hoeveel concrete klachten er zijn geweest. In ieder geval bij mij rijst het vermoeden dat men bestuurlijk falen probeert toe te dekken door een stereotype over de islam te bevestigen.

10 gedachtes over “Wageningse wirwar

  1. Vijfentwintig jaar geleden was ik in Egypte. Toen dus gaf de reisleidster het advies, dat wanneer je door een Egyptenaar naar je godsdienst wordt gevraagd, vooral niet te zeggen dat je die niet hebt, maar Christian te zeggen. Dat hebben we ook gedaan. Geen enkel probleem. Toen.

  2. Kees van Hage

    Bij mijn proefschrift is het in zekere zin omgekeerd. Ik hoop in september – Deo volente! – te promoveren aan de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over joodse religie en kunst, waarbij ook het christendom en de islam ter sprake komen. Ik verberg niet dat ik atheïst ben en niet-Joods, maar loop er ook niet mee te koop. In mijn proefschrift laat ik me af en toe kritisch uit over bepaalde religieuze uitingen, maar altijd met respect. Niemand maakt er een punt van. “Andersdenkenden denken ook,” zei een oud-leraar van me.

  3. mnb0

    “Misschien kennen de lezers van dit stukje voorbeelden die wij negeerden.”
    Er zijn er een paar in Londen uit het recente verleden. Hopelijk vind je het niet erg dat ik er niet naar ga zoeken. Er was iets met een lezing waar mannen en vrouwen gescheiden moesten zitten. Al had dat natuurlijk niets met christendom te maken.

  4. Olav

    Tenzij er nòg een Hans Jansen rondloopt is “Hans Jansen (de islamoloog)” v.z.i.w. geen islamoloog maar arabist. Wist vroeger over te komen als een redelijk man, is de laatste jaren helaas volkomen geschift geworden.

    Verder trof dit zinnetje me: “Martijn van Calmthout zal, tot slot, zijn informatie hebben van iemand die hij vertrouwde.” Ik ken meneer helemaal niet maar het is natuurlijk ook nog mogelijk dat hij het gewoon verzonnen heeft, of het in de kroeg gehoord heeft van iemand die het verzonnen heeft.

    Het is best logisch dat je geprikkeld raakt en er meer van wil weten, als je zo’n “tweet” ziet. Maar het lijkt me dan meer voor de hand te liggen om die Van Calmthout zelf naar zijn bronnen te vragen dan om meteen de universiteit ter verantwoording te roepen.

    1. Van Calmthout is een van de vaste medewerkers van de wetenschapsbijlage van de Volkskrant. Die is natuurlijk niet onfeilbaar, maar ik ken zijn artikelen als goed onderbouwd en hij gebruikt zijn Twitter regelmatig om aanvullingen te geven op het nieuws. Als ik hem niet had leren waarderen als goed geïnformeerd, zou ik zijn tweet niet als uitgangspunt hebben genomen.

      De hamvraag is ondertussen: waarom heeft Wageningen in vredesnaam regels voor een dankwoord? Waarom mogen mensen daar het persoonlijke deel van hun tekst niet gebruiken voor hun persoonlijke overtuiging? Wat is er gebeurd in Wageningen dat die regels zo zijn?

        1. Ik heb liever dat Wageningen open kaart gaat spelen. Het is ontzettend klungelig aangepakt: eerst kwam in het nieuws dát een promovendus zijn proefschrift moest aanpassen en daarna kwam alleen “zo zijn de regels”. Maar de regel roept vragen op die onbeantwoord blijven; zelfs als Van Calmthout verkeerd werd geïnformeerd (wat ik niet aanneem) zouden we wel wat meer duidelijkheid willen.

          Het erge is: ik draag de wetenschap een enorm warm hart toe en heb eigenlijk redelijk technocratische trekjes. Fact free politics wil ik niet en de overheid mag zich wel wat meer gelegen laten liggen aan de wetenschap. Maar de afgelopen drie jaar – zeg maar sinds de crisis rond Gutenberg – heb ik de diverse CvBs en decanen zó onhandig zien opereren, en daarbij prevaleerde zó vaak het institutioneel belang boven het belang van de wetenschap en de burger, dat ik me ernstig ben gaan afvragen of de universiteit wel de beste institutionele inbedding is voor de wetenschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s