Pletter toch op met je “nieuwe boekenseizoen”

(Volkskrant 22 augustus)
(Volkskrant 22 augustus)

Sta me toe met een cliché te beginnen: mensen zijn knooppunten in informatienetwerken. Of het nu gaat om uw agenda of uw boodschappenlijstje, om de gegevens die u op uw computer verwerkt, om het leugentje-om-bestwil dat u ophangt of om het verhaaltje dat u uw kinderen ’s avonds voorleest: we zijn voortdurend bezig met informatie. Betrouwbare, verzonnen, aangename, verontrustende, bruikbare, nutteloze kennis: het is er allemaal.

Informatie is echter op zich onhandelbaar en daarom zijn er genres. Een encyclopedie beoogt feitelijk juiste informatie te geven, een roman levert enigszins intelligent vermaak, terwijl foto’s, landkaarten, liedjes, databestanden, films, Twitter en tijdschriften weer andere doelen hebben. Internet heeft, geloof ik, alle doelen tegelijk.

In de ideale situatie vloeit informatie ongehinderd van de bron naar degenen die haar nodig hebben. (Ik zou nog eens willen schrijven over wetenschapsvoorlichting en me dan concentreren op de informatie in plaats van de wetenschappers, de communicatoren en de consumenten.) In de ideale situatie lezen we dus gewoon mee als Stephen King aan het schrijven is, maar in de praktijk gaat het anders. Er zitten uitgevers, distributeurs en boekhandelaren tussen, die voor hun bezigheden betaald moeten worden, zodat er ook een netwerk is ontstaan van agenten en juristen, en vervolgens ook marketeers die helpen de winst te maximaliseren.

Al die instellingen zijn in meerdere of mindere mate noodzakelijk, maar ze zijn een doel in zichzelf geworden. De klacht dat het inmiddels teveel gaat om marketing en niet om – naar keuze – het boek, de film of de muziek is al zeker een halve eeuw oud. Het is geen toeval dat ik Stephen King noemde, want die heeft geprobeerd met het systeem te breken en liet lezers via internet hoofdstukken kopen van het boek dat hij op dat moment aan het schrijven was.

Al zijn er klachten, er zijn ook nog steeds boeken, films en liedjes. Helemáál verkeerd zijn al die tussenpersonen dus niet, maar toch: langzamerhand begin ik van in elk geval de boekenbranche te denken dat ze in feite, zoals de zakenman in Veblens Theory of Business Enterprise, de grote saboteur is. Over boeken wordt het nieuws gemáákt, waardoor er een verstoring optreedt in de normale informatiestroom. De lezer die naar een boekhandel gaat, wil kunnen zoeken wat hij nodig heeft, maar vindt alleen Murakami, omdat diens laatste roman die maand toevallig wordt gehypet met een extra bijlage in het Handelsblad, een interview op TV, een advertentiecampagne en etalages vol Murakamistapels.

Dat verbaast en stoort me. Dankzij allerlei printing-on-demand-technieken zouden miljoenen informatiestromen naar u kunnen lopen, zoals dat ook met muziek en film het geval is. Het aanbod zou breder dan ooit kunnen zijn en u zou kunnen uitzoeken wat u wil, variërend van Somalische sprookjesboeken via het laatste dieetboek tot de Russische vertaling van de Kritik der Urteilskraft. De boekenbranche meent echter alleen te kunnen overleven door uw aandacht te verleggen naar een beperkt aantal titels die in bulk worden verkocht. Zo draagt de branche actief bij aan de verschraling van onze cultuur.

Tot de middelen waarmee wij, lezers, worden verleid bepaalde titels te kiezen, behoort om te beginnen het promoten van schrijvers in plaats van boeken. Nu kun je nog zeggen dat “een Stephen King” een redelijke garantie vormt dat je krijgt wat je zoekt, maar zo’n garantie is er niet bij literaire prijzen. Ik ben althans wat sceptisch over Hans Münstermann, wiens schrijverstrukendoos in De bekoring storend zichtbaar is, of Erwin Mortier, die in Godenslaap een poëtica nastreeft die hij niet kan waarmaken. Maar zelfs als de prijzen echt naar de beste boeken zouden gaan, heeft het hele proces van longlisting, shortlisting, nominatie en prijsuitreiking vooral als effect dat onze aandacht wordt gevestigd op een beperkt aantal titels, terwijl het mogelijk is dat we allemaal het voor ons perfecte boek vinden. In Amsterdam heb ik het voorrecht van een paar goede boekhandels, maar de gemakzucht waarmee ook daar etalages worden ingericht rond de geshortliste titels van deze of gene prijs, toont dat ze klaar zijn to go over to the dark side.

Wie komt er, nu de boekenbranche de leescultuur zo schraal mogelijk maakt, nog op voor ons lezers? Je zou denken: de boekenbijlagen van onze kranten. Nog altijd is het zo dat ik elke week wel een of twee  interessante boeken ontdek waar ik anders niet van zou hebben gehoord. Tegelijk kan ik me niet aan de indruk onttrekken dat de dames en heren critici steeds meer onderdeel worden van de boekenbranche.

Het krantenknipsel hierboven haalde ik uit De Volkskrant van afgelopen zaterdag: “het nieuwe boekenseizoen is begonnen”. Nee. U en ik, wij hebben voortdurend informatie nodig en die halen we deze week even hard uit boeken als in de andere eenenvijftig weken van het jaar. Wat in dit kleine zinnetje in feite gebeurt, is de gelijkstelling van zowel de culturele behoeften als het culturele aanbod aan de marketingcyclus. Wie zoiets schrijft, is als literatuurcriticus onderdeel geworden van het probleem.

Ik zou er niet van opkijken als uit een onderzoek naar ontlezing nog eens zou blijken dat mensen liever andere media benutten omdat die wél bijdragen aan culturele variatie en rijkdom.

7 gedachtes over “Pletter toch op met je “nieuwe boekenseizoen”

  1. Ton Spamer

    Google is op internet een meester-verduisteraar. Type Bronkhorst in. Ik zou willen dat dan éérst de neutrale informatie van Wikipedia over het stadje en daarna over de heren van B. kwam en niet over een of andere firma. Of type op Google.fr de naam Guy Sarlin in, een befaamd danser uit de dertiger jaren. Je krijgt alleen informatie over het heden. Voeg aan de zoekactie het woord ‘danseur’ toe. Er verandert niets. Voeg er de naam van de beroemde affichemaker Gesmar aan toe. Je krijgt 156 dezelfde afbeeldingen van het affiche over Sarlin, en de veilingen en internetfirma’s waar die te koop zijn, maar niet de informatie over de persoon Sarlin. Ook bij Google overheersen duidelijk de commerciële belangen. Ik betreur nog steeds dat ik mijn grote 26- delige Larousse heb weggedaan.

    1. Het is allang niet meer zo dat je met één zoekwoord automatisch je gewenste zoekresultaten op de gewenste zoekvolgorde in Google te zien krijgt. Natuurlijk al vanwege de commerciële resultaatvervalsing, maar ook vanwege de soms zeer hoge resultaatdichtheid. Dus wil je het stadje of de heren (dat schrijf je met ck trouwens), tik dat dan ook in. Google kan nog net niet je gedachten lezen (al gaat het wel die kant op) 😉

  2. henktjong

    Laat je toch niet gek maken door boekenbijlagen, etalages en Google. Niemand hoeft mij te vertellen wat ik moet lezen. Ik weet wat ik wil lezen en houd bij wat er op dat gebied uitkomt. Zoek gericht en niet alleen op internet. De wereld is wijder dan dat.

    1. Ja, maar al die aandacht voor de veronderstelde smaak van de massa verdringt wat fijnproevers als u zoeken.

      En het leidt ertoe dat alle boeken op elkaar gaan lijken. De branche hoopt op een nieuwe Grunberg, en dus krijgen wij allemaal Grunbergepigonen.

Reacties zijn gesloten.