Een Arabisch eerstelingenoffer

Inscriptie over een eerstelingenoffer (Louvre, Parijs)

Het huidige Jemen is een van die gebieden uit de oude wereld waar je meer over zou willen weten. De Grieken en Romeinen noemden het “het gelukzalige Arabië” omdat ze meenden dat het spreekwoordelijk rijk was. Hier kwamen immers de karavanen met wierook vandaan. En bijzonder was het gebied inderdaad. De bewoners hadden dammen gebouwd die het water reguleerden, kenden steden en handelden in geurstoffen. De vaak als nederlaag getypeerde campagne die keizer Augustus die kant opstuurde, had wel degelijk een voor de Romeinen positief resultaat: de zeeroute naar de Indische Oceaan werd geopend.

Ik zal er nog eens over bloggen, voor het moment de bovenstaande inscriptie uit Timna, de hoofdstad van het koninkrijkje Qataban. Ze dateert uit de eerste eeuw n.Chr. en ik fotografeerde haar in het Louvre in Parijs. De tekst is kort maar wel aardig.

Toen Rathad’il, de zoon van Mati‘um de zoon Shahaz, verantwoordelijk werd gemaakt voor de financiën van zijn meester Shahr, wijdde hij, als eersteling, deze albasten stele aan ‘Amm dhu-Rabahu en Na‘imiyyan.

Kortom: een vorst genaamd Shahr heeft een zekere Radthad’il aangesteld als hoofd van de bedrijfsvoering en deze bedankt twee plaatselijke goden door middel van een inscriptie. Dat is een tekst waarvan er in de antieke wereld dertien gingen in een dozijn. Het grappige is echter dat de stèle wordt gepresenteerd als een eersteling: van de oogst gaf je een deel aan de goden. Blijkbaar was Radthad’il van zins behoorlijk wat aan de strijkstok te laten hangen en liet hij de onsterfelijke accountants delen in de winst.

[Dit was de 266e aflevering in mijn reeks museumstukken; een overzicht is hier.]

5 gedachtes over “Een Arabisch eerstelingenoffer

  1. Ben Spaans

    Even iets anders van het hart: Pasen is nu wel voorbij voor een jaar. Je hoeft niet zo’n katholieke creep te retweeten. Vertrouw gewoon op je eigen overtuigingskracht.

  2. jan kroeze

    Ik herinner me dat een aantal jaren terug er een reportage over Jemen stond de Vrij Nederland. Veel foto’s met qad-kauwende mannen. “s Ochtends werd er gewerkt, dingen gedaan die gedaan moesten worden en ’s Middags qad kauwen, het zal er zeer warm zijn geweest, begrijpelijk misschien. het tafereel oogde vooral rustig, en zie wat er in de loop van de tijd is gebeurd. Niets is zeker in deze wereld.Alleen weet ik niet meer waar de tekst van dat artikel over ging, misschien over ondergronds broeien; ik zou niet verbaasd staan.

Reacties zijn gesloten.