Zeg “Toetanchamon” en er volgt onzin

Zo zag het graf van Toetanchamon er ooit uit. En zoiets hopen sommige oudheidkundigen weer te vinden. En dat zal niet gebeuren.

Het gekke gedreun dat u hoort, dat ben ik. Ik ben luid met mijn hoofd op de tafel aan het bonken. Van pure wanhoop dus.

De ene keer roepen oudheidkundigen heel luid dat het 90% zeker is dat er in het graf van Toetanchamon een verborgen kamer is. Journalisten zijn – door schade en schande wijs geworden – iets voorzichtiger en daarom was er geen artikel of er stond wel een voorbehoud in, maar het bericht is groot de wereld in gegaan. Pas daarna gingen de oudheidkundigen onderzoek doen.

Uiteraard was er niets.

Zoals ook de “verborgen kamer” waarvan vorig jaar werd gezegd dat die in de Grote Piramide zou zijn, bij nader inzien optisch bedrog lijkt. Zoals ook het graf in Amfipolis niet dat van Hefaistion of een andere metgezel van Alexander de Grote kon zijn. Zoals ook, zoals ook, zoals ook, zoals ook. Het is redelijk deprimerend. Oudheidkundigen hebben slechts twee strategieën om exposure te krijgen, en dat is enerzijds het rondstrooien van triviale weetjes (gladiatoren! seks! perverse executies! rare keizers!) en anderzijds de schandalige overdrijving.

Laten we de simpele waarheid onder ogen zien: het zijn de wetenschappers zélf die de wetenschap beschadigen. Is het niet doordat ze kiezen voor een van de genoemde strategieën, dan is het wel doordat ze vinden dat ze niet verantwoordelijk zijn voor wat de collega’s doen. Waarom zou je ook een charter opstellen met afspraken over hoe je je inzichten deelt met het publiek?

Toegegeven, niet alle betrokkenen beschadigen hun eigen vak, maar 90% van de oudheidkundigen verpest het voor de rest. En daarom zit ik nu dus alweer een kwartiertje met mijn hoofd op het bureau te bonken.

12 gedachtes over “Zeg “Toetanchamon” en er volgt onzin

  1. Klaas

    ‘En daarom zit ik nu dus alweer een kwartiertje met mijn hoofd op het bureau te bonken’
    Waarschijnlijk hebben te veel oudheidkundigen dat om diverse redenen al te vaak gedaan. Dan gaan de hersencelletje los zitten en kiezen ze voor de door jou beschreven publicitaire strategie…

    1. Zou nog waar kunnen zijn ook. Oudheidkundigen zijn elk geval de enige mij bekende wetenschappers die zó bezig zijn met aandacht trekken, dat ze iedereen die méér wil weten, van zich afstoten: voor hen is er niets, alleen nieuwe aandachttrekkerij.

  2. Dirk

    Niet dat ik je nog meer met je hoofd op tafel wil doen bonken, maar vergeet religie niet, ook een garantie voor clicks of ruimte in de krant.
    Ik ga zo dadelijk over het graf van Toetanchamon spreken (taalthema rond Egypte, WO-thema over archeologie). Ik zal proberen de onzin te vermijden.

  3. Leo Heynen

    Inderdaad, Jona Lendering: sommige wetenschappers slagen erin om heel veel lawaai te produceren, als ze weer eens fondsen nodig hebben. Zo ook Nicholas Reeves, die vorig jaar een spannende act probeerde op te voeren over een verborgen kamer in Toetanchamons graf, waar hopelijk Nefertite zou liggen. Anderen daarentegen zijn een stuk bescheidener en krijgen dus geen aandacht. Zo maakt Rolf Alexander in zijn boek ‘Abrahams familiekroniek’ (ISBN: 9789402133158) het plausibel, zo niet vrijwel zeker, dat Toetanchamon de farao van de Exodus was. Maar niemand pikt het op. Dus wat is het beste?

      1. Leo Heynen

        Dat doet Rolf Alexander op vele manieren en in geuren en kleuren. Lees het boek en u bent overtuigd.

      2. Leo Heynen

        Maar, Manfred, verwacht geen Exodus a la de bijbel. Rolf Alexander volgt de geschiedenis. Dat is voor seculieren veel veel veel interessanter, spannender en fascinerender, maar voor streng gelovigen wat moeilijker te pruimen. Het is zo’n logisch verhaal, dat je je afvraagt waarom het niet eerder werd ‘ontdekt’. Gelovigen willen dit natuurlijk niet ‘zien’, en anderen….. Nou ja, oordeel zelf.

  4. Henk Smout

    “Toetanchamon met een lolly in z’n hand” is het enige dat mij bijstaat uit een door mij onbegrepen lied dat mijn moeder vroeger weleens zong. De volledige tekst is tegenwoordig vaak resultaat van maar een paar markante woorden aan een zoekmachine opgeven en dat in luttele seconden. In dit geval helaas niet.

  5. Leo Heynen

    Overigens, Jona Lendering, van harte gefeliciteerd met het interessante interview in de NRC van vandaag naar aanleiding van ‘het ‘Visioen van Constantijn’. Nooit weg, als je zulke relaties hebt en een heel netwerk. Maar het is verdiend.

  6. Frank Bikker

    Is het ook niet zo dat diezelfde wetenschappers pas veel subsidie krijgen als er flink veel herrie over iets wordt gemaakt. Ik zou zeggen dat dit meer komt vanuit het “rendementsdenken” dat vele subsidiegevers er op na houden. Maw het één lokt het andere uit.

Reacties zijn gesloten.