Lotfollah

Lotfollah-moskee, Isfahan

Het zal u niet zijn ontgaan dat Libanon een land is vol minderheden. Een van die minderheden is de sji’itische islam, die ook weer aanwezig is in diverse varianten. Voor insiders: er zijn twaalvers en zeveners en van die laatste groep zijn de druzen weer een variant. De twaalvers zijn voor een deel nationalistisch en stemmen dan doorgaans op de Amal-partij maar anderen zijn internationaler van oriëntatie en stemmen dan op Hezbollah. Deze groep staat bekend om zijn banden met Iran.

Die banden zijn niet van vandaag of gisteren. Libanon kende al heel lang sji’itische groepen toen Perzië in de zestiende eeuw besloot deze stroming te aanvaarden. Natuurlijk waren er al sji’ieten in Perzië, waar de achtste imam ligt begraven, maar het staatsapparaat was eigenlijk altijd soennitisch geweest. De eerste sjah van de Safavidische dynastie, Ismaïl I (r.1501-1524), koos echter voor de twaalver-sji’a, voor een deel uit overtuiging en voor een deel om zich te onderscheiden van de grootmacht in het westen, de Ottomanen, en van de Oezbeken in het noordoosten.

Nu is het een ding om te besluiten je religieuze oriëntatie aan te passen, het is een ander om dat ook door te voeren. Je hebt geschoolde geestelijke adviseurs nodig, die het religieuze systeem begrijpen en die herkennen welke bestuurlijke maatregelen al dan niet in strijd zijn met de nieuwe religieuze oriëntatie.

De Perzische koningen nodigden dus Arabische specialisten uit het Libanese Jabal ‘Amal uit om met hun families naar Tabriz, Qazvin of Isfahan te komen. Die hadden daar wel oren naar, want Libanon maakte deel uit van het Ottomaanse Rijk en de sji’itische theologen uit Jabal ‘Amal vonden maar moeilijk emplooi in een overwegend soennitisch rijk. Van tijd tot tijd werden ze vervolgd, zoals Zayn-al-Din, die in 1558 ter dood werd gebracht.

Een van zijn leerlingen, Hoseyn ibn ‘Abd-al-Samad, verliet Jabal ‘Amal om zich in Perzië te vestigen, waar hij op verzoek van sjah Tahmasp (r.1524-1576) hielp de sji’itische leer te verspreiden. Eén van zijn ideeën was dat de Perzen verplicht naar het Vrijdaggebed moesten komen, iets wat tot dan toe geen verplichting was geweest. Of beter: het zou pas verplicht worden als de Twaalfde Imam zou zijn verschenen, die wist hoe het Vrijdaggebed diende plaats te vinden, of eventueel als er een geloofwaardige vertegenwoordiger van de Twaalfde Imam zou zijn. Tahmasp en Hoseyn braken met die benadering omdat ze meenden dat het Vrijdaggebed een machtig instrument was om de sji’a te verspreiden.

De beroemdste geleerde die zich vanuit Jabal ‘Amal in Isfahan vestigde was sjeik Lotfollah, een tijdgenoot van sjah Abbas I (1586-1628). Na de dood van deze geestelijke werd de privémoskee van de sjah naar hem vernoemd. Ik heb geen idee of Lotfollah-moskee in Isfahan werelderfgoed is of niet, maar het zou eigenlijk niet zo moeten zijn, want de koepel is van een bovenaardse schoonheid. Te zeggen dat dit slechts werelderfgoed is, is een belediging.

Lotfollah-moskee, Isfahan

6 gedachtes over “Lotfollah

  1. Jeroen

    Nee… alleen beschermd stadsgezicht.

    (Nee hoor, het Khomeiny-plein (Meiden Emam) is Werelderfgoed, samen met “alle omringende elementen die noodzakelijk zijn bij het tot uitdrukking komen van het plein” (vrij vertaald); waaronder de Lotfollah moskee.
    Misschien zou het dit niet moeten zijn, maar een hogere gradatie hebben we helaas niet, dus het moet maar!
    Maar goed; het is samen met de Taj Mahal, de tempel van Hatsjepsoet en de Waddenzee in aardig gezelschap, niet?)

  2. Pim van den Berg.

    Dat nauwe contact tussen de Iraanse en Libanese Sji-ieten bestaat nog steeds. Veel Libanese sji-itische theologen hebben hun opleiding gevolgd en volgen die nog steeds in Q’om, ook al in de tijd voor de Iraanse revolutie. De politieke vertaling daarvan is de Iraanse steun voor Hezbollah..

Reacties zijn gesloten.