De nieuwe Livius.org

lo
Hoe het eruit gaat zien

De afgelopen maand is de vernieuwing van de Livius.org-website een beetje stil komen liggen. Dat heeft heel praktische redenen. Josho Brouwers, die het technische werk doet, heeft meer te doen. Ikzelf trouwens ook. Een andere reden is van meer technische aard en kan worden samengevat als “het verborgen gebrek blijft doorgaans niet verborgen”.

Dat was overigens gepland. Voor we aan de klus begonnen, hebben we  bedacht wat we wilden en hoe het eruit moest zien. We hebben zo’n 100 pagina’s omgezet van de oude naar de nieuwe stijl, zo goed als we dachten dat het kon. Dan zouden we vroeg of laat moeten ontdekken waar we niet aan hadden gedacht.

Eén van de dingen die we ontdekten – en ja, dat hadden we zeker vooraf kunnen bedenken – was dat 100 pagina’s niet altijd 100 pagina’s zijn. De pagina over de slag bij Aigospotamoi heeft allerlei deelpagina’s, die ook online zijn gegaan. Inmiddels zijn er ruim 200 pagina’s online. Werkende weg ontdekten we hoe we pagina’s het beste konden taggen. Dat zal, om het goed te doen, nog eenmaal opnieuw moeten gebeuren, en dat kan pas als we precies weten wat we met de landkaarten willen. Dat is nu even de flessenhals waar we doorheen moeten.

Dit soort dingen hadden we min of meer verwacht. Het waren known unknowns. Daarnaast zijn er de unknown unknowns: de problemen die je niet ziet aankomen. Zo blijkt het erg moeilijk om een pagina te voorzien van twee verschillende soorten deelpagina’s, zoals op deze oude pagina nog wel kon: vanaf de voorpagina zijn er verschillende vervolgpagina’s over de geschiedenis van Lepcis Magna, maar er zijn ook pagina’s over bronnen en over monumenten. Vanaf de eerste pagina zijn er, om zo te zeggen, twee soorten vervolg, en daarop waren we niet voorbereid.

Tot slot is er content nodig. Wie de Oudheid uitlegt, moet niet slechts de feiten presenteren, maar moet ook vertellen hoe we daaraan komen. Geschiedenis is niet een verhaaltje met wat bronnen erbij, geschiedenis is een wetenschap waar methodische keuzes worden gemaakt die expliciet moeten zijn. Dát is het onderscheid tussen een professionele oudheidkundige en een kwakhistoricus, en uitleg van de methode is om twee redenen urgent, zoals de vaste lezers van mijn stukjes weten.

  1. Steeds meer mensen hebben een hogere opleiding en zijn in staat fouten van professionele onderzoekers te herkennen. Dit zou niet zo erg zijn als die onderzoekers niet steeds gespecialiseerder raken en het grote plaatje steeds meer uit het zicht verloren; de classicus die twee weken geleden iets onverstandigs zei over inkt-analyse, is een schoolvoorbeeld van wat in de voorlichting verkeerd gaat.
  2. Op internet kunnen mensen steeds meer de informatie selecteren die ze willen horen. Dit is tot op zekere hoogte iets van alle tijden, maar op het internet ligt betrouwbare informatie op betaalsites en zo verspreidt slechte informatie zich sneller dan goede: bad information drives out good.

De eerste van deze ontwikkelingen werkt wetenschapsscepsis in de hand, de tweede zorgt ervoor dat ze kan voortwoekeren. We moeten dus het filologische, exegetische, archeologische en historische handwerk uitleggen en duidelijk maken waarom wetenschappelijke informatie beter is dan andere.

Dit is algemeen bekend sinds pakweg 2005. Het is ook bekend dat “meer uitleg dan alleen de feiten” niet voldoende is. Ik heb er al eens over geblogd dat voorlichting in feite een drietrapsraket is die bestaat uit het presenteren van de feiten, het uitleggen van de methode en tot slot – als mensen nog niet overtuigd zijn – onderzoeken welke bezorgdheid ze belet te geloven wat toch redelijk is en rationeel en wetenschappelijk.

Hoe fase drie het beste kan, ik heb geen idee. Zelfs voor fase twee bestaat geen kant-en-klaar-recept, niet in de laatste plaats omdat er nauwelijks boeken of websites zijn waarin de methode wordt uitgelegd. We zullen het wiel opnieuw moeten uitvinden.

Voor het moment heb ik pagina’s aangemaakt waarmee ik probeer methodische problemen te introduceren (hier), maar ik ben pessimistisch: wat zal sneller zijn, de wetenschapsscepsis of de vernieuwing van de wetenschapsvoorlichting?

Een gedachte over “De nieuwe Livius.org

  1. mnb0

    “een beetje stil komen liggen”
    Uiteraard heb ik alle geduld van de wereld totdat je er aan toekomt de suggesties te overwegen die ik je via email stuurde. Maar ik ben ook ijdel, dus plaats ik ze hier.

    Je stukken over methodologie zijn geweldig om te lezen. Als ik je goed begrepen heb is het je bedoeling om in allerlei stukken aan te geven welke methode is gebruikt.
    Als ervaren leraar geef ik je het advies ervan uit te gaan dat je lezer – ik dus – onwetend is.
    In je artikel over Artemisium geef je aan dat de gebruikte methode Testa Unus Testa Nullus is. Dan vraag ik me meteen af hoe we dat terug zien in het betreffende artikel. Nou wil ik niet helemaal uitsluiten dat ik een beetje dom ben, maar ik zie het niet. Waarom heb je juist deze methode gebruikt? Hoe leidt deze methode tot de door jou geponeerde conclusies? Als je je site tot een hoger niveau wil verheffen zul je, hoe kort ook, aandacht aan dergelijke vragen moeten geven in je stukken.
    Daarnaast zou ik graag een pagina zien (met op de Home pagina een link) met een overzicht van alle methoden, plus op elke pagina waar je de methode beschrijft (die zijn overigens als altijd volkomen duidelijk) een overzicht van artikelen waar betreffende methode gebruikt wordt.

Reacties zijn gesloten.