
[Laatste van drie blogjes door Bas Jongenelen over antieke en middeleeuwse weerwolven. Het eerste deel was hier.]
Er is een fabel over een weerwolf die sinds de Middeleeuwen toegeschreven wordt aan Aesopus, maar die met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid niet door hem geschreven is. Het is een Middeleeuws verhaal:
Fur et Caupo
Fur quidam in diversoria taberna moratus est. Videns cauponem nova pulchraque veste indutum, solum ante ianuam diversorii sedentem, ad eum accessit. Fur coepit primum hiare, postea in lupi morem fremere. Quapropter caupo, “Quid hoc,” inquit, “rei est?” Cui fur, “Tibi mox indicabo, sed primum, ut meas vestes serves peto, eas enim hic relinquam. Nescio undenam mihi huiusmodi hiatus oriatur sed si tertia vice hiaverim, repente lupus fio hominesque devoro.” Vix ea fatus erat cum iterum os aperire ac fremere coepit. His caupo auditis, furem pertimuit, surgensque fugam arripere volebat. Sed fur tunica eum detinens, os aperire coepit, ac tertium hiare. Tum caupo timens ne ab eo devoraretur, relicta penula, in abditissimum diversorii locum fugit. At, penula eius rapta, fur discessit.noot
Vertaling:
De dief en de herbergier
Een of andere dief verbleef in een herberg. Toen zag hij de herbergier (gekleed in een nieuwe en mooie mantel) die in z’n eentje voor de deur van de herberg zat. Hij liep naar hem toe. De dief begon eerst te geeuwen en daarna te grommen als een wolf. Daarom zei de herbergier: “Wat heeft dit te betekenen?” De dief antwoordde: “Ik zal het je zo meteen uitleggen. Maar eerst vraag ik je mijn kleren in de gaten te houden, want die zal ik hier achterlaten. Ik weet niet waardoor ik telkens zulke geeuwaanvallen krijg, maar als ik voor de derde keer geeuw, verander ik plotseling in een wolf en verslind ik mensen.” Hij had dit amper gezegd of hij sperde opnieuw zijn mond open en begon weer te grommen. Toen de herbergier dit hoorde, werd hij doodsbang voor de dief en stond op om te vluchten. Maar de dief hield hem tegen door zijn kleren vast te grijpen. Hij opende zijn mond en geeuwde voor de derde keer. Daarop deed de herbergier zijn mantel uit en vluchtte zo diep mogelijk de herberg in, bang dat hij verslonden zou worden. De dief pakte vervolgens de mantel en ging ervandoor.
Het leuke aan dit verhaal is dat er gespeeld wordt met het fenomeen weerwolf. Die dief is uiteraard geen weerwolf, hij maakt gebruik van de angst voor weerwolven. Dat doet hij door een typisch weerwolffenomeen te noemen: het uittrekken van kleren. Dit is ook het geval bij het weerwolfverhaal dat Niceros vertelt in Satyrica van Petronius. Een weerwolf heeft blijkbaar nooit kleren aan, dus de mens die wolf wordt, moet eerst zijn kleren uittrekken. Pas als de kleren uit zijn, kan zich de transformatie tot wolf voltrekken. Niemand weet hoe iemand een weerwolf kan worden, maar iedereen weet dat hij wel eerst zijn kleren moet uittrekken – de herbergier weet dat dus ook. De dief maakt handig gebruik van deze kennis.
Er is nog veel meer te vertellen over weerwolven in de Oudheid, maar dat ga ik niet doen. Wie meer wil weten over dit onderwerp verwijs ik naar The Werewolf in the Ancient World van Daniel Ogden.
[Dit was een gastbijdrage van Bas Jongenelen. Dank je wel Bas!]

Nou is die Oudheid leuk en aardig, maar even wat belangrijkers…
Mijn grootste bezwaar is niet dat je ze lekker vindt.. iedereen mag snoepen wat hij wil.Mijn grootste bezwaar is die referentie aan de winter.. zit je midden in het zonnetje, en dan “nou jongens.. twee keer met je ogen knipperen, en we staan weer in het donker in de natte sneeuw”.
Voorstel en handreiking:
Kunnen we pepernoten niet gewoon behandelen zoals chocola? Dat is ook niet seizoensgebonden, toch? Het is het hele jaar door als los product (reep, of wat dan ook) te krijgen, en rond de diverse feestdagen (Valentijn, Pasen, Sint, etc.) wordt het in een specifieke vorm uitgebracht.
Ik denk dan ook aan het materiaal, het deeg, van de pepernoot, maar dan als “lentebrokjes” of “zomerkoekjes” of wat een slimme marketing-mens er dan ook van kan maken.
Zo houdt de liefhebber zijn tractatie, en worden de haters niet hartje zomer met de eindigheid van het leven geconfronteerd!
Toch nog een kleine follow-up over weerwolven in de Oudheid:
Gisteren zag ik ‘The Odyssey’ van Christopher Nolan in de bioscoop. Een van de avonturen was het bezoek aan Kirke. Er waren opvallende overeenkomsten en verschillen. De belangrijkste overeenkomst was dat de mannen van Odysseus in varkens werden veranderd – en wat is dát een gave scène zeg!
Een andere overeenkomst is dat Odysseus een hert schiet… om meteen bij een verschil aan te komen. In het boek wordt het hert geslacht, geroosterd en opgegeten. In de film is het hert een man geworden. Door de pijl van Odysseus is de betovering verbroken en is het dier weer mens geworden. Dat is een weerwolf-motief.
Er lopen rondom Kirke meer wilde dieren rond (in het boek zijn het leeuwen en wolven (ja, wolven)), die vriendelijk met hun staart kwispelen. Helaas laat Odysseus alleen maar zijn mannen terugtoveren.
Ik heb me altijd afgevraagd waarom hij niet eist dat die overige dieren ook weer mens moeten worden. Zou dat dan overmoedig geweest zijn? Kirke bezit dus de toverkracht om weerwolven te maken.