Homines manentes apud Amestelledamme

Het tolprivilege (foto Noord-Hollands Archief)

Historici en vele anderen hebben vaak de neiging zaken van hun voorgangers over te schrijven, waardoor misverstanden soms een oneindig lang leven leiden.

De eerste keer dat de naam van de stad die we nu Amsterdam noemen werd opgeschreven was op 27 oktober 1275, in de tolbrief waarmee graaf Floris V de inwoners van die stad vrijheid van tolbetaling gaf in het hele graafschap. Het aardige is dat we die tolbrief nog kunnen lezen (in het Stadsarchief) en dat er Amestelledamme staat (“homines manentes apud Amestelledamme”). Ik weet niet door wie en wanneer, maar iemand heeft daar ooit Amstelledamme van gemaakt. En dat maakt dan vervolgens begrijpelijk dat men is gaan denken dat het om een dam in de Amstel ging.

Maar taalkundigen kunnen uitleggen, dat ame in het Middelnederlands ‘uitgang van een vochtig kanaal’ betekent (aambei is het ons bekende woord dat daaraan nog herinnert) en dat stelle een plek aan de oever van een rivier is, die door overstromingen met klei is bedekt. Welnu, de oudste huisjes van de stad stonden inderdaad op zo’n kleilaag langs het water aan de nieuwe zijde, zeg maar waar nu het Victoriahotel staat.

[Meer over de vroegste bewoning van Amsterdam in het boekje van Theo Toebosch, De Nieuwezijds Kolk en de Nieuwendijk in dertiende-eeuws Amsterdam. Een archeologische speurtocht (2012).

Op mijn uitnodiging om met enkele gastbijdragen dit tot een min of meer coronavrije ontmoetingsplaats te maken, ging Henk Ras voor de tweede keer in met niet minder dan drie stukjes over misverstanden. Dit was het tweede. Dank! Meer gastbijdragen zijn welkom.]

16 gedachtes over “Homines manentes apud Amestelledamme

  1. Naast Amstel Station stond het Stelle College.
    Ik meen dat de naam een vernoeming naar de Amstel of Angstel is geweest.
    De school is inmiddels verhuisd.
    Van Stelle2punt0 is het nu meen ik Cburg College geworden.

    Mooie blogpost weer.

    Vriendelijke groet,

  2. henktjong

    In inmiddels is Toebosch achterhaald in Oeroud Amsterdam (2018) met name in het artikel van Ranjith Jayasena, ‘Amsterdam 1200-1390. stadswording aan de monding van de Amstel’, pp 113-149. Ik weet niet wat meneer Ras probeert te beweren (ik zie nogal wat volksetymologie) maar de archeologie levert nog steeds behoorlijk betrouwbare gegevens op. Wil hij echt beweren dat er geen dam in de Amstel lag?

    1. Het een sluit het ander niet uit. Oudste bewoning op een kleiheuvel, Amestelle. Later dan een dam in het riviertje. De rivier is genoemd naar het dorp ipv het dorp naar de rivier.

      1. A. Harmens

        Als er al een gebied was dat Amestelle genoemd werd (en waar de rivier naar vernoemd zou kunnen zijn), dan zal dat veel eerder richting het Sticht Utrecht gelegen hebben, waar ook de heren vandaan kwamen. Het gevaar ligt op de loer om het belang van het zeventiende-eeuwse Amsterdam terug te projecteren op de dertiende eeuw.

  3. jacob krekel

    De oorkonde ziet er uit als papier. Als dat zo is moet dat een van de oudste papieren oorkondes van Nederland zijn. De oudste in Duitsland bewaarde tekst op papier stamt uit 1246, en is in Lyon vervaardigd.

    1. henktjong

      Hij bestaat toch echt uit perkament met in inkt met de ganzeveer geschreven tekst. Had u verwacht dat er door vuur aangetaste randen en diverse scheurtjes aan diezelfde randen te zien zouden zijn? Zoals in Hollywood films?

      1. henktjong

        De dam in Amsterdam is ook opgegraven en toen ik de laatste keer in het Amsterdam Museum was kon je er de foto’s van zien. Wat is nou eigenlijk het probleem? Er was een prehistorische rivier, de Am(e)stelle (net zoals er ook een Angstelle was) en langs de monding ervan hebben ze dijkjes gelegd. Om te voorkomen dat het Almere via het IJ bij hoog water te diep in het achterland zou doordringen hebben ze er een dam ingelegd. Dat gebeurde zoveel; zie alle Nederlandse plaatsnamen met -dam erin. In plaats van verschillende buurtjes aan weerskanten van die riviermonding, met elk hun eigen naam, werd zo’n damdorp een nederzetting ‘ex utraque parte aque’. Oftewel: aan beide zijden van het water. Deze uitspraak is in 1200 gedaan over Dordrecht, dat geen dam, maar bruggen bouwde die beide oevers verbonden en de aanleiding tot grote bloei waren. Het plaatsje werd dan naar de rivier en de dam genoemd. Die rivieren hadden toen al eeuwen een naam. Hoe ze eraan kwamen is niet meer na te gaan, maar deskundigen kunnen de onderdelen best onderscheiden. Er zijn tientallen waternamen bekend, waaronder veel open klinkers: aa, ee, ij in combinatie met een l of een m. Maar je moet niet het paard achter de wagen spannen. Er is een historische vaste volgorde.

  4. Jeroen

    Dat schreef Willem Bilderdijk al aan Van Wijn in 1812!

    Misschien doe ik UHEGG. geene ondienst met op te merken dat in den hier bewaarden oorspronkelijken brief van Graaf Floris van 1275 letterlijk ftaat Homines manentes apud AMESTELLEDAMME en evenzoo in deszelfs vernieuwing van 1291 , en niet, gelijk de gedrukte copien naedebrengen, AMSTELREDAMME; zoo als wy dit met eigen oogen gezien hebben. De zaak blijft dezelfde, maar zoo ik niet geheel mistaste, heeft Ameftelledam ook meer den stempel der vroege oudheid, en Amftelredam dien eens uitschrijvers van later tijd.

    Overigens lees ik zelf dan weer Amesƒtelledamme..

    1. Willem van Bentum

      De schrijver van de oorkonde heeft een karakteristieke s: hij maakt eerst een lange ophaal alvorens aan de s te beginne, zodat het lijkt of er een dun s-je staat voor de s. Kijk maar in de eerste regel naar de woorden universis en presentes.

Reacties zijn gesloten.